HN1

HN1 Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

De Hoornse schouw 'HN1' is gebouwd in 1916 op de werf van Heyman te Enkhuizen. De kosten voor het scheepje met een lengte van 8,5 meter, bedroegen fl 1000, -. Er zijn vier schouwen gemaakt van die lengte rond diezelfde tijd. In 1931 werd er een hulpmotor ingebouwd, een 6 pk bolinder benzinemotor. Voor de oorlog is de schouw naar Friesland verkocht en heeft daar verschillende eigenaren gehad. De laatste eigenaar was de visser Jan-Yekes Visser uit Laaxum, vissend onder nummer HL5. Hij heeft het schip verkocht in 1970 aan de familie Maters en de zeeschouw is vervolgens in de recreatie terecht gekomen.

De Hoornse schouw

In het boek "Ronde en Platbodemjachten" van Mr. Dr. T. Huitema staat over de zeeschouw geschreven:
De zeeschouwen zijn uit economische noodzaak ontstaan. Het ging weer eens slecht met de visserij op de Zuiderzee en de gebruikte schepen bleken te duur in bouw en onderhoud. Zo is men omstreeks 1900 begonnen een groter en robuuster schouw te bouwen, die zeewaardig zou zijn voor de visserman, die er in alle weersgesteldheden en jaargetijden mee op zee moest. De bouw van dit type is waarschijnlijk in 1898 door Wierda in Lemmer als eerste ter hand genomen. Wierda zelf had als jongeman gevaren op een visaakje en wist wat er geëist moest worden van een zeeschip. Door omstandigheden is hij later aan de wal opgeleid tot wagenmaker en in de buurt, van Akkrum woonachtig geweest. Hij heeft dus ook veel open schouwen gezien.

Wierda is in Lemmer een zwaarder type schouw gaan bouwen. Volgens mededelingen van zijn zoon waren al zijn schouwen 8 meter over de stevens. Thans vaart er nog een door hem in 1914 gebouwde zeeschouw, inmiddels als jacht verbouwd. Daar een zeeschouw onder moeilijker omstandigheden moest varen, werd ze veel breder gemaakt; 3 meter en meer, met meer oplopend voordek en een holte van ruim 1 meter. Verschillende van deze schouwen heeft Wierda zelf met zijn zoon naar de Hollandse wal overgezeild.
In Hoorn ontwikkelde zich in de loop van de jaren twintig en dertig tot een typische spekbakkenhaven. De latere schouwen zijn van ijzer en staal gebouwd. De zeeschouwen die aan de Hollandse wal werden gebouwd, onder andere bij Van Goor in Monnickendam, vertonen over het algemeen meer zeeg dan de Friese, terwijl hun voordek wat meer oploopt waardoor ze een wat gedrongen indruk maken. Ondanks de veel gebruikte aanduiding 'Hoornse schouw', zijn deze scheepjes ter plaatse niet gebouwd. De toevoeging geeft in dit geval aan dat schouwen op een bepaald moment een alles overheersende rol speelden in de Hoornse vloot. Rond de tweede wereldoorlog telde de Hoornse vloot zo'n 17 Zeeschouwen.
Meer informatie in onze publicatie "Hoornse schouwen".

Een deel van de Hoornse `spekbakkenvloot' begin jaren '50 met vooraan de HN1 van Klaas Blokker Jr. Vervolgens de HN20 van Arend de Beer, nu eigendom van Stichting De Hoornse Schouw, en de HN48 van Cornelis de Reus. De volgende nummers zijn niet goed leesbaar maar betreffen vermoedelijk de HN11 van de gebroeders Homan, de HN55 van Evert de Best en de HN53 van Jan de Best, ook wel 'de Spoorman' genoemd.

Eigen website

Eigenschappen

Plaquette nummer:204 Zeil nummer:
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Zeeschouw

Bouw

Bouwjaar:1916 Ontwerper:
Werf:Heyman & zn Werf plaats:Enkhuizen
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:IJzer Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:8,50 m Breedte berghout:3,20 m
Diepgang:0,75 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1959 – onbekend Klaas Blokker (visserij), Hoorn ( HN1)
onbekend – 1970 Jan-Yekes Visser, Laaxum ( HL5)
1970 – onbekend Fam. Maters
onbekend – onbekend J. Bakker, Hoorn ( Ondine)
onbekend – onbekend ( Vrouwe José)
1996 – 1999 F.W. Koenen, Den Helder ( HN1)
1999 – 2001 L.P. Borghuis, Zaandam ( HN1)
2001 – 2005 F. & N. Ratelband-Haas, Muiden ( HN1)
2005 – onbekend Stichting De Hoornse Schouw ( HN1)

Geschiedenis

1987

6 augustus 1987

6 augustus 1987: Geschiedenis Zeeschouw 'HN1' door K. Blokker

Archief SSRP: Gesproken met de heer Klaas Blokker (72 jaar) en zijn vrouw

Het gesprek begon naar aanleiding van de uitgebreide vragenlijst die ik had opgesteld in verband met de mogelijke restauratie van de voormalige HN1 (1949-1959). Een groot aantal gegevens en historische feiten had ik reeds opgetekend tijdens een gesprek met Klaas in mei 1986.
De visvergunning, hoewel als persoonlijk eigendom verleend, is Klaas op grond van zijn gevorderde leeftijd inmiddels ontnomen. Daar de lust tot vissen hem toch al vergaan is, verweert hij zich daar ook niet meer tegen. Drie generaties visserlui komen nu met Klaas ten einde. Zijn zoon is kok in de plaatselijke gevangenis en vaart alleen voor zijn plezier nog met de huidige HN1. Dit schip is gebouwd in 1934. Klaas heeft het in 1959 gekocht van de tweede eigenaar uit Stavoren. Alleen de eigenaars van de HW2 zijn met hun tijd meegegaan en vissen nog met modern materieel. Volgens Klaas is de teelt 1987 wel een stuk minder dan andere jaren, maar tegenwoordig wordt er nog altijd tussen de 2,5 á 3,5 ton besomd. Paling is duur en snoekbaars noteert f 9,5 per pond! In zijn tijd was er wel meer snoekbaars dan tegenwoordig, doch kregen ze hier maar f 0,60 per pond. De knecht kreeg indertijd van elke besomde gulden f 0,25. Had je twee knechten aan boord, dan kreeg elk f 0,20.

Het schip
Het vooronder was betimmerd met hardboard met latjes op de naden. Alles gelakt zodat de houtkleur bewaard bleef. Het deurtje was groen, bestond uit één stuk met een vierkant ruitje in het bovenste gedeelte en schoof opzij op een rails. Het scharnierde dus niet. Het deurtje schoof juist achter de mast langs in het vooronder. De mast stond op een voetje in de kajuit (liep dus dóór het dek). De boom zal zowat 0,70 m hoog geweest zijn en sloot aan op de kajuit. Hij was in tweeën verdeeld. Twee stukken van 0,80 m, samen 1,60 m. Het motorhuis (16 pk Lister) stond los van de boom. Tussen de boom en het motorhuis kan je dus van de ene zijde van het schip naar de andere zijde lopen. Deze tussengang tussen brug en motorhuis hechtte "de hoos". De dwarse planken konden er hier af en op deze plek werd het verzamelde water in het schip er met een emmer uitgeschept. In het vooronder stond een vuurduveltje tegen een ijzeren wandplaat. De afvoer liep door het dek naar boven. Bij het overkomen van de fok of bij water op het voordek werd het schoorsteenpijpje afgenomen. Er werd steenkool gestookt. De verlichting in het vooronder bestond uit een petroleumlamp. De voor-ondervloer liep slechts licht op tot aan het schot.

In het schot waren aan weerszijden twee open gaten zonder luiken. Daarachter (naar voren dus) was een kooi waar je desnoods krap aan met twee man in kon liggen. Daar weer achter was de ruimte voor de (anker)kabel. De vloer zelf bestond uit vurehouten planken bedekt met linoleum.
De overige indeling van het vooronder was als volgt: aan de linkerkant vanaf het deurtje tot aan het schot liep een smalle bank waar je allen op kan zitten. Aan de rechterzijde was een brede bank waar een man in de volle lengte op kan liggen. Zijn voeten steken door tot onder het broodkastje dat rechts van de mast bevestigd was. De patrijspoort zat er van het begin af aan in. De brede bank had 2 luiken. In het ene luik zat de steenkool; in het andere luik de pannen. Naast het vuurduveltje, onder de gaten in het schot, zaten nog 2 luiken aan weerszijden voor het opbergen van materiaal onder de kooi. De kuip werd in de ijzermenie gehouden en was dus bruin van kleur. In de kuip lagen vurehouten planken, die in de carboleum waren gezet. Met schrobben ging dat er aan de loopzijde natuurlijk steeds af. Aan beide zijden zaten drie houten klompen; de achterste voor het zwaard, de middelste voor de fok en de voorste voor de gei. De opstap vanuit de kuip naar de plecht werd gevormd door een plankje dat enerzijds op de bun steunde en anderzijds op een jerrycan. Alleen aan stuurbord-zijde, dus niet aan de deurtieskant. Alleen de spanten van het schip zijn geklonken; de rest is gelegd. Volgens Klaas is de bodem van 5 streep ijzer en de rest van 4 streep. De slinger van de motor zat niet naar achteren doch aan de kant van de hoos naar de bun toe. De motorafvoer liep onder de planken en het bankje door naar achteren, hoog daar af naar stuurboord, kwam verticaal langs de kuipwand door het bankje naar boven en eindigde in een gat aan stuurboordzijde net onder de kuiprand (nog zichtbaar). De brandstoftank bevindt zich onder het achterdekje. De bun moest altijd schoon zijn. Vooral in de zomertijd groeide deze snel dicht met als gevolg dat de vis stikte. Wel 3 á 4 keer ging men hellingen om schoon te maken en te teren. In klaas' tijd was de huid nog niet gegolfd. Verder voerde hij behalve het water in de bun en vistuig geen ballast. Het ankerleioog is origineel. Hellingen gebeurde in Broekophaven en Enkhuizen. Touwwerk werd met de netten mee getaand en om de 2 jaar vervangen. Tijdens het werk mocht er niets breken. Touwwerk haalde Klaas van Elburg. De ankerlijn was van vijgen en manilla (vierde lekker mee). Lengte 30 vaam (1,60m á 1,70m). Een vaam is eigenlijk de wijdte van een man's gestrekte arm. Bij het ankeren 's nachts (en slapen) werd de ankerlijn volledig uitgevierd zodat kon worden geprofiteerd van de maximale rek. Een stalen ankerketting werd niet gebruikt, omdat dit zo rukte. Als verlichting werd 's nachts slechts het lampje op de opstand gebruikt. De vallen werden belegd op twee maal twee houten klampen op de zijkant van de mast net boven de plecht.

's Nachts werd tegen het klapperen van de vallen het volgende gedaan: De giek werd aan de kuipwant vastgezet zodat het houten dubbelblok niet tegen de mast kon slaan. De vallen zelf werden twee aan twee om de mast gedrapeerd. Het roer kan worden vastgezet met een pen op een hoekijzer met gaatjes erin. Nergens op het schip was versiering aangebracht. Een vlag werd nooit gevoerd. Alleen voor de oorlog opereerden de zgn. "koopschuiten". Zolang zij vis zochten voerden zij wel een vlag. Zodra ze voorzien waren nier meer. Na de oorlog kon alleen gelost worden in de havens. In Huizen en Monnickendam kan dat bijv. wèl. In Muiden en Duyndam niet. Een auto voerde soms de vis af voor 2 cent per pond.
Klaas heeft met de HN1 de volgende vismethoden beproefd. Botvissen met zijden netten bij Wieringen, hoekwandvisserij, fuiken, snoekbaarsslepen (bij de wet verboden in 1961/1962). Dit laatste werd beoefend met 8 netten van elk 12 meter (3 meter hoog). Tenslotte nog vissen met de kistjes. Met deze laatste vorm van visserij heeft Klaas nooit "een stuiver" kunnen verdienen. Met het hoeken kon hij ook nooit z'n portie vangen, hoewel hij in 1964 toch het meeste ving terwijl degene die normaal altijd bovenaan stond met deze vorm van visserij het in dat jaar niet goed kon raden. Klaas was het sterkst in het snoekbaarsslepen. In één schot een keer 100 pond. In de zomer ging de vis niet in de bun. Het was beter die "droog" te laten sterven. Trouwens er viel weinig meer dood te gaan als Klaas ze uit het net had gehaald. De vis werd op een hoop rechts vooraan onder het opstapje naar de plecht verzameld. Al snel hing het schip dan helemaal scheef. De twee mogelijke standen van het helmhout hebben geen bijzondere toepassing. Staat het helmhout naar boven dan heet dat "Op de krul". Er was een visserman die hem altijd zo had staan en die werd dan ook "Kees op de krul" genoemd. Klaas voerde de bezaan alleen met vissen (snoekbaarsslepen). Bij zijn vader kwam de eerste motor er in 1931 pas in.
Klaas weet nog twee scheepjes te liggen in originele staat: De ED79 die in Durgerdam ligt. Gebouwd bij Van Goor te Monnickendam, evenals de HN30 die nu nog als jacht bestaat. Verder ligt er in Uitdam nog één die tot voor kort zelfs nog viste. De Hoornse vloot heeft maximaal uit 47 a 48 ijzeren schouwtjes bestaan met toen nog 2 á 3 botters. Dat was in 1934. Daarna zijn er geleidelijk vissers mee opgehouden. De reden van het vroege afstoten van botters was dat vanuit Hoorn voornamelijk de botvisserij werd beoefend en dit kon met kleinere scheepjes. In Volendam vissen nu nog 25 schepen en in Enkhuizen 10. Het scheepje van zijn vader dat ook bij Heijman is gebouwd is nu 71 jaar en bestaat nog steeds, volgens Klaas in min of meer originele staat. Heeft altijd in het hoekje van de haven van Enkhuizen bij het station.

Na het gesprek van Klaas nam Klaas ons nog mee naar zijn pakhuis waar het vol staat en hangt met zijn oude vistuig. Allerlei netten, fuiken, palingmanden, hoekwandtuig, kruiken, bakers, etc. De vlaggen van de bakers zijn gemaakt van oude parapluis en hebben twee witte stippen. De stelen zijn afwisselend rood en wit ge-maakt. Verder nog het oude vuurduveltje en de bezaar. Zijn oude bakfiets (voor de oorlog) waarmee hij zijn tuig vervoerde alsmede een houten visventerskar waarmee Klaas moeder ruim 40 jaar vis door Hoorn heeft uitgevent. Verder nog de ijsslee. In de winter werden met lange aan elkaar gespijkerde latten via een wak onder het ijs door uitgezet. Op het laatst gaf net nog een zet aan de lat en haalde snel terug zodat het loodje van het uiteinde van de lat schoot. Dan moest de bot worden opgeschrikt. Dit gebeurde door met eikehouten bielsen op het ijs te beuken. 's Ochtends ging men zo vroeg weg dat men bij zonsopgang bij de wakken was. Om elf uur 's ochtends kon men dan weer bij de afslag zijn en dan ging men weer naar de wakken toe waarvan men dan weer eens rond middernacht thuis kwam. De bot was 's winters duur. Klaas werkte nooit met handschoenen.
Gevraagd of er bij het zeilen wel eens een zeetje over kwam. Op een keer zaten ze met storm ergens aan de opperwal, zodat er weinig water stond. De golven waren zo hevig dat het water met bakken tegelijk naar binnen stroomde in de toch al zwaar tuig en vis beladen boot. De hele weg hebben ze toen staan hozen met emmers. Verder werd ook met windkracht 8 en 9 gevaren hoewel effectief vissen dan niet meer mogelijk was. Er werd dan een haven opgezocht.
Veel van de wereld heeft Klaas niet gezien, maar dat hoeft voor hem ook niet. Hij is eens drie dagen naar Parijs geweest en dat was lang genoeg. Verder één keer naar Duitsland. Toen hij daar die "druivetroep" had gezien, vond hij het ook wel weer welletjes. Zijn dagelijkse gang bestaat uit het zetten van een kopje thee 's ochtends om half zeven. Daarna naar tante Marie voor een "bakkie" en het laatste nieuws en verder nog een beetje langs de haven. In de stad (centrum van Hoorn) komt Klaas eigenlijk nooit. Alleen als hij wat nodig heeft. Opzoeken van oude bekenden zoals de Havenmeester van Harderwijk die hij goed kende en vissers daar gebeurt ook niet meer, omdat ze (bijna) allemaal dood zijn. Terugkijkend op zijn leven als visserman zegt hij: "Je wist niet beter of het hoorde zo". Per saldo is hij heel tevreden. Met zijn gouden oorringetjes, zijn schipperspet op en lijkt me daar, zo te zien, ook geen speld tussen te krijgen.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht