Bestevaer

Bestevaer Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

De economie trekt aan en de belangstelling voor het varend cultureel erfgoed begint vorm te krijgen. Individuele initiatieven ontstaan. De heer H. Voordewind schrijft het boek “Voordewind” dat uitgegeven wordt in 1951. Hierin verhaalt hij van zijn zeilervaringen. De in 1868 gebouwde visaak Dolphijn speelt hier een prominente rol in. Oude ronde jachten worden teruggevonden en opnieuw in de vaart gebracht.  Daarna volgt vaak later volledige restauratie. De reeds eerder genoemde heer van Waning heeft hierbij een voortrekkers rol gespeeld. Velen zijn hem, ieder op zijn of haar manier gevolgd.

Ontwerpers als Gipon en Vreedenburgh dragen op hun manier bij om de belangstelling voor de traditionele Nederlandse rond - of platbodem levend te houden. In 1951 ontwierp de heer Gipon een stalen bottertje van 8 meter en in 1956 ontwierp de heer Vreedenburgh zijn bekende schokker Albatros compleet met onderbouwende technische berekeningen. De oude vorm werd met de techniek en kennis van dat moment gecombineerd. De oudste schokkers van zijn ontwerp zijn op dit moment bijna 50 jaar oud, en worden alweer gerestaureerd! Nog later in dit decennium kreeg prinses Beatrix haar Lemsteraak “de Groene Draeck”.

Het initiatief van de heer Schermer om in 1953 een nieuw Fries Jacht te laten bouwen hoort in deze beperkte opsomming zeker thuis.

De bouwer F.Lantinga

Ondanks het gegeven dat de bouw van dit scheepje de aandacht trok van de schrijvende pers, zowel regionaal (Leeuwarder Courant) als landelijk (Waterkampioen), was de tewaterlating van deze boot voor de bouwer F. Lantinga blijkbaar geen reden om hier ook maar enige ruchtbaarheid aan te geven. Voor zover bekend was zelfs de opdrachtgever, de heer Schermer,  er niet bij aanwezig er bestaan  dan ook geen foto’s van. Wat hiervan de reden is geweest, zal voor altijd een vraag blijven. Voor het Fries Scheepvaartmuseum was het in de vaart brengen van dit scheepje wel reden om bij stil te staan. De eerste roerleeuw die de nieuwe Bestevaer gesierd heeft, was een gift van dit museum. Met een onhandige manouvre is deze  overboord en verloren gegaan. De tweede eigenaar de heer H.Pels heeft de leeuw gesneden die het schip nog steeds siert.


Uit één van de monografieën  van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten van 1982, geschreven over de werf van Lantinga blijkt dat F.Lantinga op 17 februari 1960 overleden is in Drachten. De Bestevaer was zijn laatste grote opdracht. In de jaren na 1953 is de werf langzamerhand ontmanteld. In 1959 zijn werf en woning separaat verkocht. De verschillende bronnen spreken elkaar hierin tegen.

F. Lantinga was afkomstig uit een geslacht van scheepsbouwers, die hun sporen verdiend hebben met ondermeer de bouw van Friese ronde jachten. De werf van Lantinga was in 1953 één van de oude werven die de tweede wereldoorlog overleefd hadden, en waar nog de kennis aanwezig was om een Fries jacht te kunnen en te willen bouwen. Lantinga had in de oorlog nog een paar ronde scheepjes gebouwd. De Bestevaer kan met recht het laatste jacht genoemd worden die gebouwd is door een scheepsbouwer van de vooroorlogse generatie, en die ook in die traditie gebouwd is. Na de bouw van de Bestevaer heeft het 10 jaar geduurd voor er weer een nieuw Fries jacht, welliswaar op een andere werf, te water werd gelaten.

De originele opmetingstekeningen bevinden zich in het Friese Scheepvaart Museum in Sneek. pgemeten 1986 door G.ten Cate getekend door H.Pels. Aan de hand van deze tekeningen heeft de heer Pels een perfect schaalmodel 1:10 gebouwd in 1987.
De originele opmetingstekeningen bevinden zich in het Friese Scheepvaart Museum in Sneek. pgemeten 1986 door G.ten Cate getekend door H.Pels. Aan de hand van deze tekeningen heeft de heer Pels een perfect schaalmodel 1:10 gebouwd in 1987.

Eigenschappen

Plaquette nummer:31 Zeil nummer: RD38
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Fries jacht

Bouw

Bouwjaar:1953 Ontwerper:F. Lantinga
Werf:F. Lantinga Werf plaats:IJlst
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:5,45 m Breedte berghout:2,41 m
Diepgang:0,50 m Masthoogte water:8,75 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1954 – 1964 A. Schermer, Arnhem ( Bestevaer)
1964 – 1986 De familie H. Pels, Velp ( Bestevaer)
1986 – 2008 G. ten Cate, Zuidlaren ( Bestevaer)
2008 – onbekend R.M.J. Halbertsma, Harlingen ( Bestevaer)

Geschiedenis

1953

december 1953

december 1953: De Bestevaer oud en nieuw op de werf van jachtbouwer Lantinga in IJlst

1954

1954

1954: De Bestevaer van de heer Schermer

De opdracht voor de bouw van de Bestevaer werd gegeven door de heer A. Schermer uit Arnhem. Hij had toen reeds ruime ervaring met de Friese ronde jachten. Uit het particuliere boekje dat de heer Schermer geschreven heeft bij de totstandkoming van deze Bestevaer citeer ik:

In de maand september 1944 ging het Friesche jacht “Argo”, gebouwd in Joure op de werf van Van der Zee, ten gevolge van oorlogshandelingen ten onder. In mei 1947 vond ik na lang zoeken in Aalsmeer bij Van Dam de “Bestevaer”, welke toen reeds in slechte toestand verkeerde. Maar omdat slechts een rondbodem mij kon bekoren, en het scheepje Zoodanig van grootte moest zijn, dat het door mij op de Rijn alleen gevaren kon worden, werd dit scheepje opgekalefaterd,dat het bleef drijven. In 1953 evenwel besloot ik bij den bouwer van dit jacht, een nieuwe romp te laten bouwen. De “Bestevaer” I was nl. in 1905 op de werf van L.Lantinga te IJlst gebouwd en de bouwer, die nu 72 jaar oud was en er nog wel “aardigheid” in had nam de opdracht aan. De oude “Bestevaer” I zal onttakeld worden en alles wat van dit scheepje nog goed bruikbaar is, zooals de zwaarden (die nog in goede toestand zijn, daar die in den loop de jaren reeds vernieuwd waren) alsmede het roer, de mast, de giek, staand- en lopend want en al het ijzerwerk, zal gebruikt worden voor de nieuwe “Bestevaer” II… Het schip wordt zonder tekeningen “zoo – maar – op – het – oog” gebouwd, rekening houdende met het beschikbare 22mm eikenhout dat eraan verwerkt wordt. Er komen slechts een zaag, hamer, beitel en dissel aan te pas – en alles met de hand. (zie voor de andere genoemde schepen het boek Het Friese jacht van de heer Vermeer)

Naast de eisen die hierboven al genoemd zijn, waren er nog twee specifieke eisen waaraan voldaan moest worden: Er moest door één persoon in het vooronder geslapen kunnen worden, en de boot moest iets hoger opgeboeid zijn dan gebruikelijk bij Friese jachten. Dit in verband met het vaargebied, de Rijn. De wilde golfslag die veroorzaakt werd door de beroepsvaart in combinatie met het stromende water vereiste een droger schip.

Eén volwassene kan er inderdaad goed zijn of haar nachtrust vinden.

1964

1964

1964: De familie H. Pels

De Rijn als belangrijk vaargebied

Zowel de eerste eigenaar als ook tweede hadden met hun Bestevaer een ligplaats bij de Zeil- en roeivereniging Jason in Arnhem met de Rijn als belangrijk vaargebied. Toen de familie Pels in 1964 eigenaar werd, was de Bestevaer al geen vreemd en onbekend schip meer. Dit in twee verschillende opzichten. De boot was al bekend vanuit de zeilvereniging, maar het onderhoud van de Bestevaer was in de voorgaande jaren gedaan door de heer Pels. Daarnaast werd er door de familie Pels omstreeks 1960 ook al met de boot gezeild. Een soort bruikleen dus. Toen op enig moment de heer Schermer met het aanbod kwam om de Bestevaer ook voor vakanties te mogen gebruiken is besloten om de boot over te dragen. De familie Pels werd daarmee de tweede eigenaar.
Toen ondergetekende eigenaar werd, was de uitgebreide inventaris opvallend. Alles duidde op een intensief en verantwoord gebruik. Een ingebouwd kooktoestel zat in de kuipbank, een zeepbakje, een ankerketting van 20?  meter, een zwarte kegel, een zwarte bal en een gerepareerde messing toeter in foudraal zijn dingen die me zo te binnen schieten. Maar er was nog veel meer bij. Curieus was ook de oude Penta buitenboordmotor die afhankelijk van het opwinden van het startkoord tijdens het starten voor of achteruit liep. Heel af en toe word ik nog wel eens aangesproken over deze motor. Blijkbaar was deze sensationeel.
Bijna alle jaren waarin de familie Pels eigenaar was werd de vakantie met het gezin met drie kinderen en hond gehouden in Friesland. Ieder jaar moest de IJssel als verplicht onderdeel met zo’n klein scheepje bevaren worden. Veelal op de motor. Naar mijn oordeel een prestatie.

1964

1964: Uit de Waterkampioen van 1964 blz. 786

De Bestevaer I als voorbeeld

Zoals de heer Schermer in het citaat in het begin van dit artikel reeds schrijft, is de huidige Bestevaer van 1953 gebouwd naar voorbeeld van de oude. Het voorland van deze oude Bestevaer (I) zou de slopershamer zijn. Dit is echter niet gebeurd. Het lot heeft anders bepaald. Er volgen nu twee teksten uit de Waterkampioen ze verhalen beide over het lot van de eerste Bestevaer. Wat er van klopt spreekt voor zich. De tekst is naar de letter overgenomen. Ook de fouten!

Stapelloop

Boeier Tsjeardbaes te water gelaten
Er kon al weer een sierlijk Fries boeiertje in het Stamboek worden ingeschreven. Van de jachtwerf Joh. Van der Meulen &Zn. Aan de Woudvaart te Sneek is zaterdagmiddag 30 mei de Tjeardbaes te water gelaten, waarmee de gelukkige en trotse eigenaar de heer E.W.Groeneveld te Diepenveen voorlopig de Friese wateren in de omgeving van Terhorne zal bevaren.
De heer Diepenveen ontdekte drie jaar geleden op de werf Admiraal te Hasselt een oud Fries jacht, genaamd Lutske, waar op een primitieve wijze een kajuit op was getimmerd. Het was vrijwel geheel verrot en bleek na de oorlog door een zeker heer Schermer uit Arnhem in Aalsmeer te zijn gekocht. Het heette toen Bestevaer. Daar op een van de spanten IJlst 1905 stond, vermoedde hij dat het bij Lantinga in IJlst was gebouwd, maar dat bleek niet zo te zijn.
De heer Lanting wilde het scheepje ook niet restaureren, maar wel een nieuwe boeier voor de heer Schermer bouwen.Deze ging daar echter niet op in en verkocht het boeiertje, waarna dit van hand tot hand ging en tenslotte in Hasselt terecht kwam. De heer Groeneveld kocht het en liet het naar de werf van de firma Joh. Van der Meulen & Zn., toen nog in Joure, vervoeren, vanwaar het met de firma naar Sneek verhuisde. Daar is het, omdat maar enkele inhouten en spanten nog gebruikt konden worden, geheel nieuw als boeier opgebouwd. Tevens is er 60 cm. tussen gezet, zodat de afmetingen nu 6 x 2.40 meter zijn.
Met recht noemde de heer Groeneveld voor de tewaterlating het boeiertje een werkstuk, dat door zijn fraaie lijnen een lust voor het oog is en door de vakkundige en degelijke afwerking ieders bewondering afdwingt. Van een oud afgedankt raspaardje heeft de heer van der Meulen met zijn medewerkers een nieuw pronkstuk van een schip gemaakt, aldus de spreker. Het snijwerk in de bollestal werd vervaardigd door zijn assistent Jan Sijsling, het leeuwtje op het roer gesneden door de heer Zwart te Joure.
De naam was nog geheim gehouden. Nu pas deelde de heer Groeneveld mede, dat deze “Tsjeardbaes zou zijn, waarbij hij herinnerde aan de suggestie, vorig jaar in de Waterkampioen gedaan, een rond schip naar de heer Van der Meulen te noemen als waardering  voor het werk, dat hij voor de herleving van de ronde jachten heeft gedaan.En toen doopte de jeugdige Rosemarie Groeneveld, stralend in haar oud-Fries costuumpje, waarin ze voor deze heugelijke gebeurtenis was gestoken, de ex Lutske met de nieuwe naam Tjeardbaes vlot in zijn element
Het zal de kenners opvallen, dat de mast te klein is. Deze en het tuig zijn echter nog van de Lutske en zullen door grotere vervangen moeten worden. Als hulpmotor is een 10 pk Albin benzinemotor geplaatst. 
B.B.

1966

1966

1966: Waterkampioen 1966: Zaterdag 14 mei 1966 werd in Drachten de boeier 'Frisia' te water gelaten

Zaterdag 14 mei 1966 werd in Drachten een boeier te water gelaten, die waarschijnlijk de kleinste boeier is die ooit in staal werd gebouwd. Aan de bouw van het stalen casco, dat omstreeks 1962 te Hasselt (Ov.) klaar kwam, en de tewaterlating in 1966 te Drachten is een hele geschiedenis verbonden.
Omstreeks 1956 kocht de oud schipper J.J.Kuiper het oude houten Friese jacht “Lutske” (ex. Bestevaer), waarvan werd verondersteld dat dit scheepje in 1905 door scheepsbouwer Lantinga te IJlst was gebouwd. Een van de vorige eigenaren, de heer Schermer te Arnhem, van de Bestevaer had al eerder door de inmiddels 72 jaar geworden Lantinga een nieuw Fries jachtje laten bouwen overeenkomstig het oorspronkelijke model. De oude Bestevaer kwam bij hem voor de wal te liggen. Lantinga nam een duik in het vooronder en verklaarde dit Friese jachtje niet te hebben gebouwd. Een publicatie hierover verscheen in de Waterkampioen, jaargang 1953, pagina 595.
Lantinga bouwde, evenals een halve eeuw geleden, “op het oog”. In de schuur werden twee stokken in de grond gestoken. De afstand tussen de stokken werd de lengte van de nieuwe Bestevaer tussen voor- en achtersteven. Over de grootste breedte van de oude Bestevaer werd een riem gelegd en daarop de breedte afgemeten; dat kwam uit op 2.46 meter. Ook de spanten werden op het oog gemaakt. Later bleek er vier centimeter verschil tussen de oude en de nieuwe Bestevaer. Het gereedschap bestond uit: een zaag, een paar schaven, wat boren een dissel en een hamer.
De oude 'Bestevaer' werd door diverse latere eigenaren weer wat opgekalefaterd en belandde na veel omzwervingen onder de naam "Lutske" in de kop van Overijssel en zo werd de heer Kuiper te Hasselt eigenaar. De nieuwe eigenaar kwam voor de keus te staan het jachtje een grondige restauratie te laten ondergaan of het in staal na te bouwen. Daar zijn zoon, van beroep monteur, al eerder bewezen had, al eerder bewezen had een verdienstelijk plaatwerker en lasser te zijn, werd door vader en zoon besloten het jachtje na te bouwen en het daarbij tevens van een kajuit te voorzien, waardoor een mooi boeiertje kon ontstaan. De oude Bestevaer stond voor de tweede maal model.
Met een grote dosis liefde voor dit werk en een vakmanschap, waarop vele gevestigde casco-bouwers jaloers kunnen zijn, werd door vader en zoon Kuiper een fraai stalen boeiertje gebouwd van ruim zes meter over de stevens bij 2.60 meter. Kuiper jr. had hiermee tevens bewezen een rond schip te kunnen bouwen, anders gezegd: hij had met succes de gildeproef afgelegd.
Een schip dat rond is heeft nergens stilstand. Dit betekend dat in de lijnen van de romp nergens iets recht mag lopen.Dit is de eerste eis waaraan bij de bouw van een boeier moet zijn voldaan. Aan dit eerste “gebod” maar ook aan de overige negen, voldoet het stalen boeiertje te Drachten. …………………………… , die onder de naam 'Frisia' de aandacht zal trekken van menige liefhebber op of aan het water.
De historie van de oude Bestevaer bevat voor schrijver dezes een aantal vraagtekens. Het zou interessant zijn om te weten of dit scheepje nog in de vaart is.

L. Kamminga

1986

1986

1986: Eigenaar Gerard ten Cate

De Bestevaer en Gerard ten Cate

Al op de middelbare school ging mijn belangstelling vooral uit naar de ronde– en platbodemjachten en het varen ermee. Een baantje als vrijwilliger in het scheepvaartmuseum in Groningen gaf daar blijk van. Van mijn ouders kreeg ik als 13 jarige jongen een schouwtje van ruim 4 meter gebouwd door Brandsma in Rohel. Een aantal jaren daarna kreeg ik van hen het kleine Friese jacht “Murkjen”. Na een aantal jaren werd dit jachtje te klein voor de manier waarop ik de watersport bedreef. Als vaste bezoeker van de kleine reünie in Heeg kende ik de Bestevaer en haar eigenaren de heer en mevrouw Pels uit Arnhem. Zij hadden wel eens te kennen gegeven hun Bestevaer op termijn te willen verkopen. Na het ontvangen van mijn eerste verdiende salaris in 1985 durfde ik bij hen de vraag neer te leggen of ik de volgende eigenaar van de “Bestevaer” zou mogen worden.

De “Bestevaer” heeft in de eerste vijfitg jaar van haar leven drie eigenaren gehad

Opvallend is dat de beide eerste eigenaren hun scheepje blijkbaar verkocht hebben vanwege hun leeftijd. Beiden waren in de zeventig. Toen ik het scheepje kocht werd mij verteld dat het onderhoud en varen ermee te zwaar werden.

Mevrouw Pels heeft al vrij snel na mijn vraag aan mijn moeder laten weten dat ik op de hoogte gehouden zou worden, als het besluit om te verkopen gevallen was. Ik had nogal een emotionele snaar geraakt. Het antwoord kon beter via haar worden gegeven. Aan het einde van de winter werd ik inderdaad gebeld en werd de vraag gesteld of ik nog belangstelling had. Dat had ik. Direct heb ik toegezegd de boot te zullen kopen. De enige voorwaarde was dat de heer en mevrouw Pels nog een seizoen met hun Bestevaer wilden zeilen in hun vertrouwde omgeving: de Rijn bij Arnhem. Zij zouden de Bestevaer in de zomer naar Friesland varen, en ik zou de Bestevaer na de reünie in Heeg overnemen. Na de emotionele overdracht op zondagavond kon ik haar meenemen naar haar nieuwe vaargebied: het Zuidlaardermeer. Tot dat moment had ik er nog nooit mee gevaren.

foto Theo Kampa
foto Theo Kampa

De Bestevaer nader bekeken

Uit de maten van het schip volgt al dat het naar de lengte gerekend een robuust scheepje is. Opvallend voor een jacht van de “oude tijd” is het vaste hoge voordek. Gebruikelijk bij de oudere Friese jachten is een diep gelegen los voordek. Bij de latere jachten, gebouwd bij andere bouwers tussen 1964 en nu, kom je het hoge afwaterende voordek vaker tegen. Bijkomend voordeel is een gunstiger krachtenverdeling in het zeilwerk tijdens het zeilen. Lantinga is hiermee bij zijn laatste twee Friese jachten (Jansje Maria en Bestevaer) blijkbaar trendsetter geweest.
Verder is het volle achterschip opvallend. De relatief grote breedte houdt bij de gevolgde bouwwijze bijna automatisch een vol voor - en achterschip in. Op foto’s genomen tijdens de verschillende evenementen waar de “Bestevaer” aan deelgenomen heeft valt dit scheepje dan ook op door het kielzog dat achter haar aan komt. Dat dit effect heeft op de snelheid mag duidelijk zijn. Het is echter niet zo dat ze ten opzichte van anderen ver achter blijft.
Ten slotte is het steil staande boeisel opvallend. Daar waar andere jachten en tjotters een sterk naar binnen vallend boeisel hebben, heeft deze Bestevaer dat niet. Wanneer de zwaarden in rust op de strijkklampen staan, kun je er nog achter zitten, of kun je over de banken van voor naar achteren lopen zonder moeilijke kapriolen uit te moeten halen. De in de oorlog door Lantinga gebouwde Jansje Maria heeft dit ook. Dit is iets dat bij boeiers algemeen voorkomt, en vaak als verschil aangegeven wordt tussen boeiers en Friese jachten.
In haar hele hoedanigheid is de Bestevaer een jacht met alle karakteristieken die de Lantinga schepen eigen zijn. Robuust,  sober, een krachtige berghoutslijn het ruitvormige plaatje in de mastkoker bij de mastbout en summier snijwerk. Op het moment dat ik eigenaar werd was duidelijk zichtbaar dat er veel onderhoud nodig geweest was. Op heel veel plekken waren er stukjes hout ingezet.
Vanaf 1986 zijn er structureel grote delen vervangen. Als eerste zijn het berghout aan stuurboord, het voordek en de zwaarden vervangen. In het oorspronkelijke voordek zat een constructie fout: De dekdelen zaten vastgespijkerd op het mastdoft. Omdat het doft een vlakke plaat is waar alle water dat op het voordek komt naar toe afloopt, waren de dekplanken blijkbaar al vaak ingewaterd. Toen ik de boot kocht bestonden de einden tegen de waterkering uit ingezette driehoekjes. Bij het vervangen van het voordek heeft het nieuwe 5 cm. extra dekronding gekregen. Sinds die tijd watert het normaal af. De met snijwerk uitgevoerde waterkering moest vanwege de extra dekronding ook vervangen worden. Het snijwerk op de waterkering was van hoge kwaliteit. Deze was gemaakt door de heer Pels er zijn twee elkaar naderende draken afgebeeld met daartussen een schild met de tekst “Rust Roest”. De nieuwe waterkering heeft snijwerk gekregen dat naar mijn mening meer in evenwicht is met het voorkomen van de boot.

16 Jaar na het vervangen van het stuurboord berghout was het berghout aan de andere kant, aan bakboord, aan vervanging toe. In de loop der jaren zijn er met regelmaat gangen vervangen. Deze werkzaamheden zijn allemaal in eigen beheer gedaan.

De geboorte van een zoon, de bouw van een nieuwe praktijk en drukke werkzaamheden zijn in 1995 aanleiding geweest om bij Scheepstimmerwerf de Hoop in Workum het zeilwerk en stevens te laten vervangen. Onder het zeilen begonnen de boeisels uit te bewegen.  Deze klus was toen te groot om zelf uit te voeren. Tegelijkertijd is toen ook een motorfundatie ingebouwd. Vanaf dat moment wordt er zonder de ontsierende buitenboordmotor gevaren. De ingebouwde motor beperkt weliswaar de ruimte in de kuip maar heeft geen merkbaar negatief effect gehad op de zeilprestaties. Wel is de stabiliteit groter geworden door het extra gewicht onder in het schip.

En …… we hebben nu een vaste tafel in de kuip.

1999

1999

1999: Op bezoek bij de familie van Pels

In het voorjaar van 1999 besloten we, op terugtocht van een vakantie, bij de heer en mevrouw Pels aan te gaan. Heel af en toe hebben we nog eens contact. De heer Pels sprak toen de wens uit nog eens met de Bestevaer te willen zeilen. Na 13 jaar hebben de heer en mevrouw Pels inderdaad zelf nog weer met de Bestevaer gezeild. Verbazingwekkend was het om te zien hoe vanzelfsprekend er na die jaren nog met de boot omgesprongen werd. Zelf had ik toen pas de ervaring om samen met de vorige eigenaar in mijn, maar net zo zeer ook zijn, boot te zeilen.  Voor mij was het een unieke ervaring te zien dat wij beiden op de zelfde manier met de boot omgingen. Met name doel ik hierbij op de wijze waarop schoten en vallen gehanteerd werden, maar ook op de manier waarop de zeilen getrimd en de zwaarden gesteld werden. Kortom hoe er gezeild werd. Blijkbaar nodigt de Bestevaer uit om volgens een zeker stramien handelingen uit te voeren.

2003

2003

2003: Delfsail 2003

Opvallend was de grote hoeveelheid spinthout in de boot en het gebruik van Amerikaans eiken in de huid boven water. Het gebruik van deze houtsoort in de jachtbouw is vanwege de doorlopende kanalen in het hout af te raden. De duurzaamheid is te beperkt. Mijn indruk was en is dat de Bestevaer op een grove manier in elkaar gespijkerd was tijdens de bouw.

Tijdens Delfsail 2003 kreeg ik een bevestiging van deze visie. We kwamen naast een sleepboot te liggen waarvan de eigenaar wist te vertellen dat hij een buurjongen geweest was van de Lantinga’s, en dat hun werf zijn speelterrein geweest was. Hij gaf een aantal algemene oordelen over Lantinga. Eén ervan was dat in zijn beleving Lantinga een “roege” bouwer was, of in ieder geval iemand die gaande de tijd steeds makkelijker over scheepsbouw en onderhoud ging denken . Feit is dat de Lantinga schepen die nog bestaan allemaal een zekere mate van stoerheid bezitten, en dat ze in tegenstelling tot schepen van een aantal andere bouwers spaarzaam versierd zijn.
Het voorgaande mag echter niet de indruk wekken dat de schepen van Lantinga lomp of slecht zouden zijn. Het zijn over het algemeen heel plezierige zeilschepen, die goed te hanteren zijn.
Hoewel de Bestevaer een heel andere schip is dan mijn eerste Friese jacht (eveneens gebouwd bij Lantinga) zijn het schepen met een zeer betrouwbaar zeilgedrag, die precies dat doen wat van ze verwacht mag worden. Ze zijn koersvast, en zijn met de juiste zeilvoering perfect te trimmen. Ditzelfde wordt door eigenaren van een aantal zusterschepen bevestigd.
Ooit waren we met ons gezin aan het zeilen, en ongelukkigerwijs kwam onze jongste zoon vast te zitten in het vooronder. Moeder en zoon waren niet bij machte het probleem te klaren. Op dat moment kon ik zonder enig risico bij het roer weg lopen om de helpende hand te bieden. Naderhand was er vooral bij moeder verbazing dat ik de boot zelf haar gang had laten gaan. Haar koers werd gewoon gevolgd.
Bij de Murkjen kon ik onder het zeilen op het voordek gaan liggen en de koers corrigeren door de fokkeschoot strakker of losser te doen. Er zijn meerdere Lantinga jachten waar dit mee kan. Een Fries jacht zoals de Bestevaer is een familieschip pur sang maar kan ook heel goed alleen gezeild en gevaren worden. Bij herhaling heb ik er alleen vakantietochten mee gemaakt.

Nu onze kinderen wat ouder zijn kamperen we af en toe aan boord. De twee zoons slapen dan in het vooronder. Wij kunnen de vlonders in de kuip omhoog halen en slapen dan op een “twee persoons” bed. We proberen dan op kleine schaal te evenaren wat de familie Pels jaar op jaar gedaan heeft, vakantie vieren op het water met de boot en het gezin.

De Bestevaer zou in theorie wel wat meer zeil kunnen voeren. De mast zou dan wat langer en zwaarder moeten zijn. De mast die er nu opstaat is wat aan de dunne kant en wordt onder het zeilen veiligheidshalve gestaagd met wegneembare wanten. Zelf zeil ik altijd  met deze wanten. De heer Pels gaf er de voorkeur aan ze niet te gebruiken. Een zwaardere mast kan niet zondermeer geplaatst worden, omdat de mastkoker grotere afmetingen niet toelaat. Een totale verbouwing van mastkoker, doft en voordek zouden dan nodig zijn. De mast was één van de onderdelen die van de oude Bestevaer I afkomstig was. De heer Schermer heeft de mast op deze Bestevaer een  tweetal keren overboord gezeild. Uit ervaring weet ik dat het huidige zeilplan tuig voldoet. Dat is anders is geweest blijkt wel uit het feit dat de heer Pels in 1964 de botteloef 30 centimeter heeft verlengd om de boot beter op het roer te laten te laten liggen. Hij heeft toen ook een grote katoenen fok laten maken. In 1990 is het tuig door Molenaar in Grou gemaakt, en de maximale mogelijkheden zijn bijna benut. Gerekend naar de maatstaven zoals die op de wedstrijdbanen gehanteerd worden, zou het achterlijk van de fok nog iets verder naar achteren mogen. Waarschijnlijk valt hier nog een rendementsverbetering te behalen. Wanneer er gereefd moet worden, volstaat bijna altijd een enkel rif in het grootzeil. De bestuurbaarheid blijft dan goed, de hanteerbaarheid wordt veel groter en de snelheid blijft gelijk. Meestal zijn er voor mij twee criteria om te gaan reven: de vleugel staat strak, of er komen schuimkoppen op het water.

Op het Zuidlaardermeer
Op het Zuidlaardermeer

Schijngangen

Omdat ik beroepsmatig getraind ben in het doen van metingen in de ruimste zin, zag ik er ook geen problemen in om schepen te gaan opmeten. Bij ondermeer een aantal Friese jachten maar ook andere schepen heb ik opmetingen gedaan en deze vastgelegd in tekeningen. Ook bij de Bestevaer heb ik dit gedaan. De vorige eigenaar, de heer Pels, heeft deze gegevens verwerkt en vertaald naar een lijnentekening. Aan de hand hiervan heeft hij een natuurgetrouw model schaal 1:10 gemaakt. Deze siert nog steeds zijn woonkamer. De tekeningen zijn nog nooit verder uitgewerkt. Wel zijn ze gepubliceerd in het boek “het Friese jacht”. Wanneer de tekeningen van de Bestevaer vergeleken worden met lijnenplannen van andere jachten, dan vallen de volle lijnen en de grote knikken in de dwarsdoorsneden op. De huid is gemaakt van brede eiken delen. Op de gangen is veelal een valse naad geschilderd zodat de suggestie gewekt wordt dat de romp uit smalle gangen gemaakt is. Bij het vervangen van gangen is in een aantal gevallen de suggestie gevolgd. Het resultaat is dat er nu werkelijk smalle gangen aanwezig zijn.

Evenementen

Het hebben van een boot als pleziervaartuig is in de allereerste plaats een aangelegenheid  voor je eigen genoegen. Dit geldt evenzeer voor een kano, een laser of welk ander vaartuig dan ook. Zeker geldt dit voor een eigenaar van een historisch vaartuig als een Fries jacht. Iedereen heeft zo zijn beweegredenen om voor een bepaald type boot te kiezen. Persoonlijke omstandigheden zoals het voor handen zijnde vaargebied, de hoeveelheid onderhoud die je aan een boot kunt en wilt besteden, de grootte van het gezin en het beschikbare budget zijn hiervoor mede bepalend. Voor mij zijn het ondiepe meer,  het zeilen, de belangstelling voor historische schepen, en een portie toevalligheid redenen geweest om met een Fries jacht te varen. Daarnaast vind ik het plezierig om boten te onderhouden en in een zo optimaal mogelijke conditie te houden. Ik heb een boot voor alle seizoenen. En niet slechts voor de zomer!
Voor mij is het dan ook niet vreemd om  eigenaar te zijn van een Fries jacht te zijn en begunstiger van het Stamboek en een boot te hebben die op hun schepenlijst staat. Gevolg van deze inschrijving is dat met de nodige regelmaat uitnodigingen voor allerlei wedstrijden en festiviteiten op de deurmat vallen. Wanneer ik op al deze uitnodigingen in zou gaan, dan kun je de hele zomer van evenement naar evenement varen. Je moet dus keuzes maken. De nautische evenementen zoals die tegenwoordig worden georganiseerd zijn naar mijn mening rechtstreeks te herleiden naar de activiteiten die het Stamboek vanaf het midden van de vijftiger jaren ontplooid heeft.
Ook de Bestevaer heeft haar bijdrage geleverd aan vele evenementen. Van verenigingswedstrijden tot nationale evenementen. In de boot zijn hier nog een aantal herinneringen in de vorm van bronzen “plaatjes” te zien. Ze geven een beeld van jaartallen en soorten evenementen. Alle drie de eigenaren hebben hier hun aandeel in gehad. Misschien is het een idee om dergelijke plaatjes bij Stamboekevenementen weer meer uit te gaan geven. Vastgespijkerd in de boot geven ze een deel van haar geschiedenis weer.
Wanneer iemand met een historisch vaartuig acte de presence geeft op een dergelijk evenement, ook al is dat een onderling evenement als de Regionale Fries Reünie in Heeg, doet hij of zij meer met zijn of haar boot meer dan alleen maar mooi zijn. Als beheerder van een cultureel erfstuk toon je dit. Even is jouw schip dan “publiek bezit”.
Blijkens de plaquettes die in de loop der jaren in de boot geschroefd zijn, was dat in chronologische volgorde op de volgende platbodemevenementen:

  • 1954 Overdracht statenjacht
  • 1954 Biesboschtocht Wv. de Amer
  • 1956 Westeinder
  • 1956 Bijlandtocht
  • 1960 Lustrumreünie Stamboek “Vlaggestokknop”
  • 1965 20e lustrum “de Zevenwolden”  Lemmer
  • 1975 40e Sneekweek
  • 1986 3e lustrum Regionale Friese Reünie
  • 1990 Palingtocht Heeg Amsterdam
  • 1990 Sail Amsterdam
  • 1994 40jr. Statenjacht Friso
  • ???? Wsv. Hollands Venetië

Dat er tijdens allerlei evenementen foto’s genomen worden zonder dat de eigenaar hiervan echt op de hoogte is,  en dat het plaatje dan voor publicatie geschikt is, blijkt soms bij verrassing. De “Bestevaer”  heeft 1x op de omslag van de Waterkampioen gestaan ( mei 1966), 2x op de omslag van de Spiegel der Zeilvaart (nr. 3  / 1982 en nr. 1 / 2000)  en ze staat op de augustusfoto van de Wooden-Boat kalender van 1994.
De foto op de Waterkampioen van 1966 is interessant omdat ze daar nog vaart met haar eerste leeuw en met de nog niet verlengde botteloef.

foto Woodenboat kalender
foto Woodenboat kalender

2008

5 mei 2008

5 mei 2008: Eigenares Ruerdtje Halbertsma

Op 5 mei 2008 is de Bestevaer overgedragen aan Ruerdtsje Halbertsma uit Harlingen. Zij zeilde daarvoor met de tjotter Krômwal die al van haar vader was geweest. Zelf heb ik op 2 mei 2008 nog meegevaren met de opening van de vaarverbinding tussen het Zuidlaardermeer en Bareveld bij Veendam. Op het meer werd een soort dans met boten opgevoerd op de Bolero van Ravell. De Bestevaer voer hier in mee.

Voor de verkoop is er stuurboord achter gedeeltelijk een nieuwe kimgang in het vlak gezet. De lengte hiervan was ongeveer 2,5 meter. Ook is er een nieuwe slotplaat gesneden met een klaverblaadje. Dit figuur komt voor in Ruerdtsje haar familiewapen.

Ruerdtsje heeft de Bestevaer opgehaald van Meerzicht en is direct via Schiermonnikoog naar Friesland gevaren. De boot kreeg een ligplaats in een botenhuis in Langweer.

Het schip is helaas (nog) niet weer 'actief' ingeschreven in het Stamboek.

2010

2010

2010: Gerard ten Cate schrijft in 2010 het volgende:

Na mijn zeilvakantie in 2009 mijn nieuwe boot, de hoogaars “de Zeeuw” lag er een mailberichtje waarin Ruerdtsje aankondigde de Bestevaer weer te willen verkopen. Tijdgebrek vanwege de aanschaf van een tjalk voor de chartervaart was de reden. Bij mij sloeg dit bericht zo in dat ik de hoogaars te koop aanbood, in de hoop dat ik daarmee geld vrij zou krijgen om “mijn” Bestevaer weer terug te kunnen kopen. Deze actie was niet succesvol. Waarschijnlijk was de economische recessie er oorzaak van. In 2010 heb ik de Bestevaer voor het eerst weer gezien. Combert Burger zeilde ermee. Ze zag er goed uit.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht