Ludana

Ludana

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek 'De Boeier':
Deze grote boeier zou volgens Bon, waarschijnlijk op gezag van de heer Dierdorp die in zijn stukje in "De Waterkampioen" een eigenaarsreeks vermeldt, onder de naam "Olga" in 1898 van stapel op de werf van H. Bernhard in Nieuwendam zijn gelopen in opdracht van de heer Lette van Oostvoorne te Amsterdam. Later was deze "Olga" dan eigendom van de heren De Lanoy Meyer en Boissevain. In één van de bewaard gebleven ledenlijsten van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging, en wel die van het jaar 1894, komt de naam van mr N.J.C. Lette van Oostvoorne te Amsterdam voor. Deze is eigenaar van een boeier genaamd "Fenna", groot 18 Ned. tonnen.

Latere ledenlijsten laten zien, dat een boeier met de naam "Olga", in 1901 in het bezit van de heer A.A.H. Boon Hartsinck te Baarn, in 1907, 1908 en 1909 inderdaad eigendom is van H.J. de Lanoy Meijer en A.A.H. Boissevain Ezn te Amsterdam. Deze "Olga" meet ook 18 ton; de inhoudsmaat in Nederlandse tonnen duidt op het resultaat van de scheepsmeting krachtens de wet op het patentrecht waaraan alle binnenvaartuigen (ook plezierjachten) in de negentiende eeuw onderworpen waren. Wij veronderstellen dat "Fenna" en "Olga" twee opvolgende namen voor dezelfde boeier zijn. Als de boeier van Lette van Oostvoorne door N.A. Bernhard is gebouwd, zal het bouwjaar dus op 1894 of mogelijk nog eerder moeten worden gesteld. Dat in de overlevering de naam Lette van Oostvoorne en het jaar 1898 met elkaar verbonden zijn, zou erop kunnen wijzen dat hij in dat jaar de boeier heeft verkocht en dus waarschijnlijk aan de heer Boon Hartsinck te Baarn.

In 2018 is het boek "Boeier Ludana" verschenen. Daarin worden een aantal bevindingen van Vermeer gecorrigeerd en zijn vragen beantwoord. In grote lijnen wordt het verhaal van dat boek hieronder in de tijdslijn weergegeven.

De 'Ludana' in Workum in 2005 voor de werf van Combert Burger (foto Jan Eissens)
De 'Ludana' in Workum in 2005 voor de werf van Combert Burger (foto Jan Eissens)
Lijnenplan Fenna. (Collectie Jaap Bernhard)
Lijnenplan Fenna. (Collectie Jaap Bernhard)
Eigen website

Eigenschappen

Plaquette nummer:36 Zeil nummer:
Categorie:D++ Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1893 Ontwerper:H. Bernhard
Werf:Werf "Het Jacht", H. Bernhard Werf plaats:Amsterdam (Lijnbaansgracht)
Motor:Inbouw Motor type:Nanni 42pk
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Rond Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:10,32 m Breedte berghout:4,12 m
Diepgang:0,90 m Masthoogte water:15,00 m
Oppervlakte grootzeil:55,00 m2 Oppervlakte fok:35,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:90,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:1511 Registratie datum:20-03-2017
Geregistreerd als:Varend Erfgoed

Dispensaties

Dispensaties Einddatum Datum nieuwe schouw
Het gehele achter/onderwaterschip is met polyester bedekt. Dat is niet origineel en in strijd met de Criteria van de SSRP. De eigenaar zal het schip binnen afzienbare tijd terug moeten brengen in originele staat. Daarvoor wordt een tijdelijke dispensatie verleend. 2020

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1893 – 1899 N.J. Lette van Oostvoome, Amsterdam ( Fenna)
1899 – 1901 W. Hultzer ( Fortuna)
1901 – 1904 A.A.H. Boon Hartsinck, Baarn ( Olga)
1904 – 1909 H.J. de Lanoy Meyer en A.A.H. Boissevain, Amsterdam ( Olga)
1909 – 1914 J.E. Kuipers, Leeuwarden ( Hludana)
1914 – 1921 Syndicaat Sprenger, Beekhuis en Lucardi, Leeuwarden ( Hludana)
1921 – 1931 A. Sprenger, Loosdrecht ( Ludana)
1931 – 1946 Phillips, onbekend (GB) ( Ludana)
1946 – 1947 Felix Gotto, Chicester (UK) ( Ludana)
1947 – 1955 William C. Rae, onbekend (GB) ( Ludana)
1955 – 1963 A.E. Lea, Wimbledon (GB) ( Ludana)
1963 – 1972 F.G. Bessant, Leeds (GB) ( Ludana)
1972 – 1976 T. Chapman, Torpoint (GB) ( Ludana)
1976 – 1983 Clive Wallace, (GB) ( Ludana)
1983 – 1986 Dhr. Gravenstein, Utrecht ( Ludana)
1986 – 1991 H.B. Beernink , Wetering-Oost ( Ludana)
1991 – 1997 C.P. Burger, Workum ( Ludana)
1997 – 2018 A.W. Verwaaijen, Rotterdam ( Ludana)
2018 – Nu (laatst bekend) Stichting Behoud Boeier, , Zeist ( Ludana)

Geschiedenis

1892

26 juli 1892

26 juli 1892: De bouwopdracht

Op 26 juli 1892 kwam Weledele Heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne, wonende aan de Leidschekade in Amsterdam met Scheepsbouwmeester H. Bernhard overeen dat de werf een boeierjacht van 10 meter zou gaan bouwen. Hiermee startte het roemruchte leven van 'Fenna', die later 'Fortuna', 'Olga', 'Hludana' en sinds 1921 'Ludana' zou gaan heten. 
Wie was de familie Bernhard en hoe zat het precies met hun scheepswerven? Gesprekken met Jaap Bernhard en andere bronnen, werpen een goed licht op de scheepswerven. Jaap Bernhard: “Oprichter Harmen Bernhard was een echte timmerman. Hij bouwde de boten zelf, hij had daar oog voor en hij had gouden handen. Zijn zoon N.A. Bernhard was een commercieel en zakelijk genie maar zelf boten bouwen deed hij niet. Hij beschikte wel over een groot netwerk van vermogende relaties, waarvan hij velen als klant aan zich wist te binden. N.A. Bernhard was eerzuchtig en wilde meedoen met de grote jongens, met de bovenlaag van Amsterdam. In die tijd, aan het eind van de 19e eeuw, groeide die bovenlaag snel. In heel Amsterdam werd overal geheid en gebouwd, en de nieuwe rijken besteedden een deel van hun geld bij Bernhard.”
N.A. Bernhard zag wat er in Friesland gebeurde en hij kende de schepen van Eeltje Holtrop- Van der Zee uit Joure. Hij besloot zelf ronde jachten aan te bieden, gebaseerd op de modellen van Eeltjebaas. Hij haalde ambachtslui uit Friesland naar Amsterdam. Zij kwamen met de koets, want het werk in Amsterdam betaalde goed.

De werf aan de Lijnbaansgracht in de tijd van H. Bernhard sr. geschilderd door Eduard Alex Hilverdink, 1875 - Scheepvaart Museum Amsterdam. Bron: debinnenvaart.nl
De werf aan de Lijnbaansgracht in de tijd van H. Bernhard sr. geschilderd door Eduard Alex Hilverdink, 1875 - Scheepvaart Museum Amsterdam. Bron: debinnenvaart.nl

De ondergetekende H Bernhard Scheepsbouwmeester wonende Lijnbaansgracht 304a te Amsterdam verklaart te zullen leveren aan de Weledele Heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne wonende Leidsche kade te Amsterdam een Boeierjacht volgens aangehechte en door beide gewaarmerkte tekeningen en op de volgende voorwaarden.
Lengte over alles 10.00 meter
Lengte op de lastlijn 9.50 meter
Grootste breedte buitenkant huid 3.88
Grootste breedte over de berghouten 4 meter.
De buitenhuid, stuurstoel, roef van eiken of ….
Het dek, de waardings en het dek in de stuurstoel van Amerikaans grenen evenzo bewerkt en van dezelfde houtsoort als het dek der Regina van de heer Jhr. Smisaert.
De binnenbetimmering, afwerking, assemblering, bekleding en Schilderwerk zijn in evenredigheid van afmetingen zoals in het boeierjacht Parkeler van den heer Van Lennep.
Aan stuurboord bij het ingaan der roef een kast voorzien van lavatorij en aan bakboord een kast waarin closet deze buitenboord werkend evenals de lavatorij, een en ander geheel naar keuze van de heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne. De drempel van de roef alsmede de drempels van de kasten in de stuurstoel zullen minstens 4 cm. hoger moeten zijn als in de Parkeler. De uitlozingsbuizen der stuurstoel moeten meer horizontaal liggen. In de stuurstoel aan te brengen koperen mikken voor de zonnetentstutten. De knippen op alle kasten moeten zijn van de soort als op de deur van den .. kast en privaat der Parkeler. Het slot der roefdeur eender als van Parkeler. Alle sloten, knoppen en hengsels van koper. Bij het ingaan der roef een waterschot vervat in koperen roede (??) en van afdoende hoogte. De kooien als in Parkeler met twee vaste beddeplanken. Kasten en buffet gemaakt als in Parkeler. De met trijp beklede zitbanken … naar keuze. De doorgang naar het vooronder zal zijn aan stuurboord, terwijl aan bakboord een hangkast obder de zeilbalk wordt gemaakt die in het vooronder doorloopt, de afmeting hiervan naar keuze van de heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne.
In het vooronder een geslagen ijzeren schoorsteen en fornuis. Het laatste niet kleiner doch eer groter als in Parkeler. Boven dek een koperen schoorsteen in twee stukken evenzo en evenlang als van Parkeler. De bank aan weerszijden van het fornuis niet vastgespijkerd. De kettingkoker met een luikje of deurtje in het vooronder. Op de ijzeren bak waarin de ballast van de mast een tafeltje.
Het roer moet van vorm zijn evenals van Nora van de Heer .. Bangert met koperen achterbeslag en koperen beugel voor vlaggestok.
De zwaarden iets smaller doch langer als van Parkeler. De verbinding aan dek en over het boord is evenals bij Roeloffine van de heer J. Herfst. Ter plaatse evenals bij Parkeler twee koperen …. ter versteviging van het boveneind.
Ogen van voldoende sterkte voor de bakstagen.
De uithouders en de steunder der botteloef moetren met afzonderlijke bouten aan de botteloef bevestigd worden.
De opstaande kanten waarover de ……luiken sluiten minstens zo hoog als in Parkeler.
Bolderpennen moeten geheel door de bolders lopen. Het schip moet voorzien worden van twee koperen pompen waarvan een vlak- en een lenspomp. Al het ijzerwerk dat door de heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne niet blank wordt verkozen moet gegalvaniseerd zijn.
De nodige losse ballast moet worden geleverd naar keuze van de Heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne om het schip bij de lastlijn te krijgen.
Bevestiging alles kopervast.
De houten krommers, leggers van prima droog eikenhout. Ingevolge berekening zal deze boeier (?) voorzien worden van een loden kiel en met koperen bouten van voldoende sterkte worden bevestigd. De loden kiel zal 1500 kilogram moeten wegen.
De mast van Rigo Grenen hout zal lang zijn 30 voet tussen bout en hommer en voorzien zijn van voldoende loden ballast om behoorlijk te kunnen strijken. De ballast die uit stukken lood ter zwaarte van hoogstens 20 kilogram ieder bestaat wordt in een ijzeren kast van voldoende sterkte, die voor dit doel aan de mast is bevestigd gelegd.
De mastkoker moet zijn van voldoende sterkte en bevestiging. De stootklamp minstens 10 cm hoog zijn en de achterkant der mastkoker geheel dichtgetimmerd met eikenhout van 15 cm dikte.
Het rondhout zal bestaan uit giek, gaffel, boegspriet. Jagerspier, fokkenstutter, 2 bomen, 2 haken, vlaggenstok alles van voldoende afmeting. Blokken van palmhout. Het klauwval met twee schijven.
Bakstagen van staal (bekleed) met toebehoren. Het touwwerk enz. voor de tuigage benodigd van prima kwaliteit.

Inventaris

2 Wrijfkussens, 1 puts, 1 dweil, 1 luiwagen, gegalvaniseerd anker en ketting van voldoende zwaarte soort en afmeting, 1 koperen bollantaarn, 2 landvasten ieder 20 voet, 1 trosje touw, alles …..
Grootzeil, fok, stormfok, kluiver van het … doek no 1 van half… … en doorgenaaid. Het doek dicht geweven bij de firma Sijpenstein. Een linnen jager. Bij alle zeilen zakken. Voor het grootzeil en fok onder en boven en botenhuik waterdicht.
Zeilen blokken touwwerk rondhout te vervaardigen door de firma Schouten te Gouwsluis.
Tijdens de bouw wordt de verzekering van de boeier door de heer H. Bernhard gedragen terwijl de polis daarna in het bezit van de heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne moet zijn.
Voormeld boeierjacht moet voor of op den 1ste april 1893 geheel …. worden afgeleverd doch in geen geval voor den 13den maart 1893.
Terstond na tekening van deze acte moet aan de bouw worden begonnen.
Voor de 1ste december 1892 zal het schip buitenom geheel dicht moeten zijn en voor de 1ste maart 1893 geheel …. klaar.
Voormeld jacht wordt door de heer H Bernhard aan de heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne onder boven omschreven voorwaarden geleverd voor de som van vijfduizend driehonderd gulden.
De betaling zal zijn in termijnen. Wanneer de kiel is gelegd en stevens staan vijfhonderd gulden. Wanneer het jacht buitenom dicht is een duizend gulden. Wanneer de gehele .. klaar is vijftienhonderd gulden en achttienhonderd gulden wanneer de boeier wordt afgeleverd op de
1e juli 1893. Tweehonderdvijftig gulden als blijkt dat geen reparaties nodig zijn tengevolge van onvoldoende constructie van schip of tuig en tweehonderdvijftig gulden als laatste termijn op de 1e oktober 1893 als het blijkt dat geen reparaties of veranderingen nodig zijn van onvoldoend zeildoek of slechte afwerking.
Voor omschreven boeierjacht met toebehoren te bouwen onder toezicht en goedkeuring van de heer C. Jaski te Amsterdam of een in zijn plaats gemachtigde van den heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne.
Mocht de afwerking op 1 december 1892, en de aflevering op op 1 april 1893 niet op genoemde datum zijn volbracht dan verplicht zich de heer H. Bernhard voor elke dag te late aflevering f.25 boete per dag aan de heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne te betalen.
Amsterdam 26 juli 1892
H. Bernhard
N.J.C. Lette van Oostvoorne

1893

25 februari 1893

25 februari 1893: Tewaterlating

In De Tijd van 1 maart 1893 lezen we een kort verslag van een tewaterlating op 25 februari 1893:
“Zaterdag-middag had op de werf van den heer H. Bernhard een eigenaardige plechtigheid plaats. Er werd namelijk een boeier van 10 meter lengte voor het eerst voorzien van een looden kiel, te water gelaten. Volgens verklaring van eenige genoodigde deskundigen is de bewerking van dezen boeier zoowel in- als uitwendig eenig, en doet hij den ontwerper en bouwmeester, den heer Bernhard, alle eer aan, ook wat het koper- en smeedwerk betreft, eveneens door bovengenoemden bouwmeester geleverd. De boeier, Fenna gedoopt, is gemaakt voor rekening van den heer mr. N.J.C. Litte van Oostvoorne. De beste wenschen voor den Nederlanschen scheepsbouw, hier zoo kranig vertegenwoordigd, en voor de vaart van den boeier, werden onder hartelijken dronk geuit.”
Lette van Oostvoorne had voor de naam Fenna gekozen, omdat zijn in 1890 overleden moeder zo heette. In de Nederlandsche Sport, No. 553, van 25 februari 1893 vinden we eveneens het bericht dat bij scheepswerf Het Jacht de nieuwe boeier Fenna van stapel liep. Dankzij deze bewaard gebleven publicatie weten we ook de exacte tijd:
“Te circa 3 ure gleed het prachtige vaartuig in zijn element. In ons volgend nummer hopen wij hierop eenigszins uitvoerig terug te komen.”

De Fenna aan de kade bij de Bernhard-werf aan de Lijnbaansgracht. Collectie Scheepvaartmuseum Amsterdam.
De Fenna aan de kade bij de Bernhard-werf aan de Lijnbaansgracht. Collectie Scheepvaartmuseum Amsterdam.

Gerard ten Cate: “Zie je hoe donker het schip is? In de periode dat deze foto genomen is, werd er nog gelakt met hooilak. Dat oxideerde snel. Hoe dat bij de Van der Zee’s gedaan werd, weet ik niet. Wel weet ik dat ze ‘boeierlak’ gebruikten. Tenminste, dat wordt in de werfboeken genoemd. Wat de samenstelling ervan was weet ik evenmin.”

Het bericht in No. 554 van de Nederlandsche Sport gaat verder:
“Het is de eerste boeier, die voorzien is van een looden kiel; hij zal daardoor stijver zijn dan andere boeiers en minder inwendigen ballast behoeven. De roef is een fraai stuk timmerwerk en is zeer gerieflijk ingericht. Een lavatory en een closet met waterspoeling, het nieuwste wat er op dit gebied bestaat, zijn geleverd door den heer Th. V. Heemstede Obelt. De plafonds zijn mat geschilderd en met gouden lijsten afgezet. De kajuit is verder voorzien van 2 tweepersoons slaapplaatsen, terwijl er bovendien 2 ruime kooien in het volkslogies zijn. Het dek is van Amerikaansch greenen hout, dat, evenals het wagenschot en het eikenhout van het schip zelf, met de grootste zorg is uitgezocht. Het vaartuig is thans naar de Gebr. Schouten te Gousluis gebracht, om getuigd te worden; men hoopt het 15 Maart a.s. zeilklaar af te leveren. Wanneer het tuig in verhouding is tot het vaartuig, wat fraaiheid betreft, dan is de Amsterdamsche zeilvloot een hoogst sierlijk vaartuig rijker geworden,  dat haar bouwmeester in alle opzichten tot eere strekt.”

1899

1899

1899: Fenna te koop

In de korte tijd kraag de boeier drie nieuwe eigenaren, totdat de heer J.E. Kuipers haar in 1909 kocht. Ze heette in de tussenliggende jaren Fortuna, met als eigenaar van 1899 tot 1901 W. Hultzer; Olga van 1901 tot 1904 met als eigenaar A.A.H. Boon Hartsinck te Baarn; en eveneens Olga van 1904 tot 1909, in eigendom van H.J. de Lanoy Meijer en en A.A.H. Boissevain te Lage Vuursche.

1909

1909

1909: J.E. Kuipers uit Leeuwarden koopt de 'Olga' en noemt haar 'Hludana'

Vermeer vermoedde dat de Olga in 1909 is verkocht. De nieuwe eigenaar werd J.E. Kuipers uit Leeuwarden. Bij Vermeer lezen we W.E. Kuipers, maar dat blijkt onjuist te zijn. Een bezoek aan de kleinzoon van J.E. Kuipers, Jan Egbert Kuipers in Amsterdam, geeft uitsluitsel over het jaar van aankoop en de initialen van zijn grootvader. “De naamgeving in onze familie kende een traditioneel ritme. Mijn grootvader heette J.E. (Johannes Egbert) Kuipers, mijn vader heette E.J. (Egbert Jan) Kuipers en J.E. zijn weer mijn initialen.” Jan Egbert Kuipers is op het moment van bezoek zijn studeerkamer aan het renoveren en denkt dat de informatie waarover hij beschikt tijdelijk onbereikbaar is. Toch staat hij op en loopt naar de tuinzijde van de kamer en pakt een aantal boekwerken onder de tafel vandaan. “Ik had al wat achteruit gelegd en misschien staat hier wat in,” bedenkt hij zich.

Het kasboek van J.E. Kuipers (senior): onderaan zien we Ludana genoemd. Collectie J.E. Kuipers.
Het kasboek van J.E. Kuipers (senior): onderaan zien we Ludana genoemd. Collectie J.E. Kuipers.

Terwijl Jan Egbert thee zet, kijken wij al vast wat boeken na. Het gaat om balansen van de zaak van zijn grootvader. In 1907/1908 staat niets over de boeier. In 1908/1909 evenmin maar op de balans van 1909/1910 staat plots ‘Boeier Ludana’. We weten nu uit eerste hand dat J.E. Kuipers in 1909 eigenaar werd van de Ludana. Vermeers vermoeden over het jaar van overdracht blijkt bij nader inzien te kloppen.
De heer J.E. Kuipers verandert de naam Olga in (H)Ludana. De letter H staat tussen haken, omdat in alle geschriften over de boeier HLudana als naam wordt genoemd die Kuipers aan het schip gaf maar in zijn eigen balans heet het schip Ludana. Zijn kleinzoon vertelde ons dat de H niet uitgesproken werd.

J.E. Kuipers was eigenaar van de stoommeelfabriek Fortuna in Leeuwarden. De boeier lag in Grouw in de Rjochte Grou, tegenover het huidige Hotel Oostergoo. Ze maakten dagtochten met de boeier en af en toe gingen ze er een heel weekend mee weg. Een enkele keer zeilde Kuipers een wedstrijd met de Ludana. Zijn kleinzoon vond een briefje met daarop de tekst: ‘We hebben gevaren tegen de Constanter en we hebben gewonnen.’

1912

8 mei 1912

8 mei 1912: Foto's uit het begin van de 20ste eeuw

‘De boeier ‘Lludana’ van den heer J.E. Kuipers te Leeuwarden
‘De boeier ‘Lludana’ van den heer J.E. Kuipers te Leeuwarden

‘Lludana’ op het omslag van de eerste uitgave van het tijdschrift De Watersport in 1912

Wellicht genomen op het IJ tijdens de openingstocht voor het zeilseizoen waarover een artikel in het tijdschrift gaat. “Intusschen merkten wij wel, dat de Noordenwind nog zeer koud was, maar dat wilden de zeilers niet voelen, te verheugd als zij waren, dat zij weder aan boord van hun schip hunne vrije uren op het zilte nat konden doorbrengen.” Tijdschrift in de collectie van Alexander de Vos.

In 1912 sierde de Ludana het omslag van het blad De Watersport. Bijzonder, want het gaat hier om het eerste nummer van de eerste jaargang, gedateerd 8 mei 1912. Onder de foto staat het bijschrift: ‘De boeier ‘Lludana’ van den heer J.E. Kuipers te Leeuwarden’. Vlak onder de vleugel, bovenin de mast, wappert een driehoekig vlaggetje. Jan Egbert Kuipers vertelt dat zijn grootvader een eigenaarsvlag had met de kleuren geel en zwart erin. Wanneer die vlag gehesen was, bevond de eigenaar zich aan boord.

 Jaap Bernhard stuurt een andere foto uit die tijd:
Onderstaande foto heb ik altijd voor een afbeelding van de 'Fenna', de latere 'Ludana' gehouden, misschien op de Amstel. De foto komt uit de boedel van de werf Bernhard in Nieuwendam. Het betreft een originele 22x28 afdruk, van fotograaf Elfrinkhoff, die door N.A. Bernhard  soms werd ingeschakeld voor foto’s. Het lijkt me een staatsieportret, dat bewust zo in scene is gezet. Elfrinkhoff maakte vermoedelijk ook de bekende foto bij de werf aan de Lijnbaansgracht. Het origineel ligt in Scheepvaartmuseum Amsterdam.
De foto van 'Ludana' voorop "De Watersport" lijkt me overigens niet bij Leeuwarden, zoals het onderschrift bij de foto suggereert, maar misschien wel op het IJ.

Reactie van Alexander de Vos:
Een plausibele aanname. Vergelijk de foto van de 'Ludana' op de omslag van het allereerste nummer van de Watersport. Wat had het schip een spectaculair mooie lijnen. Prachtig die ontzettend smalle baantjes van het grootzeil. Aan de hand van oude foto’s heb ik ooit een analyse gemaakt van de breedte van de baantjes van echte mooie fjouweracht grootzeilen. Dit bleek 18 cm te zijn met twee valse naden per kleed!

1914

1914

1914: De 'Hludana' wordt verkocht

De heer J.E. Kuiper verhuisde van Leeuwarden naar Baarn en deed zijn (H)Ludana van de hand. Het syndicaat Sprenger, Beekhuis en Lucardi werd de nieuwe eigenaar en veranderde de naam in Ludana.
Wat de heren van het syndicaat met de boeier hebben gedaan en waar ze het schip voor hebben gebruikt, daarover is niks bewaard gebleven. Wel weten we dat er in 1921 weer een eigenaarswissel is geweest. De heer A. (Alfred) Sprenger te Loosdrecht kreeg de boeier in zijn bezit. Alfred Sprenger was de zoon van de Leeuwarder Sprenger van het syndicaat.
De Gooi en Eemlander van 12 juli 1926 meldt dat Sprenger de Ludana in Loosdrecht gebruikte bij wedstrijden. Niet om er zelf wedstrijden mee te zeilen maar om plaats te bieden aan het wedstrijdcomité.

1924

1931

1931

1931: De 'Ludana' wordt naar Engeland verkocht

Een bericht in de rubriek ‘De Uitkijk’ van De Waterkampioen uit 1931 luidt, zo schrijft Vermeer in zijn boek ‘De Boeier’:
“Door de firma A.L.E. Rambonnet te Bussum werd het boeierjacht Ludana van den heer A. Sprenger te Loosdrecht naar Engeland verkocht.”

1946

1946

1946: In Engeland

Het is niet bekend wie de eerste Engelse eigenaar de heer Philips was en wat hij met de Ludana heeft gedaan. Zeker is dat een Engelsman, genaamd Felix Gotto, de Ludana in de zomer van 1946 in bezit kreeg. We weten dit, omdat de latere eigenaar Dries Verwaaijen op 10 juli 2007 van zoon David Gotto een aantal pagina’s uit het levensverhaal van zijn vader toegestuurd kreeg (het volledige verhaal van Felix Gotto is vertaald afgedrukt in het boek Boeier Ludana). De dochter van Felix Gotto, Juliette Morely, vertelde ons toen we haar aan de lijn hadden, dat zij haar vader had gevraagd zijn levensverhaal op te tekenen.
De familie Gotto woonde in de winter van ‘46 op ‘47 op de Ludana. Juliette Morely heeft naast het verhaal van haar vader weinig eigen herinneringen aan de Ludana. Ze was dan ook slechts vijf jaar, toen die winter de Ludana hun huis was. Een paar details zijn haar nog wel bijgebleven. Dat ze niet kon slapen in een huis aan de wal vanwege alle herrie die de vogels maakten. Ze was gewend aan bootgeluiden en niet aan huisgeluiden. Op een dag, zo weet Juliette nog, was ze even alleen aan boord terwijl de fluitketel op stond. Het fluiten van de ketel klonk als het gepiep van een muis. Ook herinnert ze zich nog dat het water, het zoute water dus, bevroren was. Zo koud was het die winter. In Nederland werd op 8 februari 1947 een Elfstedentocht gehouden.
Van het leven aan boord weet ze dat haar moeder het altijd gezellig probeerde te maken. Dat ze weinig eigen herinneringen heeft aan de Ludana, heeft niet alleen te maken met haar jonge leeftijd. Felix Gotto heeft vele, vele baantjes gehad en Juliette heeft op zeker tien verschillende scholen gezeten. Naast de Ludana hebben ze ook nog op een oud oorlogsschip gewoond. Ze hebben op de meest vreemde plaatsen geleefd en ook al die verhuizingen zorgen ervoor dat de Ludana niet een speciale indruk heeft gemaakt.
Haar vader was wel gegrepen door de Ludana. Dat blijkt ook uit zijn levensverhaal. Hij heeft haar altijd gevolgd maar had tot zijn spijt nooit genoeg geld haar weer terug te kopen. Tegelijk met het gedeelte van het levensverhaal, kreeg Dries Verwaaijen een incomplete kopie in handen van een artikel uit een onbekend tijdschrift. Dat artikel was geschreven door Felix Gotto, voorzien van een pentekening van zijn hand en een tweetal foto’s van de Ludana. Het artikel beschrijft een overwintering van de Ludana in Bosham bij Chichester aan de zuidkust van Engeland. Felix Gotto had de belevenissen van zijn gezin aan boord van de Ludana dus ook wereldkundig gemaakt via een tijdschrift.

Foto van Felix Gotto werkend aan de Ludana
Foto van Felix Gotto werkend aan de Ludana

1947

1947

1947: Nieuwe eigenaar William C. Rae

William C. Rae heeft van 1947 tot 1955 op de Ludana gepast. Eerdere speurders vermoedden dat al, maar sinds het gesprek met de kleinzoon van J.E. Kuipers weten we het zeker. De kleinzoon Jan Egbert Kuipers vertelt: “Ik ben verzamelaar van antiek glas en ergens in de jaren zeventig gingen we daarvoor naar Engeland. Ik had contact gelegd met ene William Christie Rae die eveneens een passie voor antiek glas had. Hij was toen al gepensioneerd tandarts en woonde ten noorden van Londen. Rae pikte ons op en in de anderhalf uur durende rit naar zijn huis kwamen we te praat over zeilen. Ik vertelde dat ik in het bezit was van een fjouweracht. Rae’s reactie was dat hij eigenaar was geweest van een boeier. Ik zei: ‘Dan zal ik zeggen hoe die heet, de Ludana. Die is nog van mijn grootvader geweest’. De Ludana is ooit voor de kust van Engeland gezonken. Dat was in de tijd dat Rae eigenaar was. Rae was een alleraardigste man en wij mochten bij hem thuis overnachten tijdens ons verblijf in Engeland.”

1955

1955

1955: Gegevens in het Stamboekarchief

augustus 1955

augustus 1955: Waterkampioen 1955: Boeier „Ludana" onder Engelse vlag

A.E. Lea is eigenaar van de Ludana in de jaren 1955 tot 1963. In de Waterkampioen van augustus 1955 en januari 1956 staan twee stukken over de Ludana geschreven door S.C. Dierdorp. Hij vertelt dat ze tijdens een vakantie in Zeeland een groot aantal buitenlandse jachten tegen kwamen, waaronder een groot aantal Engelse. Eén daarvan heeft een Engelse meetbrief die vermeldt dat het jacht in 1898 is gebouwd op de werf van N.H. Bernhard. Bedoeld zal zijn N.A. Bernhard maar dat is slechts een detail. De eigenaar is de heer Lea en die heeft het jacht gekocht onder de naam Ludana. Op een foto die Lea ter beschikking stelde, heeft de Ludana een witte romp maar dat klopt niet meer. In Zeeland heeft de Ludana een blauwe romp en witte zeilen. De redactie schrijft onder het ingezonden stuk dat ze zich afvraagt of het hier om de Ludana gaat die destijds van de heer A. Sprenger uit Loosdrecht was.

Tijdens mijn vacantie ontmoetten wij In Zeeland een groot aantal buitenlandse jachten, waaronder een opvallend groot aantal Engelse. Een daarvan, waarmee wij gelijktijdig in Zierikzee lagen, was zo kennelijk een boeier van Nederlandse makelij, dat wij niet konden nalaten een praatje niet de bemanning aan te knopen. De eigenaar bevestigde onze mening en liet ons de Engelse meetbrief zien, welke vermeldde, dat het jacht In 1898 gebouwd was op de werf van N.H. Bernhard te Amsterdam.
Het jacht was door de huidige eigenaar In Engeland gekocht onder de naam „Ludana", welke het thans nog droeg. Gedurende de laatste oorlog had het in Falmouth gelegen. Daarvoor had het schip een andere naam gehad, die ik echter vergeten ben. Hoe dit typisch Nederlandse zeiljacht In Engeland was gekomen, kon de heer Lea ons echter niet zeggen.
Gaarne zend ik u hierbij een foto, welke de heer Lea ons welwillend ter beschikking stelde; de kleuren kloppen evenwel niet meer: de romp is nu blauw en de zeilen wit. De maten zijn volgens de Engelse meetbrief: lengte 33,4 voet, breedte 13 voet.
Indien het u mogelijk Is de levensloop van dit. schip na te gaan, zou Ik dit graag vernemen om deze door te geven aan de huidige bezitter.
Zutphen, Augustus 1955.
S. C. DIERDORP.


Wij vragen ons af, of dit het boeierjacht „Ludana" is, destijds van de heer A. Sprenger te Loosdrecht. Wie anders kan ons inlichten?
Redactie.

S.C. Dierdorp neemt contact op met Sprenger maar die weet niet zeker of het om ‘zijn’ Ludana gaat. Het artikel gaat verder met: “Eerst enkele weken geleden kreeg ik van de huidige eigenaar de bevestiging, dat het inderdaad hetzelfde schip was, waarvan de heer Sprenger in ‘Yachting Monthly’ een foto had gezien bij een artikel over een trip van deze boeier in december van de oostkust naar de zuidkust in Engeland.” Zou hiermee ook opgehelderd zijn in welk onbekend tijdschrift het artikel is verschenen van Felix Gotto? Alleen van hem weten we dat hij met de Ludana van de oostkust naar de zuidkust is gevaren en wel in december. Wat we hier zeker uit kunnen afleiden, is dat de Ludana tijdens haar Engelse jaren in ieder geval één keer terugkeerde naar Nederland.

1956

1956

1956: Waterkampioen: Nogmaals Ludana

Naar aanleiding van liet artikel van de heer Spits in no. 961 wil ik niet nalaten om enkele aanvullende gegevens te verstrekken, die ik als reactie op mijn vraag in de W.K. no. 960 verkreeg. Ik ben hiertoe niet eerder overgegaan, daar de heer Sprenger mij in een brief meedeelde, dat hij niet geheel zeker was of het zijn vroegere eigendom betrof, daar de gepubliceerde foto wat veel van voren was genomen. Eerst enkele weken geleden kreeg ik van de huidige eigenaar de bevestiging, dat het inderdaad hetzelfde schip was, waarvan de heer Sprenger in „Yachting Monthly" een foto had gezien bij een artikel over een trip van deze boeier in december van de oostkust naar de zuidkust van Engeland. Dit laatste is wel een bewijs, waartoe een goede boeier in staat is, al vermoed ik, dat menigeen het gewaagd zal vinden met een schip van dit type de Noordzee te bevaren.

Aardig is, dat het schip de naam 'Ludana' sedert 1907 behouden heeft ondanks de vele wisseling van eigenaar. Deze naam was voor de heer Lea en ook voor mij een raadsel. Hoogstwaarschijnlijk is hij ontleend aan de geloftesteen, welke in 1888 uit de terp te Beetgum is opgegraven en waarvan de inscriptie ongeveer luidt als volgt:  "Aan de godin Hludana hebben de pachters van de visserij onder bedrijfsleider Quintus Valerius haar gelofte betaald vrijwillig en volgens verdienste."
Van de heer H. Bernard, kleinzoon van de bouwer vernam ik, dat er nog een boeier van dezelfde werf in Engeland is en wel onder de naam Aglaia (ex Bridge). Dit schip is in 1892/92 geheel van ijzer gebouwd voor rekening van de heer G. Schutte Jr. te Amsterdam onder de naam 'Nautilus'. Het heeft in 1950 Amsterdam bezocht en was toen eigendom van Major T. R. Wells te Rochester (Kent), die bij die gelegenheid de heer Bernard opzocht om nadere gegevens te verkrijgen. 
Tenslotte mijn dank aan de heren Sprenger en Bernhard voor hun brieven en aan de redactie voor de plaatsruimte.
Zutphen, januari 1956. S.C. Dierdorp. 

1963

1963

1963: Nieuwe eigenaren Bessant en Chapman

Bessant en Chapman hebben de boeier van 1963 tot 1976 in bezit. Vermeer vermeldt in zijn boek ‘De Boeier’: “Acht jaar later, in 1963, meldde H.Th.G. Steenstra uit Rotterdam, eigenaar van het tjalkjacht De Maze, aan de secretaris van het stamboek dat hij in Whitby had kennisgemaakt met de heer F.G. Bessant, woonachtig in Leeds, eigenaar van de boeier Ludana (ex Olga) en dat deze in contact met de stichting wilde komen. De heer Bessant werd inderdaad donateur van de stichting en de boeier Ludana komt op diens naam voor in de schepenlijst van 1966 tot en met 1972.”

We vinden in een map die bij het schip hoort een document van Masford Bros. Ship Repairers:
“LUDANA” 34’ 0” - Dutch BOEIER. Op 4 augustus 1972 stuurt deze werf een rapport waarin ze hun bevindingen kenbaar maken over de Ludana. De inspectie vond plaats op Cremyll Shipyard in Plymouth op verzoek van de heren E. Chapman, Castell, Penrhos, Pwllheli, Carns en N. Weles. Hoogstwaarschijnlijk betreft het hier een taxatie voor niet alleen Chapman maar voor zes heren die mogelijk als collectief eigenaar zijn of willen worden.

Het rapport zegt vrij vertaald het volgende. De Ludana lag aan de grond, overhellend naar bakboord, zodat de stuurboordzijde goed geïnspecteerd kon worden. Later hebben ze haar gekeerd om de bakboordzijde te kunnen bekijken. De huid bestaat uit eiken planken (gangen), onderwater bedekt met gegalvaniseerde ijzeren platen. In blik dus. Over het blik zat aan de buitenkant een dikke laag bitumen. Het onderwaterschip dat niet visueel kon worden geïnspecteerd hebben ze helemaal beklopt met een hamer en deze test bracht geen defecten aan het licht. De staat van de huid bovenwater onder het berghout vonden ze voldoende. Het boeisel vertoonde gebreken. Een groot deel van de gangen in de romp was binnen te zien en verkeerde in goede staat; daar was goed op gepast. De kielbalk en het lood in de kiel waren eveneens goed, zo ook de stevenbalk die net vernieuwd was, zo meldde de eigenaar.

Wie bedoeld wordt met de eigenaar, is onbekend. We weten niet of het rapport voor of na aankoop is opgesteld. Het berghout is gedeeltelijk gerestaureerd maar wat niet is aangepakt verkeert in slechte conditie. Het beslag van het roer is goed maar de zandlopers van de zwaarden moeten worden vervangen. De spanten die ze konden zien waren ook goed. Het kajuitdak is goed dankzij overvloedig gebruik van lijnolie maar het lekt wel op verschillende plekken en de aansluiting met het dek vraagt aandacht. De mast, het lopend en staand want, en de zeilen zien er goed uit. De brandstoftank en watertank zijn ook goed. De motor loopt goed maar de schroef moet beter vastgezet worden op de as. Gezien haar leeftijd, verkeert dit schip in prima conditie. Recent uitgevoerde reparaties zijn kwalitatief niet zo goed als de originele bouw. Het zal moeilijk zijn een boeier van deze leeftijd te vinden die in zo’n goede conditie verkeert als deze.

Vanaf 1974 tot en met 1976 staat in de schepenlijst als eigenaar vermeld T. Chapman te Torpoint (GB). Op basis van de taxatie uit 1972 vermoeden we dat Chapman -E. of T.- vanaf 1972 eigenaar is, alleen of gezamenlijk met de andere vijf heren.

Ludana voor de restauratie in uitgezakte staat op de kade. Foto van Clive Wallace.
Ludana voor de restauratie in uitgezakte staat op de kade. Foto van Clive Wallace.
Clive ‘aan het oppassen’ op dochter Demelza, terwijl hij tegelijkertijd de Ludana ontmantelt vóór restauratie. Foto van Clive Wallace.
Clive ‘aan het oppassen’ op dochter Demelza, terwijl hij tegelijkertijd de Ludana ontmantelt vóór restauratie. Foto van Clive Wallace.

Clive Wallace blijkt (achteraf) de laatste Engelse eigenaar te zijn geweest van de Ludana. “Ik heb haar op een vrachtwagen laten zetten en naar Chichester (Sussex) gebracht, varen kon ze niet meer, ze was overal lek,” vertelt de nu 67-jarige Clive Wallace tijdens een telefoongesprek. De romp van de Ludana was groen geverfd, het onderwaterschip rood en de boeisels, het dek en de roef stonden nog in de lak of de olie. In eerste instantie verving Clive Wallace de echt verrotte stukken hout en zette het onderwaterschip in de antifouling. Hij kwam er al snel achter dat er veel mis was met het schip. Gelukkig was ze nog wel compleet. Het houtsnijwerk vond hij in stukken aan boord en al puzzelend zette hij dat weer in elkaar. Het koperen naamplaatje lag ergens onderin de bilge maar het was er tenminste nog. De deurtjes waren ook nog aanwezig en die liet Clive namaken. Documentatie had hij niet maar gelukkig gaf de Ludana bijna zelf aan hoe hij alles kon reconstrueren.

Clive had de Ludana gekocht om haar te behouden en dus wilde hij haar grondig restaureren. Dat betekende gedeeltelijk herbouwen, een klus die hij niet zelf kon volbrengen. Hij bracht haar naar Emsworth en de Emsworth Yacht Harbour nam de restauratie van de romp en de grote klussen voor zijn rekening: de romp, de bollestal en het interieur. In de kop waren slechts twee gangen rot, de kont had het zwaarder te verduren gehad. Voordat de werf kon starten met de restauratie, ontmantelde Clive zelf de Ludana. Terwijl ze in het water lag, verwijderde hij de boeisels en delen van het berghout. “Daar ging veel tijd in zitten en die had ik niet, omdat onze dochter Demelza net was geboren. Mijn toenmalige vrouw Dominique heeft het gelukkig niet altijd geweten maar terwijl ik op Demelza paste, kluste ik aan de Ludana. Zij kon dat niet waarderen,” bekent Wallace nu.

De gerestaureerde Ludana in de haven waar de nieuwe zeilen worden uitgeprobeerd. Foto van Clive Wallace.
De gerestaureerde Ludana in de haven waar de nieuwe zeilen worden uitgeprobeerd. Foto van Clive Wallace.

Hij besloot dat de Ludana veel beter tot haar recht kwam in Nederlandse wateren, daarvoor was ze immers ook ooit ontworpen. Hij had zijn doel bereikt door haar van de ondergang te redden en nu moest ze maar een nieuwe eigenaar krijgen in haar geboorteland.
Clive was nu 32 en zou de Ludana voor het eerst in 50 jaar weer terugbrengen naar ‘huis’. Hij wist niet dat de heer Lea al eens met de Ludana naar Nederland was overgestoken, Clive Wallace dacht dat de Ludana al die jaren Engeland niet uit geweest was. Samen met vriend Mark gooide Clive in 1982 de trossen los voor zijn grote Kanaalavontuur naar Nederland. Hun reisplan voorzag dat ze van Dover naar Calais zouden oversteken, de kortste route naar het vaste land.
In de heer Gravenstein uit Utrecht vond de Ludana in 1983 een nieuwe liefhebber. Hij kocht de boeier van Clive Wallace.

1983

1983

1983: Terug in Nederland

De heer Van de Riet fotografeerde begin jaren ‘90 verschillende boeiers omdat hij er eentje wilde kopen. Dit is de foto van de Ludana, toen wit na het groen van Clive Wallace. Foto via Dries Verwaaijen.
De heer Van de Riet fotografeerde begin jaren ‘90 verschillende boeiers omdat hij er eentje wilde kopen. Dit is de foto van de Ludana, toen wit na het groen van Clive Wallace. Foto via Dries Verwaaijen.

Na meer dan 50 jaar was Ludana weer terug in Nederland. Over de wederwaardigheden van de heer Gravenstein met de Ludana weten we niet veel. Hij is nog een keer aan boord geweest van de Ludana op de Hiswa. Daar vertelde hij dat hij het hele zeilwerk had vernieuwd, waarvoor hij zelfs een speciale boor van 60 centimeter lengte had gelast. Hij heeft het schip in 1986 doorverkocht aan de heer Beernink. Waarschijnlijk door de slechte staat waarin de boeier verkeerde, heeft de heer Gravenstein er weinig mee gevaren en wilde hij weer van de Ludana af.
De heer Beernink uit Wetering had grote plannen met de Ludana. Het schip heeft jaren naast zijn huis gelegen en toen Combert Burger in 1991 interesse toonde in de boeier wilde Beernink haar eerst niet verkopen.

1991

1991

1991: Combert Burger koopt de 'Ludana'

“Ik ben een aantal malen naar Wetering Afgereisd,” vertelt Combert Burger, “en heb de heer Beernink toch weten te overtuigen om de Ludana aan mij te verkopen. Hoe dat precies is gegaan, weet ik niet meer. Ik heb de boeier in september 1991 opgehaald. Ze verkeerde in slechte staat en ik heb haar achter een Doerak slepend naar Heeg gebracht.

Bij de werf van Pier Piersma vond hij onderdak en begon hij aan de restauratie. “In 1991 wist ik hoe ik met een rond jacht moest zeilen en ik kon regulier onderhoud plegen aan de boot, schuren en lakken dus. Van restaureren had ik geen verstand. Ik ben bij de Ludana maar gewoon begonnen met het branden van gangen. De eerste gang die we brandden was bedoeld voor bakboord achter maar is uiteindelijk stuurboord voor in het schip terecht gekomen. Daar bleek die plank beter te passen. Al doende heb ik het vak onder de knie gekregen.

Voor de tweede fase verhuisde Combert het schip op eigen kracht van Heeg naar Workum, naar Roelof van der Werff. In de zomer van 1992 ben ik binnenin aan de slag gegaan. De kajuit was helemaal leeg en die wilde ik opnieuw intimmeren. Ik heb toen ook een nieuw dek gelegd. En al doende leren werkte echt, want het werk ging nu sneller en ik maakte minder fouten. Roelof en vaste kracht Rinse waren daarnaast erg behulpzaam en daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt.”

Maar na die zomer was het schip nog niet klaar. Weer een winter buiten werken vond Combert niet aantrekkelijk. De Ludana mocht in de groene schuur liggen, binnen. “Die winter heb ik het boeisel en de berghouten aangepakt. Het boeisel bestond uit allemaal losse plankjes en dat zag er niet uit. Daarnaast heb ik veel tijd besteed aan het afwerken, schuren en lakken en verven. De boot moest toonbaar worden, want ik wilde er in 1993 mee gaan varen.”

Eind maart was al het werk klaar, ook omdat het geld begon op te raken. Voor de laatste werkzaamheden had Combert al bijdragen gevraagd van rentmeesters, en gekregen. Combert bracht de Ludana weer naar Heeg voor de officiële tewaterlating. “Ik weet nog dat het op een vrijdag was, Goede Vrijdag en wel om 15.00 uur. Er schijnt wat met dat tijdstip te zijn maar wat precies weet ik niet. Na de feestelijke tewaterlating, kon ik aan de slag om met gasten en groepen op de Ludana te gaan varen. Het was echt mijn droom om dagtochten te varen. Mijn voorbeelden waren het statenjacht 'Friso' van de Provincie Fryslân en de 'Albatros' van Philips.”

Ludana, opnieuw gerestaureerd, onder zeil met Combert aan het roer. Foto van Dries Verwaaijen.
Ludana, opnieuw gerestaureerd, onder zeil met Combert aan het roer. Foto van Dries Verwaaijen.

1997

1997

1997: Dries Verwaaijen koopt de 'Ludana'

Combert en Dries werden het in augustus 1997 eens over de koopprijs en spraken af dat Combert het onderhoud aan de Ludana zou blijven uitvoeren. Plots werd de Ludana voor Combert een rendabel project; het voelde nog steeds als ‘zijn’ schip.

Dries had zijn plannen inmiddels goed uitgewerkt. Onder de naam Overstag Consult wilde hij teams coachen en begeleiden aan boord van de Ludana. “Ik heb mijn baan in april 1998 opgezegd om mijn passie te volgen. Dingen doen die ik leuk vind maar dan niet in een zaaltje. Teams meenemen aan boord van de Ludana, een grande dame, in de buitenlucht, op een schip met een verhaal. Hier kon ik mijn talenten inzetten en deze manier van werken en leven zag ik mezelf wél volhouden tot mijn pensioen.”

Voor de trossen los konden, was er nog van alles te doen aan de boeier. Combert had het schip gered maar had niet alles onder handen kunnen nemen. Een aantal gangen moest worden vervangen en een nieuw stuk in het vlak was nodig. De boeisels en berghouten had Combert toonbaar gemaakt maar waren nu echt aan vervanging toe. In deze eerste winter na aanschaf door Dries, werd de Ludana ook weer zo goed als dat kon in model gedrukt. Nu de berghouten en boeisels eraf waren, zette Combert een lier onder het schip en werd de kont stukje bij beetje omhoog gebracht. Elke dag kreeg de lier een tikkie en aan het eind was de kont 30 centimeter hoger dan voorheen. De kont is nog net niet zo hoog als op de oorspronkelijke tekeningen maar de huidige zeeg benadert het origineel heel behoorlijk.

Ook zijn in de winter van ’97-’98 veel nieuwe spanten aangebracht. Maar het belangrijkste probleem zat hem in de kont van het schip. Die moest eigenlijk gerestaureerd worden maar daar waren de financiële middelen toen niet voor aanwezig. De oplossing was om de kont in polyester te zetten. Combert pakte het onderwaterschip van de kont met polyester in. Hij zette het goed vast en stutte het ‘plastic’ waar nodig. Het zag er keurig uit en zo trok hij ’s avonds de deur van zijn werf achter zich dicht. De volgende ochtend haalde hij de steunen eronder vandaan en het polyester viel als één geheel op de vloer van de werf. De vorm zat er prachtig in maar het zat toch niet goed vast. De oorzaak was de lage temperatuur in de werf. Combert ondernam een nieuwe poging en deze slaagde wel. Heel goed zelfs, want twintig jaar later zit het polyester nog steeds om de kont.

Tot 2012 heeft Overstag Consult ruim 3000 mensen aan boord van de Ludana uit kunnen nodigen. Ruim veertien jaar kon Dries van zijn activiteit leven en de Ludana ermee in stand houden. De economische omstandigheden waren in 2012 al een aantal jaren minder florissant in Nederland en dat voelde Dries ook. Het aantal opdrachten nam af maar het onderhoud dat de boot vergde, ging gewoon door. In 2005 waren de voorsteven en de eerste drie meter van de gangen in de kop nog helemaal vernieuwd. De kajuit kreeg in 2009 nog een nieuw dak.

De kont van het schip zit nog in polyester en restaureren werd steeds noodzakelijker. De financiële middelen namen echter af en het zoeken naar een andere eigenaar werd onvermijdelijk. De meest uiteenlopende verkoopmiddelen zijn ingezet maar een koper kwam er niet. Dries kreeg in 2016 hulp van een aantal liefhebbers van ronde jachten die zich het lot van de boeier aantrekken. De Stichting Behoud Boeier is opgericht met als doel de boeier Ludana te behouden voor de toekomst.

2004

2004

2004: De Boeier 'Ludana' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

Lette van Oostvoorne heeft de boeier "Fenna" niet als wedstrijdjacht laten meten; hij komt niet voor in het oudste meetregister van de Verbonden Zeilvereenigingen van Nederland en België. Ook onder de naam "Olga" vonden wij geen vermeldingen in wedstrijdlijsten, noch van de ZV 'Het Y', noch van de KNZRV. In 1909 kreeg Auke van der Zee van de gebroeders Boissevain te Amsterdam de opdracht een nieuwe boeier van bijna 15 meter te bouwen; deze kreeg weer de naam "Olga". De oude "Olga" zal omstreeks die tijd zijn verkocht; zowel Bon als Spits beweert in 1907. Als de informatie in de ledenlijsten van de KNZRV, waarin de (oude) "Olga tot 1909 nog op naam van De Lanoy en Boissevain staat juist is, vond de verkoop echter waarschijnlijk pas in 1909 plaats.

W.E. Kuipers te Leeuwarden (moet J.E. Kuipers zijn)

De volgende eigenaar was W.E. Kuipers te Leeuwarden. Deze herdoopte de boeier met de naam "Hludana", ontleend aan een Romeinse geloftesteen, volgens de 'Encyclopedie van Friesland' in 1888 gevonden op de terp van Beetgum (Fr). Deze steen zou door Romeinse pachters in het jaar 100 n.C. zijn opgericht voor de godin Hludana, schutspatroon van schippers en vissers. Over deze korte periode is verder niets meer bekend. Wel is de hier afgebeelde foto uit die jaren bewaard gebleven.

A. Sprenger te Loosdrecht

In 1914 verkocht de heer Kuipers de boeier aan een syndicaat gevormd door de heren Sprenger, Beekhuis en Lucardi te Leeuwarden. De naam werd vereenvoudigd tot "Ludana". Later ging hij over in eigendom van de heer A. Sprenger te Loosdrecht. de heer Sprenger was 40 jaar secretaris van de Koninklijke Watersport Vereeniging Loosdrecht. Over deze periode is verder niets bekend; wel vonden wij een foto in "De Waterkampioen". Een bericht in de rubriek De Uitkijk van hetzelfde blad uit 1931 luidt: Door de firma A.L.E. Rambonnet te Bussum werd het boeierjacht "Ludana" van den heer A. Sprenger te Loosdrecht naar Engeland verkocht.

A. Sprenger in het Jubileumboek KWVL 1912-2012
A. Sprenger in het Jubileumboek KWVL 1912-2012

Engelse periode

Het artikel van Bon vermeldt een vijftal namen van Engelse eigenaren. Allereerst vermelden we hier een mededeling in "De Waterkampioen" van S.C. Dierdorp te Zutphen, die in 1955 bij een bezoek aan Zierikzee een ontmoeting had met de heer A.E. Lea uit Wimbledon, eigenaar van een boeier genaamd "Ludana", waarmee hij naar Nederland was overgestoken. Dit schip bleek inderdaad volgens een Engelse meetbrief gebouwd door Bernhard te Amsterdam. Het bericht was vergezeld van een foto van de boeier onder zeil. De romp bleek ingeblikt en blauw geverfd. De eigenaar deelde mee dat de boeier tijdens de oorlog in Falmouth verbleef. Het was op dit bericht dat de heer F.G. Spits als beheerder van het pas opgerichte Stamboek van Ronde en Platbodemjachten reageerde met een aantal historische bijzonderheden betreffende de werf van Bernhard. De heer Dierdorp ontving verder een aantal reacties, waaruit hij de bovengenoemde reeks van eigenaren tot 1933 kon afleiden.

Ingeschreven in het Stamboek vanaf 1966

Acht jaar later, in 1963, meldde H.Th.G. Steenstra uit Rotterdam, eigenaar van het tjalkjacht "De Maze", aan de secretaris van het stamboek dat hij in Whitby had kennisgemaakt met de heer F.G. Bessant, woonachtig in Leeds, eigenaar van de boeier "Ludana" (ex "Olga") en dat deze in contact met de stichting wilde komen. De heer Bessant werd inderdaad donateur van de stichting en de boeier "Ludana" komt op diens naam voor in de schepenlijst van 1966 tot en met 1972. Omstreeks dat laatste jaar verkocht hij de boeier, want vanaf 1974 tot en met 1976 staat in deze schepenlijst als eigenaar vermeld T. Chapman te Torpoint (GB). De onderhoudstoestand was kennelijk zo slecht geworden, dat ook deze het schip weer spoedig doorverkocht. 

De laatst bekende Engelse eigenaar was Clive Wallace. In 'De Waterkampioen "van 1974 biedt hij door bemiddeling van de firma Kooijman en De Vries te Deil de boeier te koop aan met de volgende tekst, voorzien van foto:
Houten boeier 10.25 x 4.08 m, bouwer N.H. Bernhard.
Dit in Engeland gestationeerde jacht is de bekende "Ludana".
De eigenaar is bereid het jacht naar Nederland over te zeilen.
Een expertiserapport is voor serieuze gegadigden beschikbaar. Prijs: f 30.000,-.

De foto laat het schip zien onder zeil, geheel wit geschilderd met bruine zeilen.

Terug naar Nederland

De heer Gravenstein te Utrecht, die de boeier van Clive Wallace overnam, verkocht hem spoedig weer door aan H.B. Beernink te Wetering Oost (0v). Deze zou er weinig mee gevaren hebben, waarschijnlijk door de slechte toestand waarin het schip verkeerde.  

Combert Burger

De voorlaatste eigenaar, de heer Combert Burger, kocht de "Ludana" in 1991. Hij begon eigenhandig vol moed aan de restauratie, die enkele jaren in beslag zou nemen. De volgende vernieuwingen werden daarbij uitgevoerd: nieuwe huid onder het berghout met diverse inhouten, nieuw voordek, nieuwe binnenbetimmering (was niets meer Van over), nieuwe mast en tuig, nieuwe motor. De oorspronkelijke bedoeling van de heer Burger was dagtochten te gaan maken met betalende passagiers; daar is het echter nooit echt van gekomen. De boeier werd daarom verkocht.

Dries Verwaaijen te Rotterdam

De huidige eigenaar, de heer Dries Verwaaijen te Rotterdam, heeft verschillende restauratiewerkzaamheden, zoals de complete vernieuwing van boeisels en berghouten, door Combert Burger laten uitvoeren. Hij gebruikt het schip als werkplek voor zijn bedrijf; aan boord geeft hij communicatietrainingen aan teams van allerlei organisaties. De thuishaven is Galamadammen bij Koudum. Zoals de foto's laten zien, is de "Ludana" thans weer in goede staat en een sieraad in de vloot van het Stamboek.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    10,32 m
  • Grootste breedte over de berghouten    4,12 m
  • Holte op het grootspant    1,67 m
  • Diepgang    0,95 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    90,0 m2
  • Kluiver, c.q. halfwinder    n. a .

Bijzonderheden    

  • kielbalk 12 cm hoog + aangezette kielbalk van 16 cm
  • gepiekte bodem
  • vlaktilling
  • kielgang + 13 gangen
  • betrekkelijk smalle zijzwaarden
  • snijwerk op rand van de kajuit, waarin deurtjes met glas-in-lood
  • roer bekroond met leeuw (nieuw), vroeger eenvoudige klik

Opmerkingen

De zijzwaarden zijn smaller dan gebruikelijk. Zoals de oude foto uit de tijd van de heer Kuipers laat zien, was dat destijds ook al het geval. Enkele bijzondere kenmerken van deze boeier zijn verder: de breedte is groter dan bij vergelijkbare andere boeiers met een lengte van meer dan 10 meter, zoals de "Friso", "Catharina" en "Tjet Rixt"; het achterschip is vrij vol, de zeeg fraai. Ook hier staat de mast wat ver naar voren. Verder bleek bij de opmeting de kiel in voor- en achterschip ongeveer 5 cm uitgezakt, waarschijnlijk als gevolg van langdurig verkeerde ondersteuning op de wal.

2005

16 maart 2005

16 maart 2005: Toelichting van Jaap Bernhard op de opdracht voor de 'Fenna'

Lijnenplan van de 'Fenna'.
Lijnenplan van de 'Fenna'.

Ik neem aan dat uiteindelijk de versie van de door koper en verkoper ondertekende contracttekening gebouwd is. Die lijkt me overeenkomstig één van de schrale varianten in bijgaand plan, misschien de (vage) binnenste potloodlijn. Beter dan deze afdruk krijg ik het niet. Het is nu eenmaal een dunne lijnvoering, op een groot vel zwaar papier. De prent heb ik uit vererving, uit de werfboedel. Andere, overeenkomstige lijnenplannen uit deze periode zijn gesigneerd door M.L. van Breen, een ontwerper die door Bernhard werd ingeschakeld. Machiel Leendert van Breen (geboren 1841 Vlissingen en overleden in Den Haag 1925) was eerst "Hoofd A. Min. van Marine" en vanaf 1906 "Hoofdtekenaar". Aanvankelijk in Vlissingen, en later in Amsterdam. Blijkbaar deed hij de jachtjes er bij. Hij tekende en berekende voor Bernhard ook snelle centerboards en een (niet gebouwd) schoenerjacht. Daar is wat correspondentie van. Zelf heb ik een door hem gesigneerd en gedateerd ontwerp van een Fries jacht (Union, 1885).  Of Van Breen ook iets met dit plan voor de Fenna te maken heeft gehad weten we niet. Het is mij niet gelukt om meer van Van Breen te achterhalen. In het Scheepvaartmuseum in Amsterdam liggen meer ontwerpen op zijn naam. Het was naar mijn indruk een begaafde en zeer vooruitstrevende man, van het nodige aanzien.

Halfmodel Fenna (collectie Jaap Bernhard)
Halfmodel Fenna (collectie Jaap Bernhard)
Halfmodel 'Fenna' (collectie Zuiderzeemuseum)
Halfmodel 'Fenna' (collectie Zuiderzeemuseum)

2006

maart 2006

maart 2006: SSRP Jaarverslag 2005 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2005 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Deelnemers aan de zomerreünie van 1982 herinneren zich misschien nog hoe de Brit Clive Wallace veel opzien baarde toen hij met de haveloze boeier Ludana onverwacht voor de sluis van Gorinchem verscheen, nadat het schip een halve eeuw in Engeland gevaren had. Hij bleek zo uit Engeland overgezeild te zijn! Na een eerste redding van het schip door Combert Burger in 1991, was het schip opnieuw aan een grondige aanpak toe. In de winter 2004-2005 is, wederom door Combert Burger, ditmaal in opdracht van de huidige eigenaar Dries Verwaaijen, de huid van de kop geheel vervangen, inclusief de voorsteven en enkele inhouten.

 

Dankzij Jaap Bernhard, kleinzoon van de bouwer van de Ludana, zijn op basis van de oorspronkelijke tekeningen en een halfmodel de ontbrekende ‘walrustanden’ (kabellatten) weer aangebracht aan de zijkanten van de voorsteven. De gepiekte kop met mooi strokende nieuwe gangen, 15 per boord, levert een fraai lijnenspel op.

2009

maart 2009

maart 2009: SSRP Jaarverslag 2008 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2008 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Eind 2008 is door Oude Liefde Scheepsrestauratie een aanvang gemaakt met het vervangen van de roef van de boeier Ludana. De oude roef stamde mogelijk nog van de bouw in 1893 en kenmerkte zich door elegante lijnen en mooi hout. Houtrot en verlies aan stijfheid en sterkte noopte eigenaar Dries Verwaaijen om tot vervanging over te gaan. In de originele opdracht uit 1892 van mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne aan scheepsbouwmeester H. Bernhard voor de bouw van de Fenna (de huidige Ludana) wordt over de constructie van de roef slechts kort vermeld deze van eiken dient te zijn, dit in contrast met het Amerikaanse grenen dat toegepast werd voor het dek, de waardings en het dek in de stuurstoel. Hoewel het voor de huidige vervanging van het roefdak en de zijden niet relevant is, is het aardig te vermelden dat over de afwerking van het interieur des te meer werd vastgelegd: ’....Aan stuurboord bij het ingaan der roef een kast voorzien van lavatorij en aan bakboord een kast waarin closet deze buitenboord werkend evenals de lavatorij, een en ander geheel naar keuze van de heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne... De knippen op alle kasten moeten zijn van de soort als op de deur van den kast en privaat der Parkeler. Het slot der roefdeur eender als van Parkeler. Alle sloten, knoppen en hengsels van koper.... De kooien als in Parkeler met twee vaste beddeplanken. Kasten en buffet gemaakt als in Parkeler. De met trijp beklede zitbanken naar keuze. De doorgang naar het vooronder zal zijn aan stuurboord, terwijl aan bakboord een hangkast onder de zeilbalk wordt gemaakt die in het vooronder doorloopt, de afmeting hiervan naar keuze van de heer mr. N.J.C. Lette van Oostvoorne. In het vooronder een geslagen ijzeren schoorsteen en fornuis. Het laatste niet kleiner doch eer groter als in Parkeler. Boven dek een koperen schoorsteen in twee stukken evenzo en evenlang als van Parkeler. De bank aan weerszijden van het fornuis niet vastgespijkerd....’

2010

maart 2010

maart 2010: SSRP Jaarverslag 2009 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2009 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
De roef van de boeier Ludana (ex Fenna) van Dries Verwaaijen is door Scheepsrestauratie Oude Liefde vervangen. In het jaarverslag 2008 is al geciteerd uit het bouwbestek van de Fenna. In 2009 werden in het tijdschrift `De Nederlandsche Sport' van 1893 nog een aantal artikelen over de nieuw gebouwde Fenna gevonden, waarin onder andere de roef werd beschreven: 'De roef is een fraai stuk timmerwerk en is zeer gerieflijk ingericht. Een lavatory en een closet met waterspoeling, het nieuwste wat er op dit gebied bestaat, zijn geleverd door den heer Th. v. Heemstede Obelt. De plafonds zijn mat geschilderd en met gouden lijsten afgezet. De kajuit is verder voorzien van 2 tweepersoons slaapplaatsen, terwijl er bovendien 2 ruime kooien in het volkslogies zijn. Het dek is van Amerikaansch greenen hout, dat, evenals het wagenschot en het eikenhout van het schip zelf, met de grootste zorg.

2013

december 2013

december 2013: Waterkampioen december 2013 nr12 - Ludana Overtuigd van zichzelf

Een boeier was in de 19e eeuw een boot voor notabelen. Dat je er ook wat vracht mee kon vervoeren, was slechts mooi meegenomen. Om te laten zien dat het je voor de wind ging, liet je je boeier rijkelijk voorzien van fraai houtsnijwerk en bladgoud. Zo niet de Ludana.... De Ludana, een boeier uit 1893, is wars van protserigheid. Bijna basic - zeker in zijn tijd. Toch was de bouwer daarmee zijn tijd ver vooruit. De Ludana werd namelijk vooral gebouwd op snelheid. Met meer V-vorm in het onderwaterschip en lood in de kielbalk. De Ludana kon daardoor meer zeil voeren dan alle andere boeiers. En daarmee slaagde de opdrachtgever zonder opsmuk aan de boot zelf, tóch in zijn opzet: zich onderscheiden van de rest. Om een mooie lijn te verkrijgen, werden destijds wel concessies gedaan aan het comfort. Zo is de kajuit relatief laag, waardoor je moet bukken om binnen te komen en binnen ook gebukt blijven.
Aan bakboord naast de kajuitingang de kombuis, aan stuurboord het toilet. Aan beide zijden twee langsbanken met bergladen. Tussen de banken een tafel. Tegen het schot een potkachel met Delftsblauwe tegels en aan bakboord nog een kastje voor glaswerk. `Kruip-door-sluip-door' kom je in de af te sluiten voorpiek met daarin twee kooien. De eigenaar zeilde zijn boeier namelijk altijd met twee bemanningsleden die in de voorpiek hun eigen verblijf hadden. Op een kooktoestelletje - op het contragewicht van de mast - werd het eten bereid en via een luik doorgegeven. In de kajuit mocht de bemanning namelijk niet komen... Een van de opmerkelijke punten van de Ludana is dat het complete interieur eruit kan, op de toiletpot en de kombuis na dan. Handig, omdat het binnenwerk in de winter goed kan luchten en het met een houtconserveringsmiddel relatief makkelijk tegen schimmels was te behandelen.

Vijftien gangen per kant

Waar de meeste boeiers eind negentiende eeuw werden gebouwd met tien planken per zijde, heeft de Ludana er maar liefst vijftien per kant. Daardoor is de romp gepiekter, snijdt hij beter door het water en is hij sneller. Ook de zwaarden zien er anders uit dan gebruikelijk. Boeiers werden oorspronkelijk gebouwd voor ondiep binnenwater en waren uitgerust met bijna ronde, brede zwaarden. De Ludana moest ook geschikt zijn voor de voormalige Zuiderzee en heeft daarom langere, smallere zwaarden. Een mooi detail is dat het ijzer rondom deze zwaarden - bedoeld om het hout te beschermen tegen schade in ondiep water - niet rond de zwaarden is gevouwen, maar erop is geschroefd. Waarbij de schroeven in het ijzer zijn verzonken.
In vergelijking met andere boeiers uit die tijd die groter zijn dan tien meter, zoals de Friso en de Catharina, is de Ludana breder. Het schip heeft een relatief vrij vol achterschip en een fraaie zeeg.

pdf Waterkampioen december 2013 nr12 - Ludana Overtuigd van zichzelf

2016

2016

2016: Foto's

2018

2018

2018: Boek over de Boeier 'Ludana'

Op 26 juli 1892 kreeg scheepsbouwmeester Harmen Bernhard van de werf Het Jacht aan de Lijnbaansgracht 304a te Amsterdam de opdracht een boeierjacht te bouwen. In vier pagina’s handgeschreven bestek stond heel precies omschreven hoe het jacht eruit moest zien. Op 25 februari 1893 gleed Fenna van de helling. Zij zou een roerig leven tegemoet gaan, ook al was dat op die dag nog volledig onbekend. Van Fenna werd zij Fortuna, Olga, Hludana en sinds 1921 draagt zij de naam Ludana.
Bijna 20 eigenaren hebben haar vertroeteld, 60 jaar heeft zij in Engeland gewoond, verschillende keren was ze de ondergang nabij, maar steeds weer werd ze gered. Kwam ze eenmaal in het leven van een familie, dan liet ze je nooit meer los. De informatie hieronder komt uit het boek 'Boeier Ludana. Deining rond een dame van hout' dat het verhaal vertelt van de boeier Ludana en haar opvarenden. Het boek verscheen in 2018, het jaar dat Ludana haar 125-jarig bestaan vierde. Het is geschreven door auteur Klaas Smit.
De huidige eigenaar van de boeier Ludana is Stichting Behoud Boeier. Zij doet haar uiterste best om  Ludana, de grande dame van hout, tot in lengte van jaren nieuwe avonturen te laten beleven. De stichting kan alle steun gebruiken voor het in de vaart houden van dit bijzondere jacht. Via de stichting kunt u ook het boek 'Boeier Ludana. Deining rond een dame van hout' bestellen.
Het boek Boeier 'Ludana' - Deining rond een dame van hout

2018

2018: De Stichting Behoud Boeier neemt de 'Ludana' over

De Stichting Behoud Boeier is in 2016 in eerste instantie opgericht met het doel de boeier Ludana te behouden voor de toekomst. De Stichting ziet zichzelf niet zozeer als eigenaar maar wel als rentmeester in dienst van volgende generaties zeilers.
In 2018 heeft de stichting de Ludana van Dries Verwaaijen overgenomen. Voor onderhoud - en de uiteindelijke restauratie -van de Ludana is veel geld nodig. Ook zullen er te zijner tijd nieuwe zeilen moeten worden aangeschaft en wil de Stichting de kluiver in ere herstellen. Om dit te kunnen bewerkstelligen is de Stichting op zoek naar ‘rentmeesters’, donateurs en sponsoring door bedrijven en organisaties.
Een tweede doelstelling van de Stichting is het scheepstype boeier in het algemeen bekender en meer geliefd te maken bij een breder publiek. Het zijn schepen met een vaak lange geschiedenis.

2019

4 februari 2019

4 februari 2019: Reactie van Thomas Morley uit Engeland

am just getting touch to mention to you that my grandfather, Felix Gotto, owned the Ludana during the forties and refitted her and lived on her with his family. My mother Juliet and Uncle Evan and granny keeping her in Chichester harbour. He brought her in 1945 and I think he owned her till 1950, but my mother is going to check the dates as he kept a diary which my mother has. 

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht