Loosdrecht: Koninklijke Watersport-Vereeniging Loosdrecht

Koninklijke Watersport-Vereeniging 'Loosdrecht'
Koninklijke Watersport-Vereeniging 'Loosdrecht'

De Vereeniging is opgericht op 10 april 1912. De vloot bestond in het begin uit drie wherries maar het bestuur had zich voorgenomen om diverse andere vaartuigen aan te schaffen, waaronder zeilboten, wedstrijden uit te schrijven en de belangen van de roei- en zeilsport zoveel mogelijk te behartigen. Een terrein aan de Loosdrechtsedijk werd aangekocht, waarop in korte tijd een clubgebouw werd neergezet. Het jaarverslag vermeldt dat eind 1912 ruim 150 leden zich hadden aangemeld.
Niets herinnert meer aan het zompige moeras dat Loosdrecht eens was en dat zelfs op de nominatie stond om te worden gedempt. Wat had je immers aan al dat water dat alleen maar tot allerlei ziekten leidde? Het is aan het initiatief van 'eenige Bussumse heeren' te danken, dat het zover nooit is gekomen en dat dit 'onnutte soepje' tot een levendig en bloeiend centrum van watersport is uitgegroeid. En in 1912 het honderdjarige bestaan geveird kon worden van een vereniging, die het beoefenen van de watersport tot in haar fijnste vezels beheerst. 
In het Jubileumboek KWVL 1912-2012 wordt de geschiedenis van de Loosdrechtse plassen en de Vereeniging vanaf 1912 uitgebreid beschreven. Ook de eigen tradities met de Ronde en Platbodemjachten wordt er in beschreven.

Honderd jaar Vereenigd in vogelvlucht

Ten tijde van de oprichting van de Watersport-Vereeniging Loosdrecht in 1912 werd 'de watersport op kleine en nauwelijks gecoördineerde schaal beoefend. Want de plassen mochten dan van weinig nut zijn voor de boeren, voor anderen had "al dat water" wel degelijk aantrekkingskracht. Schilders raakten onder de indruk van de bekoring en de mogelijkheden van de plassen. De bad- en zwem-inrichting annex café-restaurant Het Plashuis was een enorme trekpleister. "En wie na een bad in dit kostelijke, kristalheldere zwemwater nog niet van de plassen kon scheiden, ging naar een bootverhuurder, om nog eenige uren in een tjotter, schouw of vaartuig van dubieus ras op de plassen te vertoeven", zo schrijft Ons Element in 1922 in een terugblik ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de Watersport-Vereeniging "Loosdrecht". Er kwamen steeds meer zeilers en sommigen gingen zelfs over tot aanschaffing van eigen zeil- of roeimateriaal. In 1912 was de toestand zoo, dat een vijftal heeren uit Loosdrecht, Bussum en Hilversum de hoofden bijeen stak om de oprichting te bespreken van een vereniging die weldra als Watersport-Vereeniging 'Loosdrecht'werd geboren. Het bleek een voor de levendigheid op de plassen tot op de dag van vandaag bepalend initiatief. "Want het is beslist aan de energie en inzet van de heren Doude van Troostwijk, Reyers, Sprenger, Lasonder en Van Erk te danken dat Loosdrecht zich heeft ontwikkeld tot een bloeiend centrum van watersport", aldus Ons Element.
De belangrijkste doelstelling van de kersverse vereniging was het organiseren van zeilwedstrijden, zowel nationaal als internationaal. Het is een activiteit die het eerste bestuur dan ook voortvarend ter hand nam en die ook honderd jaar later nog steeds tot de kernactiviteiten van de KWVL gerekend mag worden.

De eerste Watersport vereniging

Aan de wieg van de vereniging stond ook C.H. van Erk. Aan Van Erk zou de Watersportvereniging haar naam te danken hebben. Hij bezat een motorjacht en de combinaties van Roei- en Zeil-, of Zeil- en Roeivereniging bevielen hem niet. Het leek dan net of andere soorten van watersport waren uitgesloten, vond hij, en dat was duidelijk niet de bedoeling. Dankzij hem is de - thans Koninklijke - Watersport-Vereeniging 'Loosdrecht' de oudste 'watersport-vereniging. Het is niet ondenkbaar dat ook het blad "De Watersport" door deze oprichting werd geïnspireerd, want dit blad was het eerste Nederlandse tijdschrift dat geheel aan de 'Watersport' was gewijd, een nieuw woord voor de zeil-, roei- en motorbootsport tezamen. Vanaf de eerste edities in 1912 wordt verslag gedaan van wherry-wedstrijden georganiseerd door de Watersport-Vereeniging Loosdrecht In 1916 wordt Loosdrechts burgemeester. jhr. Q.J. van Swinderen tot erevoorzitter benoemd uit dankbaarheid voor zijn niet aflatende medewerking bij de oprichting.

Het eerste bestuur van de (toen nog) Watersport-Vereeniging Loosdracht in 1912

Bestuurder Jhr. Q.J. van Swinderen (burgemeester van Loosdrecht) was in 1916 opdrachtgever van de grote tjotter 'Aleide Anna', gebouwd door Auke van der Zee in Joure, die hij tot zijn dood in 1959 in eigendom heeft gehad.

Alfred Sprenger, erevoorzitter, secretaris van 1912 tot 1962, eigenaar van de boeier 'Ludana'

De heer en mevrouw Sprenger lieten een fraaie villa bouwen op de buitenplaats Jachtlust, in de 'kromme' van de Nieuw-Loosdrechtsedijk, op de plek van het voormalig zomerverblijf van de Amsterdamse familie Heineke. Sprenger bracht niet alleen de adel maar ook Koninklijke allure naar Loosdrecht, want het echtpaar onderhield goede en vriendschappelijke banden met het Koninklijk echtpaar en diverse van hun vrienden. Zo was ook ambachtsheer Hacke van Mijnden een van de vaste bezoekers van Villa Jachtlust. Deze was een van de latere medeoprichters van de Watersport-Vereeniging Loosdrecht We kunnen ons helemaal voorstellen hoe tijdens de vele genoeglijke avondjes op Jachtlust, waar Sprenger in de rookkamer, bij sigaren en cognac na het diner, verhaalde van zijn spannende jachtpartijen met Prins Bernhard, ook de plannen voor een watersport-vereniging zijn gesmeed. Ook mogen we aannemen dat het Sprenger is geweest die later de prinsessen Beatrix en Irene enthousiast heeft gemaakt voor de zeilsport, die zij naar hartenlust beoefenden op de inmiddels Koninklijke Watersport-Vereeniging Loosdrecht.
Hoewel Alfred Sprenger de Friese schouw lange tijd trouw bleef, stapte hij uiteindelijk toch over op een modernere boot, de Vrijbuiter. Die leek niet erg te bevallen, want toen Carl Huisken in 1931 de 12m2 Sharpie op de plassen introduceerde was Sprenger, samen met vijftien andere WVL-leden, er als de kippen bij om ook zo'n boot te bestellen. Hiermee voer men geregeld wedstrijden op de plas. Zijn grote liefde bleef echter toch de lijnen van de Friese botenbouwers, en zo kwam de Ludana in beeld. Deze Friese boeier was in 1893 gebouwd bij H. Bernard te Nieuwendam. Het verhaal van de Ludana spreekt zeer tot de verbeelding. Ruim tien jaar voer Sprenger in de 'Ludana', totdat hij een Pampus kocht - de Taling. Toen werd deze schitterende boeier aan een nader genoemde Engelsman verkocht. De boot raakte daarna uit het zicht, totdat ene Clyve Wallace hem in 1978 voor de kust van Kameroen uit de modder trok. Het schip werd vervolgens naar Nederland getransporteerd en volledig gerestaureerd door Restauratiewerf Oude Liefde te Workum. 

Alfred Sprenger aan boord van de 'Ludana'
Alfred Sprenger aan boord van de 'Ludana'

Het clubhuis

Op 1 mei 1912 ging de eerste paal voor het clubhuis de grond in, half juli kon de haven in gebruik worden genomen. Aan belangstelling geen gebrek, vooral vanuit Bussum en Hilversum stroomden de nieuwe leden toe. Toen ging het ook rap: op 13 juli werd Koninklijke goedkeuring op de statuten verkregen, op 30 juli vond de stemming over 38 kandidaat-leden plaats. Op deze vergadering schijnt ook de clubstandaard te zijn vastgesteld: het geel van de plompenbloem en het groen van het riet waren de kleuren die men koos, het wapen van Loosdrecht gaf er het plaatselijke stempel aan. Eind 1912 telt de ledenlijst 70 leden: 52 'gewone' leden en 18 'buiten' leden Het boten-bezit bestaat dan uit: drie wherry's, één grote zeilboot, één kleine zeilboot, één roeisloep en twee roeibootjes. Een Friese schouw is in aanbouw in bij werf Pôlle in Grouw en er zijn door de leden schiphuizen gebouwd.

Het oprichten van de Watersport-Vereniging 'Loosdrecht' in 1912 heeft een niet onbelangrijke impuls gegeven aan het recreatieve gebruik van de Loosdrechtse Plassen

Vanaf die tijd richtte het dorp zich op de watersport zoals roeien, zeilen en zwemmen (onder andere in het inmiddels ter ziele gegane - Plashuis rond 1902). Het oprichten van de Watersport-Vereeniging 'Loosdrecht' in 1912 heeft een niet onbelangrijke impuls gegeven aan het recreatieve gebruik van de Loosdrechtse Plassen. Buurman Baay bouwde de mooiste 12-voetsjollen en wherry's evenals een flink uitdijend aantal zomerhuisjes en villa's rond de plas. De eerste jachthaven, van Rutger Vlug, werd al in 1907 geopend. 
In de "roaring twenties" overheerste de opluchting dat ons land was ontsnapt aan de grote verwoestingen van de eerste wereldoorlog in België en Frankrijk. De moderne tijd had zijn intrede gedaan met auto's, bussen, telefoons, vliegtuigen, strakke architectuur, gemakkelijker kleding en meer welvaart met meer vrije tijd. Meer mensen konden een boot betalen en waar kon je die mooier gebruiken dan in het nabije Loosdrecht?
Het 20-jarig jubileum van de WV 'Loosdrecht' krijgt veel aandacht in de media. En dat is niet voor niets. De "Waterkampioen" van 29 juli 1932 is zelfs geheel aan Loosdrecht en de jubilerende vereniging gewijd. Dat de Loosdrechtse plassen inmiddels druk worden bevaren door allerhande scheepjes is volgens het gezaghebbende blad voor een groot deel het resultaat van het'werk van de Watersport-Vereeniging 'Loosdrecht' . Zeker mag zij met voldoening terugblikken op wat zij in die korte spanne tijds tot stand bracht. 

Holland Week en Koninklijk

In 1936 wordt voor het eerst - in samenwerking met de Koninklijke Nederlandsche Zeil- & Roeivereeniging te Muiden - de Holland Week georganiseerd. Het is vanaf de eerste keer een groot succes. De Holland Week heeft bewezen een ijzersterk concept te zijn, tot en met de zestigste en tevens laatste editie in deze vorm in 1997. In het jubileumjaar 1937 komt de grootste verrassing, want dan krijgt de Vereeniging een wel heel fraai cadeau: het heeft Hare Majesteit behaagd de WV'Loosdrecht' het predicaat Koninklijk toe te kennen.

Al 75 jaar Koninklijk

Bij het 25-jarig bestaan in 1937 verleende Koningin Wilhelmina de Watersport-Vereeniging 'Loosdrecht' het predicaat Koninklijk. Een geweldige eer, zo'n onderscheiding symboliseert immers het respect, de waardering en het vertrouwen van de vorst in de organisatie. Natuurlijk schept het ook verplichtingen, waarvan de belangrijkste is dat de gerechtigde /alles na zal laten wat zijn reputatie zal schaden. Noblesse oblige! Dat de Vereeniging al na 25 jaar dit predicaat werd verleend, mag gerust een bijzonderheid heten. Tegenwoordig moet een instelling minstens honderd jaar oud zijn en mag het geen deel uitmaken van een verband dat al Koninklijk is. Het is dus de kunst het predicaat, dat voor ten hoogste 25 jaar wordt verleend, te behouden (het kan te allen tijde worden ontnomen) en het op tijd te verlengen.

Watersport activiteiten rond Loosdrecht

Vooral in Oud-Loosdrecht en Breukeleveen zagen steeds meer bootbouwers brood in de vestiging van een werf. Er moeten duizenden boten en schepen van stapel zijn gelopen op minstens een twintigtal werven en werfjes die kwamen en gingen in die ruim honderd jaar. De eerste vijftig jaar werd alleen traditioneel in hout gebouwd, maar vanaf de jaren vijftig merendeels in hechthout en even later ook in polyester. Dat laatste materiaal vraagt om grote series en een industriële aanpak waarvoor in Loosdrecht geen plaats was. Gelukkig is, dankzij het enthousiasme voor het wedstrijdvaren in Pampussen en 12-voetsjollen en de strenge klassen­voorschriften, de bouw van nieuwe schepen op de traditionele wijze blijven bestaan. Bootbouwerij Scherpel, die prachtige mahonievletten bouwt, en werf de Vrijheid houden het oude ambacht in ere.

Het Plassenschap voor Loosdrecht en omstreken

De intensivering van de recreatie heeft, hoe voorspoedig en gewenst ook, een schaduwzijde: het blijkt de grootste bedreiging voor natuur en landschap in Loosdrecht te zijn. Pas eind jaren 50 wordt die bedreiging een halt toegeroepen. Een in 1950 door Gedeputeerde Staten van Utrecht benoemde commissie kreeg de opdracht te onder-zoeken welke voorzieningen voor de instandhouding van de plassen nodig waren, hoe de uitvoering moest plaatsvinden en op welke wijze dit gefinancierd kon worden. Vanuit de KWVL namen onder anderen de leden Loeff en Huisken deel aan die verkennende discussie. Uiteindelijk leidden deze verkenningen tot de oprichting van het Plassenschap voor Loosdrecht en omstreken in 1957. Hierin waren de belangrijkste overheden uit het gebied vertegenwoordigd. Direct na zijn start gaf het Plassenschap de hoogste prioriteit aan het maken van een eilandenplan, teneinde de golfslag op de plassen en daarmee de afslag van de oevers te verminderen. Deze eilanden moesten een recreatiefunctie krijgen. Achtereenvolgens werden de eilanden Geitekaai, Weer, Meent, Bijltje en Markus Pos aangelegd met mogelijkheid tot aanleggen. 

De Vollenhovense jol 'Goetzee' is in 1939-40 gebouwd bij W. Huisman & Zn. Midden: Ir. J. Loeff (rechts) en J.J.M. Maas, vader van olympisch zeilers Bob en Jan.
De Vollenhovense jol 'Goetzee' is in 1939-40 gebouwd bij W. Huisman & Zn. Midden: Ir. J. Loeff (rechts) en J.J.M. Maas, vader van olympisch zeilers Bob en Jan.

De grote pionier Ir. J.(Jan) Loeff (1895-1981)

Loeff was sinds 1916 lid van de Vereeniging en zat van 1928 tot 1967 in het bestuur als wedstrijdcommissaris. Voor de belangrijke rol die hij heeft gespeeld in het stimuleren en enthousiasmeren van de leden van de Vereeniging voor het wedstrijdzeilen werd hem in 1965 het erelidmaatschap toegekend. Watersport in de meest brede vorm was zijn ziel en zaligheid. We noemen maar een paar van zijn bezigheden: de civiel ingenieur tekende verschillende zeiljachten, waaronder zijn eigen Vollenhovense bol 'Goetzee' en Vrijbuiter, hij was meter voor het Verbond, redacteur en later hoofdredacteur van de Waterkampioen, vele jaren gezaghebbend blad voor de watersport en redacteur en bewerker van de zeilbijbel De Zeilsport van H.C.A. van Kampen.
Eenmaal getrouwd vestigde Jan Loeff zich in Loosdrecht. Daar leerde hij H.C.A. van Kampen kennen, autoriteit op watersportgebied. Deze was door de ANWB gevraagd een watersportblad op te zetten dat tweewekelijks moest verschijnen en als 'cluborgaan' zou moeten gaan fungeren voor zowel de ANWB als de Koninklijke Verbonden Nederlandsche Watersportvereenigingen - het latere KNWV, kortweg Verbond genoemd. In 1927 verscheen het eerste nummer van "De Waterkampioen". Van Kampen nam zelf de hoofdredactionele taken op zich en vroeg aan Jan of hij de motorboten wilde 'doen'. Het was koren op de molen van Loeff die zich met enthousiasme op deze taak stortte. Ook de Watersport-Vereeniging Loosdrecht gebruikte vrijelijk de kolommen van de Waterkampioen voor het doen van mededelingen. Ook kon de WVL, mede dankzij Jan Loeff, zich in een constante stroom van free publicity in De Waterkampioen verheugen.

Links: De 'Meeuw' in restauratie bij de nieuwe eigenaar-bootbouwer Peter Schouten (2011). Rechts: Restauratie van de Gooiland.
Links: De 'Meeuw' in restauratie bij de nieuwe eigenaar-bootbouwer Peter Schouten (2011). Rechts: Restauratie van de Gooiland.

Schouwen, niet mooi maar ijzersterk

' ... Schouwen worden, in tegenstelling tot tjotters, gebouwd van breede planken, die alleen in de lengterichting gebogen worden, zoodat de spantlijnen hoekige vormen krijgen. Het uitzien van het scheepje wordt daardoor ietwat kistachtig, hetwelk nog versterkt wordt door platte spiegels voor en achter. De planken worden zonder stoom gebogen, waardoor de vorm vrij lang en smal wordt - een heel andere verhouding dan bij een tjotter. Door dit alles kost een schouw weinig geld en toch behoeft ze wat snelheid en zeewaardigheid aangaat, bij een tjotter niet ten achter te staan, integendeel. De niet al te fraaie vormen worden voor het oog wat gecamoufleerd door kleurige versieringen op zetboord en roer ... ', aldus een even eenvoudige als rake beschrijving door H.C.A. van Kampen in zijn standaardwerk De Zeilsport, van het vaartuigtype waar het in dit hoofdstuk over gaat: de schouw. 
In de bestuursnotulen van 12 juni 1912, onder punt 10 'Aankoop boot' staat letterlijk: 'Besloten wordt een schouw te bezichtigen en indien het den leden van het bestuur goeddunkt een grote schouw, vastliggend met laag tuig, gebouwd in Amerikaans Grenenhout te laten bouwen op de werf de Pôlle van H. Postma te Grouw, af te leveren Maart 1913'. En zo kwam de Vereeniging aan de eerste schouw, die de naam 'Meeuw' ontving. Lelijk of niet, in de smaak viel hij blijkbaar wel, want al in 1916 wordt er een tweede bijbesteld, de 'Gooiland', en in 1918 een derde, de 'Loosdrecht'.
 

Rechterpagina, linksboven: Een van de eerste schouwen van de WVL in 1917. Rechtsboven: Een tochtje met de schouw (1930). Midden: De Vereenigingsschouw Loosdrecht in 1924. Onder: De vijf KWVL-schouwen in 1967.
Rechterpagina, linksboven: Een van de eerste schouwen van de WVL in 1917. Rechtsboven: Een tochtje met de schouw (1930). Midden: De Vereenigingsschouw Loosdrecht in 1924. Onder: De vijf KWVL-schouwen in 1967.

Gebroeders Drijver uit Leeuwarden

Voor zover kan worden nagegaan komt de werf De Nijverheid van de gebroeders Drijver uit Leeuwarden pas in 1930 in beeld. Het bestuur in januari 1930: 'Besloten wordt indien de Penningmeester de heer Moes zijn goedkeuring kan verlenen, de schouw 'Loosdrecht' te verkopen en een nieuwe te laten bouwen door Postma of Drijver of Westra. Tuig te maken bij Molenaar. De heer Loeff zal voor de uitvoering zorgen. De heer Loeff is een snelle beslisser, want het bestuur schrijft reeds in februari 1930: "De Heer Loeff deelt mede, dat bij de Gebroeders Drijver te Leeuwarden besteld is een nieuwe schouw, maat 'Loosdrecht'. De prijs bedraagt fl. 925,- + fl. 30,-ballast (sic) + fl. 30,- stormfok: totaal ± fl. 1.000,-. De schouw zal 1 juni klaar zijn. Het tuig zal worden geleverd door Molenaar te Grouw". Wat Molenaar zou berekenen staat niet vermeld! Drijver is na die eerste opdracht in 1930 steeds 'hofleverancier' gebleven van schouwen voor de Vereeniging tot aan de laatste opdracht in 1962.
Toch liep de relatie met de gebroeders Drijver niet altijd even soepel: een bij hen gebouwde grote schouw, die in augustus 1933 werd opgeleverd, bleek niet te voldoen. Reden onbekend. Uit het jaarverslag van dat jaar klinkt wrevel: 'Een besluit tot opdracht voor nieuwbouw van 2 nieuwe schouwen wordt nog niet genomen; zulks zal afhangen van de houding van de Fa. Drijver aangaande de deze week afgeleverde schouw'. De Friezen namen het casco terug en leverden in maart 1934 een nieuwe schouw - de tweede 'Gooiland'. Kennelijk was dat naar tevredenheid van het bestuur, want ook de opdracht voor de twee nieuw te bouwen schouwen ging naar de werf aan de Schilkampen in Leeuwarden. De twee oudere schouwen, de 'Meeuw' en de 'Gooiland', worden te koop aangeboden De firma Drijver krijgt nog twee opdrachten van onze Vereeniging: in 1941 wordt nog een grote schouw besteld, die in 1942 wordt afgeleverd: het betreft hier de Motketel, een naam waar de heer Loeff zich niet mee kon verenigen, zo blijkt uit de bestuursnotulen.
Bij het 50-jarig jubileum van de Vereeniging in 1962 volgt een laatste grote opdracht. In de Mededelingen aan de leden van april 1962 staat; Het ons een groot genoegen U in ons jubileumjaar te kunnen mededelen, dat wij voor onze jeugdafdeling bij de bekende firma Drijver te Leeuwarden (die ook onze grote schouwen bouwde) ZES schouwtjes (te) hebben besteld , die naar wij hopen in de maand mei in de vaart zullen zijn. Deze Friese vaartuigen zullen Friese vogelnamen dragen'. En zo kregen wij onder andere een Tsjilling, een Ljip en een Swaeltje. Een moedige stap in een tijd, waarin de Pluis en de Flying Junior sterk in opkomst waren, maar of het verstandig was?

De huidige schouwenvloot

En zo bestaat onze huidige schouwenvloot uit de 'Loosdrecht II', gebouwd in 1930, de 'Gooiland' (dus ook de tweede schouw met die naam), gebouwd in 1934 en de 'Motketel', gebouwd in 1942.
De 'Loosdrecht II' en de 'Gooiland' werden beiden in respectievelijk 1975 en 1977 door Jan Bakker gerestaureerd. Vanaf 2004 zijn de drie schouwen successievelijk weer gerestaureerd door Peter Schouten uit Kortenhoef; zo eens in de 25 jaar is een grote onderhoudsbeurt nodig, naast tussendoor een nieuwe mast of een reparatie aan een van de zijzwaarden.
Het havenpersoneel en het bestuur, die jaarlijkse hun titanenstrijd op het water uitvechten, beschouwen het als een voorrecht in een van deze drie prachtige schouwen te mogen aantreden. Dat het havenpersoneel, door zijn jarenlange ervaring, zich vaak de sterkere toont, moge duidelijk zijn; maar behendige diplomaten zijn het soms ook, die havenjongens, en dan wint (jawel) het bestuur.
In de jaren dertig waren de schouwen van de Vereeniging hoofdzakelijk bedoeld voor de verhuur en komen op de programma's van de onderlinge wedstrijden in die tijd dan ook niet of nauwelijks voor. Wel komen de schouwen- en tjotterklasse aan de start in een soort bijprogramma van de Onderlinge Jubileum-wedstrijden in 1937. Er is zowaar een aparte hoofdprijs, de 'Doude van Troostwijk-prijs', bestaande uit twee zilveren kandelaars, gewonnen door Jhr. Q.J. van Swinderen, burgemeester van Loosdrecht, die overigens ook erevoorzitter was. Waarschijnlijk in zijn eigen tjotter 'Aleide Anna'.

Het Stamboek

In de jaren 50 deed zich een ontwikkeling voor die de eigen schouwenvloot van de Vereeniging direct in een maritiem-historisch perspectief plaatste. In 1955 werd door een aantal notabelen uit het noorden des lands een initiatief genomen om de krachten rond het behoud van traditionele schepen te bundelen. De oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten was daarmee een feit. Het Stamboek, kort gezegd, staat voor de registratie van ronde en platbodemschepen, die aan tevoren aangegeven criteria van vorm, bouwwijze en leeftijd dienen te voldoen. Ook worden adviezen omtrent onderhoud en restauratie gegeven en evenementen georganiseerd. Alle drie schouwen in onze vloot voldoen aan de criteria in de oudste categorie en staan dan ook ingeschreven in het Stamboek. De consequentie van dit alles is dat onze schouwenvloot bijna ongemerkt de metamorfose heeft ondergaan van kistachtige huurscheepjes naar varende monumenten: een soort assepoesterverhaal, dat pas langzaam tot leden van de Vereeniging begint door te dringen, onder meer door een aantal verhelderende artikelen in De Wijde Keel.

Groots platbodem'schouw'spel op Loosdrecht in 1979

Op 1 en 2 september 1979 vond op Loosdrecht een bijzonder evenement plaats: het Ronde en Platbodemevenement van het Stamboek Ronde en Platbodemjachten SSRP. Het evenement was een initiatief van WV Loosdrecht, ondernemers uit Loosdrecht en de SSRP. In een verslag in De Wijde Keel van dit evenement van de hand van Heleen Reyers lezen we dat de KWVL keukenbrigade op 1 september 350 deelnemers binnen 20 minuten een voortreffelijk buffet met raasdonders, spek, uien, worst en salades voorzet, waarna 85 tjalken, lemsteraken, botters, hoogaarzen, schouwen, Vollenhovense bollen en nog veel meer scheepstypen opstomen voor het admiraalzeilen, dat door Loosdrechts burgemeester op correcte wijze werd afgenomen op de botter de Houtrib van de heer J.D. Waller. Op zondag 2 september organiseert de wedstrijdorganisatie-commissie een vlekkeloze hardzeilwedstrijd waarbij vreemde tuigages boven water kwamen, zoals dubbele fokken, waterzeilen en omgekeerde kluivers: Voor de vele toeschouwers een kostelijk spektakel met als slot de prijsuitreiking met echte originele Loosdrechste palingen, iets wat we nog graag eens willen herhalen: aldus Reyers.
Dat gebeurde in 1983. Ondanks het feit dat een maand voor het eerste startschot alle inschrijfformulieren met de verzamellijsten 's nachts uit de auto van de coördinator werden gestolen en nooit meer opdoken, ondanks herhaalde smeekbeden in de pers. En ondanks het feit dat de weergoden zich niet bepaald welwillend toonden. De KWVL zette andermaal een groots 'schouw'spel neer voor 66 schepen, compleet met bulderende kanonnen, vuurwerk en een voortreffelijke hap uit de keuken van Roel voor honderden hongerige deelnemers. Dat alles onder het toeziend oog van Loosdrechts toenmalige burgemeester mevrouw Van Langeveld in haar hoedanigheid als admiraal.
​Volgens ingewijden is het er sindsdien niet meer van gekomen - ondanks een 'tot over vier jaar' in 1983 - maar daar komt in 2012 verandering in, als voor 16 en 17 juni 2012 andermaal een Ronde en Platbodemevenement staat geagendeerd.

Friese Regionale Reünie

In 1967 werd speciaal voor houten traditionele schepen uit Friesland de Friese Regionale Reünie, ook wel kort Friese Reünie genoemd, opgericht, onder andere door de jeugdherbergvader uit Heeg, Heit Piersma, de vader van de huidige scheepsbouwer aldaar. De eigenaren van houten Friese zeilschepen wensten zich jaarlijks met elkaar te meten op het wedstrijdwater van de Fluessen, en niet vijfjaarlijks zoals het Stamboek dat voor ogen stond. De twee organisaties onderhouden overigens uiterst vriendschappelijke banden. Vanaf 2002 begint een kleine delegatie uit onze Vereeniging met eigen jachten aan dit spectaculaire evenement op de Fluessen deel te nemen. Later in het decennium wordt de interesse vanuit de Vereeniging groter en neemt ook een van de KWVL-schouwen voor het eerst deel in 2008. De jaren daaropvolgend wordt het contingent uit Loosdrecht groter en zijn twee schouwen, twee tjotters, een Staverse jol en een aakje vast van de partij.
Vroeger, toen een vakantie in eigen land nog heel gewoon was, voeren deelnemers aan bijvoorbeeld de Sneekweek op eigen kiel naar het noorden. De tocht erheen was al een spannend stuk van de vakantie. Tegenwoordig worden er 2-assige trailers ingezet om de hijskraan in Heeg te bereiken. Ons aandeel in de totale vloot tijdens de bijeenkomsten van deze Friese reünie is bescheiden: totaal zo'n zestig schepen, maar de Loosdrechters weren zich goed en zeilen regelmatig in de prijzen. Zoals ook in de jaren 30 van de vorige eeuw winnen de activiteiten buiten Loosdrecht aan populariteit en behalve de jaarlijkse deelname aan de wedstrijden op de Fluessen in Friesland worden ook de najaarswedstrijden op de Kaag weer regelmatig bezocht.

Motketel Wedstrijden hervat in 2012

De laatste keer dat de KWVL deze organiseerde, was inmiddels circa 30 jaar geleden. 'De Palingfuik', de platbodem zeilers, die lid zijn van de KWVL, hebben in 2012 toegezegd eens per paar jaar weer een platbodem evenement in te stellen, waarbij ook schepen uit de rest van Nederland worden uitgenodigd deel te nemen. Op 16 en 17 juni zijn de Motketel wedstrijden op Loosdrecht gevaren, waaraan ook een grote Friese delegatie heeft deelgenomen. Aan wind was er zeker geen gebrek, het noopte velen een dubbel rif te steken op zaterdagmiddag.
SSRP bestuurslid Olav Loeber heeft bij die gelegenheid aan de honderd jarige Koninklijke Watersport Vereniging Loosdrecht (KWVL), de prachtig geborduurde SSRP wimpel uitgereikt. Deze wimpel is een aanmoediging voor de KWVL om weer regelmatig platbodem wedstrijden te organiseren. Het verslag van dit evenement staat in de Spiegel der Zeilvaart van september 2012.
 


 

Watersport op de Loosdrechtse plassen in het verleden (Fotocollectie Gerard ten Cate)

Bekijk het hele album

 

Terug naar vorige pagina