Maartje

Maartje

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek 'De Boeier':
Het later tot boeier omgebouwde open Friese jacht liep in 1892 onder de naam 'Annie' van stapel bij Eeltje Holtrop van der Zee, voor rekening van de Amsterdamse houthandelaar C.A. Volk. Deze had in 1883 al een kleiner open jacht met een lengte van 6,25 meter door Eeltjebaas laten bouwen. Uit de notities uit het werfboek blijkt dat Van der Zee dit eerdere jacht terugnam en dat daarbij een bedrag van 850 gulden werd verrekend. Het nieuwe jacht kreeg opnieuw de naam 'Annie'. Met een lengte over de stevens van 8 meter was dit het grootste Friese jacht dat Eeltjebaas heeft gebouwd.

De heer Volk was gewoon met zakenrelaties vaartochtjes te maken op de Amstel buiten Amsterdam. Wij weten het niet zeker, maar het lijkt waarschijnlijk dat hij het oude jacht op den duur niet geschikt genoeg vond en daarom een groter heeft laten bouwen. Nauwelijks een jaar na de aflevering van het nieuwe jacht speelde zich het volgende drama af. Tijdens een dergelijke zeiltocht met Engelse relaties werd de 'Annie' van achteren overvaren door een zogenoemde Landbouw-boot, die een beurtdienst met stoomboten onderhield van Groningen over Sneek naar Rotterdam. Mevrouw Volk en een Engelse gast kwamen daarbij in de Amstel terecht en verdronken.

Tekening van de Boeier 'Maartje' voor de oude werf in Joure (tekening Ger Dijs, collectie FSM)
Tekening van de Boeier 'Maartje' voor de oude werf in Joure (tekening Ger Dijs, collectie FSM)

Van Fries jacht naar Boeier

Na deze gebeurtenis kwam de "Annie" in handen van de Leeuwarder koopman G.H. van der Meulen. Hij veranderde de naam in "Vrouw Romkje". Van der Meulen was bestuurslid van de Zeilvereeniging `Oostergoo' en komt dan ook verschillende keren voor in deelnemerslijsten in het verslagenboek van deze vereniging. In zijn boek 'Voor de wind' beschrijft de Amsterdamse politiecommissaris H. Voordewind op haast lyrische wijze een ontmoeting met het jacht "Vrouw Romkje" op het Sneekermeer, toen hij als jongeman een tochtje per motorboot door Friesland maakte met een Frans echtpaar. Tot zijn overlijden in 1914 bleef het jacht in het bezit van Van der Meulen. Daarna was het korte tijd eigendom van N. Siebesma te Leeuwarden, wie het kennelijk niet beviel. Mogelijk vond hij het te groot, want hij deed het een jaar later alweer van de hand. De "Vrouw Romkje" werd in 1915 eigendom van de Akkrumer oliefabrikant W. Smilda. Omdat mevrouw Smilda 'niet tegen wind (en regen) kon vroeg Smilda aan Auke van der Zee er een kajuit op te bouwen. 

Eigenschappen

Plaquette nummer:4 Zeil nummer: RC35
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1892 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:8,08 m Breedte berghout:3,25 m
Diepgang:0,65 m Masthoogte water:12,30 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1892 – 1894 C.A. Volk, Amsterdam ( Annie)
1894 – 1914 G.H. van der Meulen , Leeuwarden ( Vrouw Romke)
1914 – 1915 N. Siebesma, Leeuwarden ( Vrouw Romke)
1915 – 1927 W. Smilda, Akkrum ( Annie)
1927 – 1928 A.K.J. Koch, 's Gravenhage ( Annie)
1928 – 1930 J.W. Alberda, 's Gravenhage ( Annie)
1930 – 1937 M. Sanders, Amsterdam ( Annie)
1937 – 1942 C.R. de Vries, Amsterdam ( Annie)
1942 – 1946 R. (Rudolf) G.G. Wortelboer, Hoogezand ( Annie)
1946 – 1951 C. Sluizer, Aerdenhout ( Maartje)
mei 1951 – juni 1951 E. van Os, Heemstede ( Maartje)
mei 1951 – 1966 C.J.W. van Waning, Bilthoven ( Maartje)
1966 – +/- 1970 Fam. Ingen-Housz, Rotterdam ( Maartje)
+/- 1970 – 1980 E. Jordens, Bilthoven/Zwolle ( Maartje)
1980 – onbekend J. Landmesser, Antwerpen ( Maartje)
2003 – 2017 Stichting Boeierbehoud Maartje, F.R. van der Zee, De Bilt ( Maartje)
2017 – Nu (laatst bekend) A.H. Schampers, Someren ( Maartje)

Geschiedenis

1917

1917

1917: 'Van Fries jacht verbouwd naar Boeier

De "Vrouw Romkje" werd in 1915 eigendom van de Akkrumer oliefabrikant W. Smilda. Omdat mevrouw Smilda niet tegen wind (en regen) kon' vroeg Smilda aan Auke van der Zee er een kajuit op te bouwen. Deze wilde het werk van zijn vader niet bederven. Daarom kwam hij met Smilda overeen het schip grondig te verbouwen tot een echte boeier en zo geschiedde in 1917. In werfboek XIV is daarover een aantekening te vinden. De oorspronkelijke, rijk versierde, bedelbalk kon niet gehandhaafd worden. Auke van der Zee zou deze hebben afgestaan aan de Delftse hoogleraar in de scheepsbouwkunde professor Vosnack, die hem in een kleine tentoonstellingsruimte bij zijn afdeling zou hebben bewaard. Na de verbouwing werd de boeier herdoopt in 'Annie', naar Smilda's dochter, waarmee de oorspronkelijke naam terugkeerde.

1953

1953

1953: Geschiedenis Boeier Maartje tot 1953 door Archivaris SSRP

1986

1986

1986: Brief oud-eigenaar C.J.W. van Waning aan ander oud-eigenaren met verzoek om informatie

2005

2005

2005: De Boeier 'Maartje' in het boek 'De Boeier' van Dr. Ir. J. Vermeer

In 1951 kwam de "Maartje" in handen van de familie Van Waning. Er bestaat nog een foto van de boeier liggende in de Keizersgracht. Van Waning heeft een grote rol gespeeld als initiator achter de herleving van de belangstelling voor de ronde en platbodemjachten, met name zijn rol als secretaris van de Commissie Friese Ronde Jachten en daarna als eerste voorzitter van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Vanzelfsprekend speelde de boeier "Maartje" in die eerste jaren bij alle zomerreünies van de stichting een rol, vanaf de eerste reunie in Grouw op 4 en 5 juli 1953 en zeker bij de waterspelen waarvoor haar eigenaar een grote voorliefde had.

De 'Maartje' admiraalschip tijdens de allereerste reünie in Grouw in 1953
De 'Maartje' admiraalschip tijdens de allereerste reünie in Grouw in 1953

Bestek (volgens werfboek)

Een jagt voor de Heer C.A. Volk, Amsterdam.
Lang 28 voet.
Vorend 11 voet 7 duim, achteren 3 voet 10 duim.
Voor hoog net achter mastbank 5 voet 6 duim,
achter bij de steven en beide op de kil 5 voetduim.
Hol op de zetboorden 4 voet 71/2 duim.
Boeizel breed met de zetboorden 19 duim.
Wijd binnewerk 10 voet 6 duim.
Bovenkant van de zeilbank op de kil 3 voetduim.
Koker wijd 81/2 duim.
Zwaarden (niet vermeld).
Toe op de oude boot acht hondert en vijftig Guldens.
Zie: Werfboeken en bestekken Eeltje Taedzes Holtrop - IJlst, Eeltje Holtrop van der Zee en Auke van der Zee - Joure

Eerste eigenaar en opdrachtgever C.A. Volk uit Amsterdam

Sommige jachten hebben slechts weinige eigenaars gehad doordat ze lange tijd in één familie of bij één eigenaar bleven, andere daarentegen hadden er vele. De boeier "Maartje" is zo'n schip; hij heeft een bewogen geschiedenis. Een der vroegere eigenaren, kapitein-ter-zee b.d. C.J.W. van Waning, de stuwende kracht en eerste voorzitter van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, heeft zich veel moeite gegeven de complexe historie te ontrafelen. Hij heeft veel bijzonderheden betreffende dit schip schriftelijk vastgelegd en ook zijn verschillende anekdotes uit zijn mond overgeleverd. Die bewogen geschiedenis begon al een jaar na de oplevering.
Het later tot boeier omgebouwde open Friese jacht liep in 1892 onder de naam "Annie" van stapel voor rekening van de Amsterdamse houthandelaar C.A. Volk. Deze had in 1883 al een kleiner open jacht met een lengte van 6,25 meter door Eeltjebaas laten bouwen (duidelijk in het kielzog van 'admiraal' Clignett, zie hiervoor bij "Albatros"). Uit de hierboven weergegeven notities uit het werfboek blijkt dat Van der Zee dit eerdere jacht terugnam en dat daarbij een bedrag van 850 gulden werd verrekend. Het nieuwe jacht kreeg opnieuw de naam "Annie". Met een lengte over de stevens van 8 meter was dit het grootste Friese jacht dat Eeltjebaas heeft gebouwd.
De heer Volk was gewoon met zakenrelaties vaartochtjes te maken op de Amstel buiten Amsterdam. Wij weten het niet zeker, maar het lijkt waarschijnlijk dat hij het oude jacht op den duur niet geschikt genoeg vond en daarom een groter heeft laten bouwen. Nauwelijks een jaar na de aflevering van het nieuwe jacht speelde zich het volgende drama af. Tijdens een dergelijke zeiltocht met Engelse relaties werd de "Annie" van achteren overvaren door een zogenoemde Landbouwboot, die een beurtdienst met stoomboten onderhield van Groningen over Sneek naar Rotterdam. Mevrouw Volk en een Engelse gast kwamen daarbij in de Amstel terecht en verdronken.

Historie

Na deze gebeurtenis kwam de "Annie" in handen van de Leeuwarder koopman G.H. van der Meulen. Hij veranderde de naam in "Vrouw Romkje". Van der Meulen was bestuurslid van de Zeilvereeniging `Oostergoo' en komt dan ook verschillende keren voor in deelnemerslijsten in het verslagenboek van deze vereniging en wel in de jaren 1895 t/m 1898, 1901 en 1908. Ook vonden wij de "Vrouw Romkje" tweemaal vermeld in deelnemers-lijsten van de Sneeker Hardzeildag, in 1902 en 1903. In zijn boek 'Voor de wind' beschrijft de eerder genoemde Amsterdamse politiecommissaris H. Voordewind op haast lyrische wijze een ontmoeting met het jacht "Vrouw Romkje" op het Sneekermeer, toen hij als jongeman een tochtje per motorboot door Friesland maakte met een Frans echtpaar. Tot zijn overlijden in 1914 bleef het jacht in het bezit van Van der Meulen. Daarna was het korte tijd eigendom van N. Siebesma te Leeuwarden, wie het kennelijk niet beviel. Mogelijk vond hij het te groot, want hij deed het een jaar later alweer van de hand; twee jaar later kocht Siebesma het iets kleinere door Eeltje Holtrop van der Zee in 1895 gebouwd Friese jacht, dat hij de naam "Argo" gaf.

Verbouw van Fries jacht naar Boeier

De "Vrouw Romkje" werd in 1915 eigendom van de Akkrumer oliefabrikant W. Smilda. Omdat mevrouw Smilda 'niet tegen wind (en regen) kon' vroeg Smilda aan Auke van der Zee er een kajuit op te bouwen. Deze wilde het werk van zijn vader niet bederven. Daarom kwam hij met Smilda overeen het schip grondig te verbouwen tot een echte boeier en zo geschiedde in 1917. In werfboek XIV is daarover een aantekening te vinden. De oorspronkelijke, rijk versierde, bedelbalk kon niet gehandhaafd worden. Auke van der Zee zou deze hebben afgestaan aan de Delftse hoogleraar in de scheepsbouwkunde professor Vosnack, die hem in een kleine tentoonstellingsruimte bij zijn afdeling zou hebben bewaard. Na de verbouwing werd de boeier herdoopt in "Annie", naar Smilda's dochter, waarmee de oorspronkelijke naam terugkeerde.
Smilda gebruikte het vernieuwde schip vrij intensief, 's zomers voor lange tochten over Zuiderzee en grote rivieren en ook voor zakenreizen naar Sneek en Amsterdam. Zijn schipper was Gerrit Rijpkema en over hem weet Van Waning het volgende te vertellen: ... Het was aan boord traditie dat na vertrek uit Staveren eerst een borrel geschonken werd wanneer Urk in zicht kwam. `Urk in zicht' had dus aan boord een bijzondere betekenis, ook voor Gerrit Rijpkema. Bij tegen- of weinig wind duurde het de brave schipper echter wel eens wat lang. Hij werd dan onrustig tot hij het niet meer kon uithouden. Dan kwam hij uit het voorluik, wees met overtuiging op de (lege) horizon en riep (in het Fries natuurlijk): Mijnheer, ik zie Urk al'.
Smilda stierf in 1924. Vermelden wij nog dat de boeier "Annie" (ex "Vrouw Romkje") voorkomt in het Nederlandsch Jachtregister van 1925 op naam van (de zoon) J.H. Smilda te Akkrum; het bouwjaar staat foutievelijk als 1875 opgegeven. In 1951 herkende deze zoon het schip van zijn vader en wist te vertellen dat de oorspronkelijke bedelbalk van het open jacht zich inderdaad in Delft moet bevinden in de sierkunstverzameling van professor Vosnack.

Vanaf 1927

De dan aanbrekende periode was voor de ronde-jachtenvloot zeer ongunstig, mede door het slechte economische klimaat. Voor de boeier "Annie" begint een periode van snelle eigenaars-wisselingen. De heer Van Waning heeft geprobeerd deze wat de chronologie betreft zo goed mogelijk te achterhalen, wat hem niet helemaal gelukt is. De "Annie" werd in 1927, kennelijk met moeite, verkocht aan A.K.J. Koch te Den Haag, werkzaam op het hoofdkantoor van de PTT. Deze verkoopt haar een jaar later weer aan ir J.W. Albarda, de voorzitter van de toenmalige SDAP en latere minister van Waterstaat. Deze veranderde de naam in "Pompeblêd" en zou hem tot omstreeks 1935 in bezit hebben gehad. Zijn zoon, ir J.H. Albarda, is later naar Canada geëmigreerd en heeft daar een model van het schip gemaakt. Een van de anekdotes die kleinzoon J.W. Albarda aan de huidige eigenaar heeft verteld, luidt aldus: ... Omdat mijn grootvader erg onhandig was (hij kon nog geen schilderijtje ophangen) nam hij iemand in dienst om de "Pompebléd" te onderhouden. Hij werd de Oude Schipper genoemd. Op een zomerse dag was mijn vader gaan zeilen en de Oude Schipper stond aan de helmstok. Er stond een stevige wind en het schip had een flinke vaart. Mijn vader kneep hem, toen het schip over waterplanten heen stoof. Hij vroeg de Oude Schipper. 'Is het water hier niet erg ondiep?' Deze antwoordde rustig: 'In Nederland is het water altijd diep genoeg, maar soms is de bodem te hoog.' Uit die tijd dateert de bijgaande fraaie foto van de boeier onder zeil.
Daarna komt het schip in handen van de bankdirecteur M. Sanders te Amsterdam (1935-1937), die de naam zou hebben veranderd in "Maartje". De volgende eigenaren zijn C.R. de Vries (1937-1942), J. Wortelboer (1942-1946), beiden eveneens woonachtig in Amsterdam en G. Sluizer te Aerdenhout, die een textielhandel had aan de Keizersgracht te Amsterdam (1946-1951). Deze eerste naoorlogse eigenaar schrok niet terug voor een grote tocht; in 1948 man hij deel aan de viering van het 100-jarig bestaan van de Koninklijke Zeilvereeniging `Oostergoo' in Grouw en zeilde mee in de wedstrijd tegen de "Constanter" van Halberstma, "De Vlieghende Hollander" van Van de Hoeven en de "Albatros" van Bokma. Zeer korte tijd zou de boeier nog eigendom zijn geweest van mejuffrouw G. van Os, een familielid van de heer Sluizer. Van laatstgenoemde kwam de "Maartje" in handen van de familie Van Waning. Er bestaat nog een foto van de boeier liggende in de Keizersgracht.

Familie Van Waning

Eerder is de rol van Van Waning als initiator achter de herleving van de belangstelling voor de ronde en platbodemjachten uit de doeken gedaan, met name zijn rol als secretaris van de Commissie Friese Ronde Jachten en daarna als eerste voorzitter van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Vanzelfsprekend speelde de boeier "Maartje" in die eerste jaren bij alle zomerreünies van de stichting een rol, vanaf de eerste reünie in Grouw op 4 en 5 juli 1953 en zeker bij de waterspelen waarvoor haar eigenaar een grote voorliefde had. Het houden en onderhouden van een boeier zonder de hulp van een professionele schipper werd de familie Van Waning na een jaar of tien toch een te zware opgave, mede gezien de leeftijd van de eigenaar.

Vanaf 1963

Het schip vond in de heer L.J.M. Ingen Housz te Voorburg een nieuwe eigenaar. In 1970 verkoopt de heer Ingen Housz de "Maartje" aan ir E. Jordens te Zwolle, eerder eigenaar van de boeier "Nine" (huidige naam "Pauline Maria"). De familie woonde aan de rand van de binnenstad van Zwolle en de boeier had zijn ligplaats in de stadsgracht voor het woonhuis van de familie. Na het overlijden van de heer Jordens in 1978 kwam de boeier in handen van de heer J.Cl. Landmesser te Antwerpen.
De boeier komt terug naar zijn geboorteland Friesland: de thuishaven is sindsdien Heeg. Verschillende ingrijpende herstellingen zijn in de afgelopen jaren uitgevoerd op de werf van Piersma. De heer Landmesser bracht geregeld Belgische en Franse gasten uit museale/maritieme omgeving mee, die met respect kennismaken met de wijze waarop in Friesland de varende monumenten in ere worden gehouden. In 1992 werd het 100-jarig bestaan van "Maartje" gevierd met deelname aan de festiviteiten van Brest-Douarnenez.
Eind 2002 ging de "Maartje" over in handen van ir W. Verhave te Utrecht, die haar heeft ondergebracht in de door hem in het leven geroepen Stichting Boeierbehoud.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    8,08 m
  • Grootste breedte over de berghouten    3,10 m
  • Holte op het grootspant    1,41 m
  • Diepgang    0,73 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    50,0 m2
  • Kluiver n.a.

Bijzonderheden

  • kielbalk dik 9 cm, hoog 8 cm
  • gepiekte bodem
  • vlaktilling 10°
  • verloren gang naast de kielgang
  • 8 van steven tot steven doorlopende gangen - snijwerk op beretanden, kluisborden, kajuitrand en hennebalk
  • vergulde leeuw op roerkop

Bijzonderheden

Door de grondige verbouwing vertoont deze boeier in tegenstelling tot de hierna te bespreken "Hou-Moed", geen sporen meer van zijn oorsprong als Fries jacht. Enkele bijzondere kenmerken van dit schip: vergeleken met de zusterschepen is het wat slanker en de stevens vallen zeer steil; het heeft een fraaie zeeg.

juli 2005

juli 2005: Spiegel der Zeilvaart juli-augustus 2005 nummer 6 - De Jong Joure restaureert Boeier 'Maartje'

In 1892 bouwde Eeltjebaas in Joure, op het hoogtepunt van zijn kunnen, de 8 meter lange boeier 'Maartje'. Het schip werd gebouwd voor rekening van de Amsterdamse houthandelaar C.A. Volk en werd gedoopt met de naam 'Annie'. De heer Volk gebruikte het schip om met zakenrelaties, ja toen ook al, vaartochtjes te maken op de Amstel buiten Amsterdam. Na een drama, het schip werd overvaren door een beurtvaarder, verdronken mevrouw Volk en een Engelse relatie.
Er zijn jachten die soms generaties lang in één familie blijven, andere families verslijten er vele. De 'Maartje' is er zo'n één; het schip heeft in zijn 112 jarig bestaan 18 eigenaren gehad. Eigenlijk is het schip van stapel gelopen als Fries jacht en in 1915 door Auke van de Zee, zoon van Eeltjebaas, grondig verbouwd tot boeier. De verbouwing is zo goed uitgevoerd dat er geen sporen meer zijn van zijn oorsprong als Fries jacht. Pas in 1935 kreeg het de naam 'Maartje'. Nu is het schip in bezit van de stichting Maartje. Samen met Henk de Jong van de jachtwerf uit Joure, hebben de eigenaren een restauratieplan gemaakt waarbij, nu nog in twee fases, het schip geheel is gerestaureerd. Op dezelfde plaats waar ooit in 1892 het scheepje is gebouwd, werd afgelopen winter het gangboord aan de bakboordzijde en het boeisel van voor naar achter vernieuwd. De oude dekknieën en een gedeelte van het voordek zijn ook vervangen. De bedoeling is dat volgend jaar de andere kant wordt aangepakt en het jaar daarop de hele kop wordt vernieuwd. De oude benzinemotor is vervangen door een 3 cilinder 20 pk diesel.

2006

augustus 2006

augustus 2006: Spiegel der Zeilvaart augustus-september 2006 nummer 7 - Restauratie Boeier 'Maartje' met authentiek handgereedschap

In SdZ 2005.6 beschreef Theo Kampa al de restauratie van de boeier Maartje bij jachtwerf De Jong Joure. Inmiddels is de volgende fase afgerond. Deze winter maakten de timmerlieden Tseard van der Kooy en Willem Huitema een compleet nieuw interieur. Het unieke is dat ze alleen gebruik maken van authentiek handgereedschap. Alles met de hand en zonder elektrisch gereedschap. Het resultaat is een afwerking zoals die ook rond 1900 werd verkregen, zonder vandiktebanken, freesbanken en schuurmachines.
Afgelopen winter is het gehele interieur vernieuwd. Tevens zijn het gangboord aan stuurboordzijde en het boeisel vernieuwd. Volgend jaar wordt de kop van de boeier vernieuwd en dan kun je spreken van een compleet gerestaureerd schip.
Van der Kooy vond een oud boek van de Lagere Technische School over het werken met handgereedschap. Gereedschap dat zijn vader nog had gebruikt. Omdat het hem intrigeerde er zelf mee te werken, is hij op zoek gegaan. Een deel kon worden gekocht, een ander deel geleend en wat niet kon worden gevonden werd zelf gemaakt aan de hand van tekeningen. En vervolgens moet je je de oude technieken eigen maken. Op de foto zien we enkele schaven, waaronder een bossingschaaf, een ojief en een bundeltje stalen pennen, toognagels.

pdf SdZ 2006 nr07 augustus-september - Restauratie Boeier Maartje met authentiek handgereedschap

2014

12 juni 2014

12 juni 2014: Sail Giethoorn

2015

2017

september 2017

september 2017: Foto's

2018

29 juni 2018

29 juni 2018: Reactie van eigenaar Arjen Schampers

Afgelopen winter is Maartje weer eens goed onderhanden genomen in de jachtwerf van de fam. Mink in Grou. Het gebrek aan onderhoud en verwaarlozing van de afgelopen Jaren vertoonde bij nader inzien behoorlijke sporen, maar bleek gelukkig nog niet tot al te grote herstelwerkzaamheden te leiden. Inmiddels zit ze weer strak in de lak waarbij toch getracht is het karakter en de onvermijdelijke sporen van haar leeftijd zo veel mogelijk te behouden. Dat niet alleen Eeltje een mooi en goed schip gebouwd heeft, maar ook Albert, Joop en Berend Mink geweldig werk geleverd hebben, mag blijken uit het feit dat na 6 maanden droog gestaan te hebben, er nauwelijks lekkages waren bij de tewaterlating.
Als Brabantse eigenaar zijn we dus best een beetje plaatsvervangend trots op dit Fries erfgoed.

Een foto van een kanonnetje dat we gevonden hebben in de 'Maartje'. Het lijkt er op dat deze er op hoort, maar gezien de vierkante openingen in de messing platen (zit ook in spiegelbeeld aan stuurboord) en de veel te lange ronde draadstang klopt het toch niet helemaal. Wat nog minder klopt natuurlijk is dat er maar 1 kanonnetje is. Wellicht is het andere uitgeleend om te kopiëren, verkocht, verloren of anderszins. Maakt op zich niet zo veel uit, maar als een van de SSRP leden een idee heeft waar het zich kan bevinden, zijn we zeer geïnteresseerd. Alternatief heeft iemand wellicht een idee wie het na kan maken zodat het beslag van 'Maartje' weer compleet kan worden.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht