Jan Spanjaard (later Norma en Offemia)

Jan Spanjaard (later Norma en Offemia) Verdwenen

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier":
Deze grote boeier werd gebouwd voor de Rijks-loodsdienst in Den Helder. Voor de werf kwam de opdracht uiterst gelegen na een periode van grote slapte als nasleep van de grote landbouwcrisis. Algemeen wordt aangenomen dat de aan Holtrop van der Zee toegeschreven boeier die onder de naam "Norma" voorkomt in het Nederlandsch Jachtregister van 1925, de vroegere loodsboeier "Jan Spanjaard" is; als eigenaar staat vermeld W. Taekema te Den Helder. Weliswaar staat als lengte 18,00 meter vermeld, dat moet dan een foutieve opgave zijn geweest; de breedte 5,00 meter klopt wel en het bouwjaar 1901 is niet ver naast het eigenlijke bouwjaar 1898. 

De kleinzoon van de bouwer, Eeltje Romkema, schrijft hierover aan de heer Van Waning het volgende: "De `Jan Spanjaard' is in 1897 of 1898 gebouwd door mijn grootvader voor het loodswezen te Den Helder of Nieuwe Diep. Dat was nog weer een hele opleving weet ik nog wel na een hele periode van werkloosheid. In diezelfde tijd moest ook Terschelling een dergelijk schip hebben. Maar wat deed de Overheid in Den Haag. In laten schrijven, geen 2 of 3 tal uitnodigen, ieder had er recht op. De tekenaars moesten maar zorgen dat er een boeier kwam van 18M lengte. ... Op een teleurstelling is dat uitgelopen voor ons als bouwers en voor de Ingenieur H. te Terschelling of Harlingen die er alles al had op gezet dat het schip bij ons zou worden gebouwd. De bouw werd toegewezen aan een scheepsbouwer in Zuid Holland. Ik meen Papendrecht. Halverwege de bouw moest de romp worden afgebroken en één van de Gebrs. de Boer van de Lemmer werd aangezocht van verder te helpen voltooien. Wat zoiets voor mijn Grootvader betekende, dat zult U zich kunnen indenken. ...".

De 'Jan Spanjaard' met de latere naam 'Offemia' in de Waterkampioen in 1930 tijdens de openingstocht van de "Koninklijke"
De 'Jan Spanjaard' met de latere naam 'Offemia' in de Waterkampioen in 1930 tijdens de openingstocht van de "Koninklijke"

Uit deze regels blijkt dat destijds twee loodsschepen nodig waren, maar dat slechts één ervan, die de naam "Jan Spanjaard" kreeg, aan de Jouster werf werd gegund. Voor Eeltjebaas een grote teleurstelling dat hij niet beide schepen mocht bouwen. Overigens zal zijn zoon Auke wel het meeste werk aan deze boeier hebben verricht, uiteraard onder toezicht van de oude Eeltje. Zijn kleinzoon weet uit die dagen nog te melden "... dat grootvader zeide bij het bouwen van de "Jan Spanjaard": Ik ken it net mear goed sjen (Ik kan het niet meer goed zien). ..." (Eeltjebaas was toen al 75 jaar.)

Eigenschappen

Plaquette nummer:9052 Zeil nummer:
Categorie:V Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1898 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip:Rond Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:16,20 m Breedte berghout:5,00 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1898 – 1923 Rijksloodswezen, Den Helder ( Jan Spanjaard)
1923 – 1925 W. Taekema, Den Helder ( Norma / De Toerist)
onbekend – 1936 Graaf van Limburg Stirum, Noordwijk ( Offemia)

Geschiedenis

1898

1925

1930

1930

1930: Waterkampioen 1930

1936

1936

1936: Waterkampioen 1938: De 'Offemia' is verkocht naar Engeland

1955

1955

1955: Informatie van de 'Jan Spanjaard' in het Stamboekarchief

Op onze pagina "Papieren Schepenlijsten" in ons hoofdstuk "Stamboek" hebben we een overzicht opgenomen uit het Stamboekarchief "Verdwenen of gesloopte boeiers na 1890".

W.K. 1930 blz. 326
Foto van de grote boeier Offemia van Graaf van Limburg Stirum op de openingstocht.van de Koninklijke (zie ook W.S. 30 sept. 1930 blz. 296)
W.S. 1930/153 (deze boeier lijkt tot in details op de Rijksboeier Noord-Holland).

W.K. 1930 juni
blz. 393 Beschrijving van de zeilwedstrijden van Hollandia op het Brasememeer.
blz. 394 Foto van de grote ronde jachten in de wedstrijd van Hollandia van
links naar rechts, Offemia, Salamander en de Wester (deze foto ook in W.S.
blz. 153)
blz. 397 uitslag van de wedstrijd: 1. Offemia, Graaf van Limburg Stirum
2. Salamander, R.Schuil, 3. Seven Bells, Withof Kens.

W.S. 1931 blz. 341
Foto. Is dit wel de Offemia? Boeisel en zetboord geheel anders dan op de van W.K. 1930 blz. 326.

Jaarboekjes Koninklijke
Van Limburg Stirum komt als eigenaar voor van 1926 tot 1936. (Volgens W.S.
1925 blz. 110 heeft van L.S. de boeier Tourist lang 18,5 meter verkocht)

Werfboek XV blz. 293 t/m 297
Reparatie de boeijer Graaf van Limburg Stirum Noordwijk (1927) totaal
f 5.939,--. Werkloon 4467 uur a f 0,60 f 2.680,20
Hout en de rest (w.o. een nota van Abraham van Stolk ad. f 2.061,--) f 3.258,75, Opgeteld f 5.938,95
Dit schip zou de vroegere Jan Spanjaard zijn.

Br. Romkema 26 Sept. 1952
Het gangboord of waring liep door tot het achterschot. Dit had o.a. de
Jan Spanjaard bij het loodswezen te Nieuwe Diep.

Br. Romkema 12 okt. 1952
De Jan Spanjaard is in 1897 of 1898 gebouwd voor het loodswezen te Den
Helder (schipper de Wijn). Er was wel een blauwdruk van, maar het schip 4
is geheel op het oog gebouwd enkel de lengte, breedte en holte was van te
voren opgegeven. En ik weet nog wel dat grootvader zeide bij het bouwen
van de Jan Spanjaard: ik ken it net meer goed sjen.

Werfboek XVI blz. 55
Het Rijksvaartuig Jan Spanjaard ten dienste van het loodswezen gebouwd
in 1898. Handschrift van Eeltje Baas , Lengte wordt niet gegeven, deze moet
ongeveer zijn: voorend 26 voet, roef 25 voet, stuurstoel 6 voet, samen
57 voet (= + 16 meter). Hoog voor 9 voet 2 duim. Hoog achter 8 voet 2 duim.
Hol 1 meter 85 duim. Zwaarden lang 16 v0et 6 duim en breed 6 voet 4 duim.
Volgens jachtschipper Hoeksema (Ouderhoek VanBlijdenstein) was Wiebe Talkema schipper op de Offemia.

Jachtreg. 1925
Norma. Eigenaar W. Talkema, Den Helder, houten boeier, overdekt 50 ton,
lang 18.20 m. breed 5 meter, diep 1 meter. Bouwer Holtrop van der Zee 1901.
Volgens schipper de Moed v.h. Z.Z. Museum die ook op dit schip heeft gevaren is de Offemia naar Engeland verkocht.
Volgens Jaarboekje Koninklijke is de Offemia groot 70 ton, de Almeri 68 ton;
dus moet de Ofremia ook 18 meter lang zijn. Zij kan dus niet de Albatros II zijn geweest.

Supplement J.R, 1922 blz. 36
Boeier Tourist eig. Graaf Van Limburg Stirum, Noordwijk, geen verdere gegevens.

2005

2005

2005: De 'Jan Spanjaard' (latere namen Norma, Offemia) in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

Over de historie als loodsschip zal wel het een en ander te vertellen zijn; dat hebben wij echter niet uitgezocht. Na een diensttijd van ongeveer 25 jaar werd het zeilschip vervangen door een motorschip en werd de "Jan Spanjaard" verkocht aan een particulier. Algemeen wordt aangenomen dat de aan Holtrop van der Zee toegeschreven boeier die onder de naam "Norma" voorkomt in het Nederlandsch Jachtregister van 1925, de vroegere loodsboeier "Jan Spanjaard" is; als eigenaar staat vermeld W. Taekema te Den Helder. Weliswaar staat als lengte 18,00 meter vermeld, dat moet dan een foutieve opgave zijn geweest; de breedte 5,00 meter klopt wel en het bouwjaar 1901 is niet ver naast het eigenlijke bouwjaar 1898. Waarschijnlijk was het schip bij Taekema in de verhuur beland. Enkele jaren later is het onder de naam "Offemia" eigendom van Graaf van Limburg Stirum te Noordwijk. Ongetwijfeld moet de transformatie tot plezierboeier met omvangrijke werkzaamheden gepaard gegaan zijn. Welke werf dat heeft uitgevoerd weten we niet. In de `Waterkampioen' van 1930 komt een fraaie foto voor van de "Offemia" tijdens de openingstocht van de 'Koninklijke'.

Verkocht naar Engeland

Als van zoveel grotere boeiers was het lot van de "Offemia" om naar Engeland verkocht te worden. Dit zou in 1936 hebben plaatsgevonden. De Waterkampioen' maakt er in de rubriek De Uitkijk pas twee jaar later melding van. Wat zijn lot aldaar is geweest weten wij niet.

2008

februari 2008

februari 2008: Twee Loodsboeiers en een oude scheepswerf in Papendrecht

Peter Tolsma schrijft in de Spiegel der Zeilvaart van februari 2008 het volgende:
Soms word je opeens verrast door informatie waarvan je niet meer had verwacht dat die nog boven water zou komen. Ik heb de heer Vermeer mogen helpen bij het schrijven van zijn boek De Boeier. We hebben na veel speurwerk naar de herkomst van boeiers soms moeten besluiten niet verder te zoeken. De reden daarvoor was dat verdere duidelijkheid op dat moment uit bleef. Op de pagina's 126 en 127 van het boek staat in de beschrijving van de boeier 'Jan Spanjaard' over de brief, die Eeltje Romkema schreef aan de heer van Waning in 1952. Groot was mijn verassing toen ik onlangs een brief mocht ontvangen van de heer J.M. van der Esch uit Papendrecht.

Alle nieuwe informatie heeft hij gebundeld in het bewuste artikel. Een maand later publiceerde J.M. van der Esch een artikel over de werven in Papendrecht.

Lees het hele verhaal in ons hoofdstuk "Uit het Stamboek": Twee Loodsboeiers en een oude scheepswerf in Papendrecht.

2015

november 2015

november 2015: Foto's van Pieter de Boer, wiens vader Poppe de Boer gevaren heeft op de 'Offemia' van Graaf van Limburg Stirum

Foto 3
Foto 3

Op de eerste foto op het schip staat de Graaf voor en mijn vader midden in achter.
Op de tweede foto zit de havenmeester Pipa de Groot links en 2e van rechts mijn vader Poppe de Boer. Verder onbekend.
De Graaf was gouverneur van Indonesië geweest, dat verklaart misschien de donkere kok op het schip op de eerste en derde foto.

Foto 2. De man met snor, links op de foto, is Wiebe (Wybe) Taekema
Foto 2. De man met snor, links op de foto, is Wiebe (Wybe) Taekema
Foto 1
Foto 1

2016

17 januari 2016

17 januari 2016: Reactie van Wybe Taekema via het reactieformulier

Naar aanleiding van uw artikel over de "Jan Spanjaard", heb ik uit familiegegevens enkele aanvullingen. Mijn opa Wiebe (Wybe) Taekema kocht in 1923 "een in prima staat verkerend inspectievaartuig van het loodswezen, dat op de Rijkswerf in Den Helder als domeingoed was aangeboden". Hij richtte het in tot plezierjacht. En doopte het "De Toerist".
Behalve de schipper, Wiebe Taekema bestond de bemanning uit een wisselend aantal knechten; o.a. Kees Terpstra (kok-hofmeester), Poppe de Boer (in het artikel genoemd), Marten van de Akker, broer Piet Taekema en zijn zoon (mijn vader) Doekele Taekema. De boeier is aan de graaf Van Limburg Stirum verkocht onder nadrukkelijk beding dat Wiebe Taekema als gezagvoerder bij de graaf zou blijven werken. Hij is dan ook tot zijn overlijden in 1937 bij de graaf in dienst geweest. 

23 maart 2016

23 maart 2016: Onderzoek naar de Stamboom van Wybe Taekema eigenaar/schipper van de 'Offemia'

door kleinzoon Wybe Doekelsz Taekema

Wybe Taekema, dit is de schrijfwijze zoals die de laatste tijd wordt gebruikt. Maar in de “boeken” komt men Wijbe, Wiebe en Wybe tegen. Ik ga verder met WYBE. 
Wybe Taekema werd op 14 oktober 1880 in Franeker geboren  als zoon van Doekele Taekema  en Baukje Molenaar.  Vader was schipper/eigenaar van een tjalk en voer met landbouwproducten rondom de voormalige Zuiderzee en de Waddenzee.  Wybe kreeg nog 3 broers en een zus.
Wybe is op 4 februari 1909 in Harlingen getrouwd met Dirkje Bakker. Dochter  uit een Urker vissersfamilie. Het beroep van  Wybe was toen al “Jacht kapitein”.  Ze kregen samen 1 dochter (vroeg overleden) en 3 zoons. Van  1910 tot 1914 heeft hij met vrouw en kind in Engeland gewoond. Waarschijnlijk in Brightlingsea. Rond 1913 was hij in dienst bij de Engelse schrijver Arnold Bennett als kapitein. Met  Bennett  heeft hij een reis gemaakt vanuit Oostende via de Belgische kanalen en de Zeeuwse  wateren en Hollandse rivieren naar en rondom de Zuiderzee en vervolgens  de via de Duitse Waddeneilanden naar de Baltische zee en weer terug naar Engeland.  Een en ander is beschreven in het boek “From the log of de Velsa” van Arnold Bennett in 1914. In het begin heeft hij met de “Velsa” nog een aantal dagen in de haven van Veere op helling gelegen, omdat er tijdens de overtocht over de Westerschelde lekkage was op getreden.
In 1914 is hij weer naar Den Helder  teruggegaan ivm met de Eerste Wereldoorlog. In 1923 heeft hij dan de loodsboeier  gekocht en verbouwd tot jacht.  En is hij op den duur bij Graaf Van Limburg Stirum in dienst gekomen. 

Na het gereedkomen van de 'Toerist' ('Norma') in de tweede helft van 1923 werd de maidentrip van Den Helder via de Zuiderzee naar Amsterdam gemaakt. Met aan boord  Wybe, zijn vrouw en de drie zoons. Een zwager Geert Bakker  en zijn vrouw en twee dekknechten. Tijdens deze trip is er een watervliegtuig  afkomstig van vliegkamp de MOK op Texel, op enige afstand voor het schip in het water gestort.  De Taekema’s zijn meteen in actie gekomen om de inzittenden te redden.  De vlieger was ernstig gewond.  Een tweede watervliegtuig landde in de buurt van de 'Toerist' en heeft men de gewonde piloot overgebracht naar het tweede vliegtuig. De waarnemer van dit vliegtuig en de eerste waarnemer  werden in Wieringen aan land gezet en kon de reis worden vervolgd.  Rond 1930 komt de naam 'Offemia' in beeld.

Wybe is op 26 september 1937 in Den Helder overleden.
Bovenstaande heb ik uit eigen stamboomonderzoek bij o.a. Genlias, uit het boek van Bennet  en familiearchief.

Wybe Doekelsz Taekema, maart 2016

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht