Wij en de Rijn

25-08-2026

Ja, ik schrijf af en toe ook een stukje over de Rijn. Maar waarom zou dat interessant zijn voor platbodemliefhebbers in de Nederlanden? Ja, interessant, dat weet ik niet, maar relevant is het thema wel. Al zou het maar zijn omdat ons land bestaat dankzij de Rijn en wij zonder die rivier niet zouden kunnen varen zoals we ondertussen wel doen. Nederland als Rijndelta is immers opgebouwd uit sedimentgesteenten uit de Alpen die door de rivier mee naar zee zijn gespoeld en hier in rustiger water tot bleven liggen. Hoewel de Rijn een dubbele oorsprong heeft, geldt de bron in Graubünden in Zwitserland als belangrijkste, omdat die het verst verwijderd is van de Noordzee, bijna 1300 kilometer.

De Rheinquelle in het kalkgebergte bij Chur in het kanton Graubünden in Zwitserland. (Foto: DH)
De Rheinquelle in het kalkgebergte bij Chur in het kanton Graubünden in Zwitserland. (Foto: DH)

Minder bekend is, dat de Rijn niet al duizenden jaren van oost naar west door ons land stroomt. Vanaf het Pleistoceen, van ruim twee miljoen jaar geleden tot het einde van de ijstijden, zo’n 11.000 jaar geleden, ontstond Nederland door rivierafzettingen, waarbij de Rijn van zuidoost naar noordwest door de delta zand en stenen afzette. Deze sedimentgesteenten van alpiene oorsprong zijn bij aardonderzoek tot in Friesland gevonden, wat verrassend is, omdat daar langs de zuidkust vooral gesteenten bekend waren van Scandinavische oorsprong, uit de voorlaatste ijstijd, met de stuwwallen van gletsjers die nu de kliffen van Gaasterland zijn.
De Rijn had toen een breed stroomgebied door onze delta, vanuit Duitsland oostelijk langs de huidige Gelderse IJssel naar het noordwesten, om op de hoogte van de huidige havensteden Harlingen, Den Helder en IJmuiden uit te stromen. Niets Rotterdam dus. De Maas verzorgde de sedimentatie van het zuidelijk deel van de delta.
Maar nu dreigt de Rijn door de opwarming een regenrivier te worden en ’s zomers bijna op te drogen. Dat is niet alleen ernstig voor de scheepvaart, maar ook voor de industrie die grondstoffen krijgt vanuit de Rotterdamse haven, en de landbouw in het stroomgebied van de Rijn, van Zwitserland tot en met Nederland. Het land, ook het waterland, dreigt te verdrogen, en wij watersporters, kunnen straks onze jachten op de drooggevallen meren exposeren als monumenten van weleer.

Twee visaakjes, achtergebleven bij het inpolderen van de Wieringermeer.
Twee visaakjes, achtergebleven bij het inpolderen van de Wieringermeer.

Zonder Rijnwater wordt het bestaan in West-Europa moeilijk, zeker in ons land. Ons royale zoetwaterbekken, het IJsselmeer, zal opdrogen op een enkel stroompje na. Dat wordt een grootse inpoldering op natuurlijke wijze, maar helaas, te droog en te zanderig voor de landbouw. Wellicht een monument van ‘oorspronkelijke natuur’? In Duitsland is de situatie wellicht nog dramatischer, maar niet essentieel anders dan in Nederland. Ook daar wordt nu nagedacht over het herstellen van het oorspronkelijk stroomgebied van de Rijn. Moerassen die ooit drooggelegd zijn, moeten weer vernatten. Gekanaliseerde beken weer meanderen. Dat alles om het water vast te houden op en in het land en het niet zo snel mogelijk af te voeren naar de zee. Eigenlijk is het met het waterbeheer pas fout gegaan in de loop van de 19e en 20e eeuw, met de opkomst van de industrialisatie. De rivier de Rijn moest beter bevaarbaar worden. Niet met vlotten en ondiepe boten, maar met heuse vrachtschepen die gesleept en steeds vaker voortgestuwd werden door stoomkracht en dieselmotoren. Pas in het midden van de 19e eeuw zijn de rivieren echt grondig aangepakt om de bevaarbaarheid te verbeteren. De stroom moest onder controle worden gebracht met dijken, met kribben. Die steeds weer uitwaaierende rivier moest geconcentreerd worden tot een smalle en diepe hoofdstroom, waarop grote schepen konden varen. Ongewenste meanders werden eruit gehaald, grillige ondiepe stroomgebieden gekanaliseerd. Het geheel ‘genormaliseerd’ naar menselijke normen.

Kribben in de Waal om die bevaarbaar te houden.
Kribben in de Waal om die bevaarbaar te houden.

Moerassen werden drooggelegd en tegelijkertijd werd de landbouw uitgebouwd tot een bio-industrie, die droog land nodig had om met grote, zware machines te kunnen boeren. Kortom, het land werd drooggelegd en de rivier mocht al dat water snel en efficiënt naar zee brengen. Dat heette vooruitgang, maar nu is het een probleem. Niet alleen het land wordt te droog, ook de rivier heeft te weinig water, waardoor de industrie langs de rivier niet meer goedkoop kan worden bevoorraad en onvoldoende gaat functioneren. Het gebeurt waar we bij staan, maar ….. daar is al jaren door ecologen voor gewaarschuwd. Alleen moet er eerst een breed ervaren probleem zijn voordat de politiek iets doet. Per definitie komt de politiek te laat, want het is onaantrekkelijk voor regeringen om geld uit te geven voor een probleem dat de bevolking (nog) niet herkent.. Het voorzorgsbeginsel is mooie theorie die in een democratie niet goed blijkt te werken. Nu moet het grondwater weer omhoog en moeten boeren ook om die reden anders te werk gaan. Weg met de zware machines op droog gemaakt land.
Het positieve nieuws is, dat we in Europa eigenlijk meer dan genoeg water hebben. Juist vanwege de hete zomers regent het ’s winters genoeg voor het hele jaar, maar we weten dat water niet vast te houden. Dat lukt wel, als we onze boeren wat om- en bijscholen tot waterbeheerders. Dat water op hun land, dat kunnen zij eenvoudig vasthouden in hun boerengrond, in hun sloten en in nieuwe vijvers. Dat heeft eigenlijk niets met klimaatverandering van doen. Dat is gewoon verstandig watermanagement. Een effectieve aanpassing aan de nieuwe werkelijkheid die eigenlijk al veel eerder ingevoerd had moeten worden. 

Bij economische teruggang zoals tijdens de Coronajaren, blijken de milieu- en klimaatdoelen overigens zomaar, zonder enige inspanning, haalbaar te worden. Gewoon door economisch minder te doen. De meeste landen proberen echter kostte wat kost de economische groei te verhogen om de burgers tevreden te houden en geld te genereren voor de kosten van klimaataanpassing, terwijl een iets eenvoudiger leven met minder mobiliteit veel effectiever zou zijn met minder kosten. De meeste economen gruwen echter van stilstand. Dat wordt volgens hen achteruitgang. Ja, maar op welk vlak? Eeuwige groei, steeds sneller en steeds maar door, leidt uiteindelijk ook tot achteruitgang. Of zelfs tot de ondergang van de wereld die we op die manier hebben opgebouwd.
Als watersporter denk je dan al gauw, heeft die groei en vooruitgang op de watersport inderdaad geleid tot alleen maar positieve groei en bloei? Ja, er gaat veel meer geld in om, maar wie zijn ogen open houdt, ziet bij al die verandering ook veel achteruitgang. Zoals bijvoorbeeld dat er tegenwoordig op het water opvallend weinig wordt gezeild. Waarom moeten die motorjachten ook steeds groter en luxer worden? Waarom worden ze steeds zwaarder gemotoriseerd. Het kan immers ook veel eenvoudiger. Zo is er met ondiepe zeiljachten op ondiep water prima varen, bij alle windrichtingen. Heel klimaatvriendelijk. Dat lukt tegenwoordig in het seizoen echter niet meer door de lange, dubbele stroom grote motorjachten die de zeilbootjes dwingt in een kanaal wat langs het riet van de stuurboordswal te scharrelen om uiteindelijk de zeilen maar te strijken en de hulpmotor te starten. Terwijl die zeilbootjes elkaar onderling prima verdragen. Zoals ruim zestig jaren geleden op het water overigens nog gebruikelijk was.  

Zeilen met ondiepe bootjes op ondiep water met natuurlijke middelen. Jaren vijftig.
Zeilen met ondiepe bootjes op ondiep water met natuurlijke middelen. Jaren vijftig.

Terug naar vorige pagina