Bever

Bever

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn standaardwerk "De Boeier":
Deze boeier gaat door voor het oudste pleziervaartuig van Nederland en zou nog uit de achttiende eeuw stammen. Wij hebben reeds gezien, dat zijn toenmalige eigenaar, Mintje Wouters, meelhandelaar te Sneek, de bekende hardzeilerij in 1777 bij Oude Schouw won. Uit handen van prins Willem V persoonlijk mocht hij de door deze uitgeloofde prijs, bestaande uit een zilveren vleugel, tuigje, vlag en wimpel, in ontvangst nemen. Of Mintje Wouters de zeilwedstrijd won met de "Bever" of met een ander schip, daarover bestaan verschillen van mening. 

De hier weergegeven historische bijzonderheden betreffende de "Bever" ontlenen wij aan Halbertsma's gedenkboekje bij de 150ste Sneeker Hardzeildag, aan de door de laat negentiende-eeuwse eigenaar Yke Wouda opgetekende zeilherinneringen en aan het artikel van Vorstman in Spiegel der Zeilvaart. Wat de vroegste historie betreft heeft de journalist S.J. van der Molen erop gewezen, dat de zeilpartij bij Oude Schouw door Gedeputeerde Staten van Friesland was uitgeschreven voor jachten welke voor Liefhebberij worden gehouden. Er was sprake van eene Zeijl Parthij voor Spiegeljachten. F.N. van Loon deelt in zijn eerder vermelde boekje uit 1820 (pag. 73) mee dat het jacht en de prijs toen in bezit waren van B. Alring te Sneek, schoonzoon van Mintje Wouters.

Bekende restauraties

De Boeier 'Bever' is in haar lange leven diverse keren gerestaureerd:
De oudste restauraties zijn uitgevoerd door Strikwerda Staveren 1908 e.v. en door  Hylke v.d. Zee Sneek 1917. Recenter in 1980-1984 bij Bültjer Ditzum en in 2011-2012 door Martijn Perdijk van Wind&Water.
Het schip heeft ook een Engels registratienummer: SSR 60679 bij het Britsche Scheepsregister te Cardiff.

Eigenschappen

Plaquette nummer:177 Zeil nummer:
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1840 Ontwerper:
Werf: Werf plaats:
Motor:Inbouw Motor type:Volvo Penta 20pk
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Rond Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:8,83 m Breedte berghout:3,12 m
Diepgang:0,63 m Masthoogte water:11,50 m
Oppervlakte grootzeil:30,00 m2 Oppervlakte fok:14,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:44,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1777 – onbekend Mintje Wouters, Sneek ( Bever)
+/- 1820 – onbekend B. Alring, Sneek ( Bever)
1867 – onbekend G.D. Simon, Sneek / Leeuwarden ( Bever)
onbekend – onbekend N.J. Wouda, Sneek ( Bever)
onbekend – 1899 Yke Wouda , Sneek ( Bever)
1899 – 1903 J. Velsink, Leeuwarden ( Bever)
1903 – 1906 C. van de Wetering, Amsterdam ( Bever)
1906 – 1908 J. Meinders, Dordrecht ( Bever)
1908 – 1917 H.J. Kalt, Leeuwarden ( Bever)
1917 – 1920 H. Halbertsma, Sneek ( Bever)
1920 – 1921 H. van Essen, Amsterdam ( Bever)
1921 – 1934 ( Bever)
1934 – 1937 C.L.W. Ruysch, Aerdenhout ( Tornado II)
1937 – 1977 W. Terpstra, Broek in Waterland ( Anne)
1977 – 1990 R.M. Vorstman, Landsmeer ( Houten Klaas)
1990 – 2001 D. Proctor, Rochester ( Bever)
2001 – Nu (laatst bekend) J.J. en L.J.M. van der Velde - Rijnders, Oosterhout (NB) ( Bever)

Geschiedenis

1900

1900

1900: De Boeier 'Bever' in 1900

Boeier 'De Bever' getuigd aan de wal, op het voordek de 'boeierknecht' Jan Kuipers (Coll.FSM)
Boeier 'De Bever' getuigd aan de wal, op het voordek de 'boeierknecht' Jan Kuipers (Coll.FSM)

1925

1931

1931

1931: Boeier 'De Bever' op de werf van Hinlopen, aan de Omval aan de Amstel

(Coll. FSM)
(Coll. FSM)

1955

1955

1955: Documentatie Archief beginjaren SSRP

1958

1958

1958: Het Bever Mysterie: - Waterkampioen begin mei 1958: Hoeveel „Bever"-roerversieringen waren er nu eigenlijk?

Het zal ongeveer in 1950 geweest zijn, dat er in de havensloot van Durgerdam een rond jachtje lag - de meesten zagen het voor een tjotter aan - dat ieders aandacht trok door de merkwaardige versiering aan het roer. Een of ander monster leek uit het water opgekropen te zijn, en hing met zijn kwaadaardige bek vol tanden over de kop van het roer heen. Het scheepje heette „Bever", en het beest stelde dus zeker ook wel een bever voor. Op een dag was het jachtje verdwenen, en we hoorden er lange tijd niets meer van.
Twee jaar later troffen wij echter het beest aan in het Scheepvaart Museum te Amsterdam! Dat dachten we tenminste. „Vreemd, ik meende dat hij kleiner was, dat jachtje was toch zo groot niet", zei mijn man. „Je moet je vergissen", repliceerde ik, „er zullen heus geen twee van zulke roerbeesten zijn". Maar ik was het die me vergiste.

Lees het hele verhaal uit de Waterkampioen begin mei 1958

1965

17 augustus 1965

17 augustus 1965: Leeuwarder Courant: Bever uit 1777 bestaat nog ..............

1967

11 november 1967

11 november 1967: Leeuwarder Courant: De 'Bever' hoorde in Leeuwarden thuis

1968

1968

1968: De boeier 'Bever' als admiraalschip voor anker bij het admiraalzeilen

Reünie te Blokzijl. Admiraal is Jhr. van Nispen tot Pannerden. (foto G.L.W. Oppenheim, collectie Scheepvaartmuseum)
Reünie te Blokzijl. Admiraal is Jhr. van Nispen tot Pannerden. (foto G.L.W. Oppenheim, collectie Scheepvaartmuseum)

1978

januari 1978

januari 1978: Spiegel der Zeilvaart maart 1978 nummer 1 - De Greate Bever de oudste nog varende boeier

Robert Vorstman schrijft:
Wanneer wij in juni 1977 de boeier voor de eerste maal bij de familie Terpstra te Broek in Waterland voor de wal zien liggen, schiet mij onwillekeurig de befaamde uitdrukking van Eeltje Holtrop van der Zee „daar leit hij al" door het hoofd. De boeier is te koop en mijn vrouw en ik voelen er direct voor. Al enige tijd zochten wij naar een scheepje dat ons gezin de komende jaren van zon, wind en water zou laten genieten. Wat wij precies zochten wisten wij niet, maar het moest in ieder geval van hout zijn en rond of plat! Nadat wij met de familie Terpstra heb ben kennis gemaakt, laten wij ons uitvoerig door de heer Terpstra informeren en hij vertelt dan dat zijn boeier „Anne", die een lengte heeft van 8.82 en een breedte van 3.20 m, de aloude „Greate" Bever is waarmee Mintje Wouters op 4 september 1777 bij Oude Schouw het hardzeilen won, georganiseerd ter gelegenheid van het bezoek van stadhouder Willem V en zijn gezin aan Friesland en dat de originele roerversiering, een bever voorstellende, nog in het Scheepvaart Museum te Amsterdam valt te bewonderen. Ondertussen haalt de heer Terpstra vlonders weg en laat ons de leggers in het vlak van de boeier zien: „allemaal keihard hout meneer", zoals hij ons duidelijk maakt, want hij heeft ze er zelf jaren geleden ingezet met gebruikmaking van gezond sloop hout uit de tjalk van zijn vader, en met trots toont hij ons aan bakboord in het voorschip een legger die nog de ronde vorm heeft van het vroegere helmhout van de tjalk. De verkoopdatum wordt tenslotte vastgesteld op 29 oktober en de Bever, zoals wij de boeier nu gaan noemen, kan naar zijn ligplaats in Warmond worden overgevaren. Dan breekt ook de tijd aan om ons in de geschiedenis van het schip te gaan verdiepen.

Vroegste geschiedenis

Tracht men zich een betrouwbaar beeld te vormen van de vroegste geschiedenis van de boeier, dan is men aangewezen op Yke Wouda's Sneeker Zeilherinnerin­gen. Het in sfeervolle bewoordingen geschreven boekje werd in 1938 uitgegeven en kreeg als ondertitel „De Bever", en met recht, want Yke Wouda was zelf enige jaren eigenaar van de boeier en zijn Jeugdherinneringen werden bepaald door de jaren dat hij met zijn vader Nicolaas Jurjan Wouda aan boord van 'De Bever' voer.
De schrijver vertelt over deze periode: „Zoo had De Bever, toen mijn vader deze kocht, nog twee laadluiken, waar de koeken ingeladen werden om zoo aan de klanten te bezorgen. De Bever behoorde toen aan de familie Wouters, die een oliemolen aan de Geeuw had. Ieder zakenman, touwslager, zeilmaker, venter enz. had één of meer schepen, al heel aardig beschoten, die ook verhuurd werden, wanneer deze vrij waren."

pdf SdZ maart 1978 nr01 - De Greate Bever de oudste nog varende boeier

juli 1978

juli 1978: Spiegel der Zeilvaart juli 1978 nummer 3 - Het Oranjezeilen bij Oude Schouw in 1777 en de Greate Bever

Het moet een mooi schouwspel zijn geweest daar midden in het Friese Waterland: „De groote menigte der Vaartuigen van allerlei soort, met kostelijke Vlaggen, Wimpels en allerhande Sieraaden pronkende, welke zich 's Donderdags morgens aldaar vertoonen, met een onnoemelijk getal Aanschouwers welke daar op waaren, kan iemand die er niet geweest is, zich nauwelijks verbeelden; men hoorde een gestadig Muzijk op Walthoorns, Trompetten, Keteltrommen, Trommels en andere Instrumenten. ( . ) Behalven dat, hadden zich een considerabele menigte van Rijtuigen, als ook menschen te voet, van alle kanten toevloeiende, derwaarts heen begeeven; dus het de aangenaamste vertooning gaf welke men zich zoude konnen voorstellen."
Wie of liever welke schepen gold nu deze belangstelling? Er hadden zich des morgens 36 „schippers" laten inschrijven, die door loting in vier „divisiën" van acht schepen en één van vijf werden ingedeeld. Iedere divisie moest afzonderlijk hardzeilen, waarna tenslotte de vijf winnaars om de hoofdprijs zouden moeten kampen. Wie de lijst van deelnemers nagaat, kan enkele gevolgtrekkingen maken. In de eerste plaats namen geen adellijke personen deel, wel lieden die door handel of bedrijf tot de maatschappelijke middenklasse konden worden gerekend. Ik noem de Kingma's en Zoethouts van Woudsend, leden van de familie Wouters van Sneek, een Simon Sloterdijk van Makkum, een Postma, een Wielinga en een Bloxma van Sneek, een Zeilmaker van Harlingen, een Nauta van Woudsend. Maar er waren ook deelnemers bij die geen familienaam hadden zoals Anne Gabes van Woudsend, Bokke Beekes van Terhorne, Johannes Jurjens van Grouw, Jelle Hendriks van Oldeboorn, Bauke Piebes van Eernewoude.

pdf SdZ juli 1978 nr03 - Het Oranjezeilen bij Oude Schouw in 1777 en de Greate Bever

1980

1980

1980: Plan restauratie Boeier 'Bever' door H. Bültjer Bootswerft GmbH & Co. KG - Ditzum

Bültjer heeft in 1980 de opdracht van eigenaar R. Vorstman gekregen om de 'Bever' uitgebreid te restaureren. Eén van de belangrijkste overwegingen daarbij was het relatief lage bedrag. De restauratie is in drie delen uitgeveord.

2000

mei 2000

mei 2000: Brief van eigenaar D. Proctor aan Stamboekarchivaris

2005

2005

2005: De Boeier 'Bever' in het boek "De Boeier" van Dr. ir. J. Vermeer

Volgens Yke Wouda was de "Bever" toen zijn vader hem omstreeks 1866 kocht al ongeveer honderd jaar oud; hij zou dus omstreeks 1770 gebouwd zijn. Evenals een zusterschip de "Otter", zou de "Bever" ooit te IJlst van stapel zijn gelopen. Beide schepen waren geheel ingericht op het vervoer van lijnkoeken. Ze waren dus bedoeld als bedrijfsvaartuig en hadden dan ook een veel zwaardere, hoekiger bouw dan de latere plezierboeiers, die Eeltje Holtrop van der Zee en tijdgenoten in de negentiende eeuw tot stand brachten. De schepen ontleenden hun namen aan bij het roer omhoog klimmende kunstig in hout uitgesneden waterdieren, waarvan de bever reeds sinds het midden van de achttiende eeuw in Nederland uitgestorven is. De Woutersen bezaten molens en beurtveren te Sneek; een uit een pakhuis aan de Singel te Sneek afkomstige gevelsteen uit 1770 met de afbeelding van een molen wordt bewaard in het Fries Scheepvaart Museum. De "Bever" (en de "Otter") waren dus zeker geen jachten welke voor Liefhebberij worden gehouden en ook geen spiegeljachten. Het blijft dus dubieus of de "Bever" inderdaad aan de zeilpartij van 1777 heeft deelgenomen, hoewel dit niet onmogelijk is.

Sneker hardzeildag

De "Bever" en de "Otter" werden in de volgende (negentiende) eeuw veelvuldig bij wedstrijden ingezet, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de negentiende-eeuwse deelnemerslijsten van de Sneeker Hardzeildag. Deze zijn, met lacunes, vanaf het jaar 1847 bewaard gebleven en te raadplegen in het Fries Scheepvaart Museum. Wij vonden zowel de "Bever" als de "Otter" herhaaldelijk vermeld en wel:

  • de "Bever" in 1847, 1859 en 1863 op naam van G.D. Simon, Sneek/Leeuwarden, in 1867, 1881, 1882, 1883 en 1885 op naam van N.J. Wouda, Sneek, in 1897 op naam van M. ten Cate, Sneek;
  • de "Otter" in 1847 op naam van Jan B. Wouters, Sneek, in 1867 op naam van RJ. Feenstra, Sneek in 1879 op naam van J.R. Feenstra, Sneek.

Uit verslagen in de Sneeker Courant van 1865, 1869, 1870, 1874, 1880 en 1886 weten wij dat ook in de jaren waarvan geen deelnemerslijst is bewaard gebleven, de "Bever" deelnam aan de Sneeker Hardzeildag. Het jaar 1865 was voor de zeilvereniging heel bijzonder door het feit dat prins Hendrik (de Zeevaarder) speciaal met zijn jacht "Watergeus" de Zuiderzee was overgestoken om de hardzeilende schepen op het Sneekermeer gade te slaan. Hij deed dat aan boord van de boeier "Bever", die toen nog eigendom was van de heer Simon. Na afloop van de wedstrijd wenste de prins ook de prijsuitreiking bij te wonen en nam welwillend op zich de prijzen en premiën aan de winnaars uit te reiken, zoals de Sneeker Courant vermeldde.

Oostergoo

De "Bever" heeft ook vaak deelgenomen aan de wedstrijden van "Oostergoo". Hoewel het versla¬genboek van deze vereniging tot 1882 geen jachtnamen noemt, vonden wij de naam van de eigenaar G.D. Simon uit Leeuwarden daarin terug in alle jaren van 1857 tot en met 1865. Geen wonder, want de heer Simon, provinciaal directeur der directe belastingen te Leeuwarden, was lid en zelfs bestuurslid van "Oostergoo". Doordat het verslagenboek wel prijswinnaars vermeldt, blijkt de "Bever" bij "Oostergoo" zeer succesvol gevaren te hebben: Simon wint in de jaren 1857, 1858, 1859, 1862 en 1863 de (eerste) prijs in zijn klasse en in 1861 de premie (tweede prijs). De naam van de eigenaar van de "Otter" vonden we niet terug in het verslagenboek van "Oostergoo". 
In Sneek namen beide schepen ook deel aan het admiraalzeilen dat in deze stad naast het hardzeilen van oudsher populair was en dat bij feestelijke gelegenheden werd beoefend. Halbertsman vermeldt in zijn boekje de samenstelling in 1868 van een vloot van drie eskaders, waarin meezeilden zowel de "Otter" van J.H. Feenstra als de "Bever" van NJ. Wouda. De "Bever" was toen juist in het bezit van de Sneeker meelhandelarenfamilie Wouda gekomen, aanvankelijk Nicolaas Jurjen Wouda, later diens zoon Yke. Overigens had Feenstra met de "Otter" in 1864 ook al meegedaan en wel als schout-bij-nacht.

De eigenaren van de "Bever" in een groot deel van de negentiende eeuw

Uit het bovenstaande is af te leiden wie in een groot deel van de negentiende eeuw de eigenaren van de "Bever" waren. Halbertsma vermeldt nog dat Wouda in de tachtiger jaren de uitneembare laadluiken van de "Bever" liet vervangen door een vaste roef, waardoor het jacht het karakter van een echte plezierboeier verkreeg. Zoals hierboven uit de opsomming van wedstrijddeelnemingen al bleek, was Nico Wouda een fervente wedstrijdzeiler. Hij trok zelfs naar Amsterdam om deel te nemen aan de wedstrijden op het IJ; in 1880 en 1885 staat hij vermeld in de deelnemerslijsten van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging. 

pdf De Boeier 'Bever' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

2007

maart 2007

maart 2007: SSRP Jaarverslag 2006 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2006 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:

 

Bij de boeier (Greate) Bever van Nieke en Jurjen van der Velde is een gang aan bakboord in de kop vervangen en verder zijn er her en der aan het schip diverse reparaties uitgevoerd.

2010

maart 2010

maart 2010: SSRP Jaarverslag 2009 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2009 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:

De boeier Bever van de familie Van der Velde-Rijnders is op den duur aan nieuwe berghouten toe. Anticiperend op deze restauratie hebben de eigenaren alvast mallen laten maken van de stuiten en daarmee krommers laten uitzoeken en laten zagen. Door dit tijdig te doen is er gelegenheid om de krommers opgelat te laten drogen en kunnen er straks weer authentieke berghoutstuiten gemaakt warden (geen groene krommers, niet gelamineerd en niet over de draad uit een rechte plaat gezaagd). Een mooi voorbeeld dat navolging verdient.

2011

2011

2011: Restauratie 'Bever' door Martijn Perdijk van Wind & Water in Heeg

In 2011 werd de "Bever" door Martijn Perdijk van Wind & Water onder handen genomen. Martijn houdt van elke restauratie een uitgebreid verslag bij in woord en beeld.  Al in 2008 ging Martijn bij de eigenaar langs in Drimmelen om de staat van de berghouten eens goed te bekijken. Ze hadden al jaren last van lekkage, maar vele kleine reparaties hadden geen soelaas geboden. Uiteindelijk vroeg Jurjen mij uit te zien naar geschikte krommers om over een paar jaar de berghouten te vervangen. Het blijkt dat een groot deel van de spanten achter het berghout is aangetast door inwatering en houtworm. Waar nodig worden de bovenkanten van de spanten vervangen. Om inwatering in de toekomst te voorkomen, wordt het nieuwe berghout van droge naadstukken voorzien.Tijdens het slopen van de berghouten bleken er ook veel slechte stukken in de boeisels te zitten. In overleg besloten we de klus in één keer grondig aan te pakken en ook alle boeiseldelen te vervangen. Bijkomend voordeel was dat nu ook de lijsten op het boeisel vernieuwd zouden worden en dat schept mogelijkheden om het oude lijnenspel van boeisel en berghout goed uit te laten komen.

Op weg naar huis na de restauratie
Op weg naar huis na de restauratie

2012

maart 2012

maart 2012: SSRP Jaarverslag 2011 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2011 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Voor de vervanging van de berghouten van de boeier Bever van de familie Van der Velde-Rijnders waren al in 2009 krommers ingekocht, zodat deze eerst een paar jaar opgelat hebben kunnen aandrogen (het zou mooi zijn als dit anticiperende inkopen van krommers voor toekomstige restauraties aan berghoutstuiten en inhouten navolging vindt bij andere eigenaren van houten schepen). Na het zeilseizoen van 2011 is de Bever bij Wind en Water in Heeg op de werf gezet en zijn de berghouten vervangen. Niet alleen waren de in de tachtiger jaren in Duitsland aangebrachte berghouten rot, ook de constructie en vormgeving was weinig authentiek. De vervanging is benut om aan de hand van oude foto's de lijn van het berghout alsmede de detaillering met valling, ronding en droge naad weer in ere te herstellen. De berghouten bestaan, zoals dat van oudsher hoort, van voor- tot achtersteven uit drie delen: Vóór en achter een stuit (waarvan de nerf prachtig over de hele lengte meeloopt) en daartussen een lang middendeel.

2013

maart 2013

maart 2013: SSRP Jaarverslag 2012 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2012 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:

Nadat in 2011 de berghouten van de boeier Bever door Martijn Perdijk van Wind en Water in Heeg zijn vervangen, zijn in 2012 de boeisels vervangen. Hierbij zijn de lijsten weer aangebracht zoals vanouds: De bovenste lijst halfrond en de onderste met een extra profiel. 

 

 

Verder is het achterdekje, dat in de tachtiger jaren gemaakt was van multiplex met teaklatjes, vervangen door een eiken dekje zoals gebruikelijk.

Heeft u vragen en/of opmerkingen?

Terug naar het overzicht